Eiser heeft een beroep ingesteld omdat verweerder niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn heeft beslist op zijn Woo-verzoek om informatie over de samenwerking tussen verweerder en een bedrijf over de periode 2013-2025.
Verweerder stelde dat de beslistermijn was opgeschort wegens overmacht, omdat eiser ziek was en niet kon communiceren. De rechtbank oordeelde dat de overmachtssituatie op 10 september 2025 was beëindigd en dat de beslistermijn niet verder kon worden opgeschort zonder instemming van eiser. Mediation werd niet als reden voor opschorting erkend omdat de overeenkomst niet was ondertekend.
De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen zes weken alsnog een besluit moet nemen en legde een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het griffierecht aan eiser vergoeden. Het beroep is daarmee kennelijk gegrond verklaard.