Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3172

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
19 april 2026
Zaaknummer
C/02/445795 / FA RK 26-1213
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Meyboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking zorgmachtiging voor betrokkene met schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 19 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie om een zorgmachtiging te verlenen voor betrokkene, geboren in 1991, die momenteel verblijft in een zorgaccommodatie. Betrokkene lijdt aan een chronische psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing, en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag.

De psychiater en casemanager stelden dat betrokkene zijn medicatie niet consequent inneemt en dat verplichte zorg noodzakelijk is om zijn geestelijke gezondheid te stabiliseren. Betrokkene zelf vond een machtiging van twaalf maanden te lang en ontkende overlast te veroorzaken, maar had geen bezwaar tegen opname. De advocaat voerde aan dat er onvoldoende ernstig nadeel was en verzocht primair afwijzing, subsidiair een kortere duur.

De rechtbank oordeelde dat vrijwillige zorg niet mogelijk is omdat betrokkene recentelijk aangaf het niet eens te zijn met de zorgmachtiging en medicatie, waardoor het risico op psychische decompensatie bestaat. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, en opname in een accommodatie.

De machtiging wordt toegekend voor zes maanden, waarbij de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief zijn geacht. De beschikking is op 19 maart 2026 mondeling gegeven en op 3 april 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden vanwege ernstig nadeel en het ontbreken van vrijwillige zorgmogelijkheden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445795 / FA RK 26-1213
Datum uitspraak: 19 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
nu verblijvende in een [accommodatie] , [locatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 maart 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1] , psychiater;
  • [persoon 2] , casemanager.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van de rechtbank Overijssel is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 21 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene zegt dat hij een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden te lang vindt. Volgens hem veroorzaakt hij geen overlast in de buurt. Wel ervaart betrokkene de samenwerking met de verpleegkundigen op de afdeling als prettig en heeft hij er geen bezwaar tegen om daar te verblijven.
4.2.
De psychiater geeft aan dat buurtbewoners recent overlast van betrokkene hebben ervaren, zo raakte hij op straat in conflicten betrokken en sprak hij willekeurige voorbijgangers aan. Daarnaast heeft betrokkene in eerdere gesprekken aangegeven dat hij het niet eens is met de zorgmachtiging en de medicatie. De psychiater acht een zorgmachtiging noodzakelijk, met name ten behoeve van de inname van de medicatie.
4.3.
De casemanager zegt dat een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden noodzakelijk wordt geacht, aangezien betrokkene zijn medicatie niet consequent zelfstandig inneemt. Daarnaast moet betrokkene het contact met het ambulante team beter onderhouden.
4.4.
De advocaat brengt naar voren dat betrokkene zich niet kan vinden in de gestelde overlast die hij zou veroorzaken. Daarnaast geeft betrokkene aan dat hij geen bezwaar heeft tegen de opname. Volgens de advocaat is er geen sprake van voldoende ernstig nadeel om een zorgmachtiging te verlenen. Daarom verzoekt zij primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt zij om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot zes maanden.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is namelijk chronisch psychotisch in het kader van een schizofreniespectrumstoornis.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband dat betrokkene zich verwaarloost en zich terug trekt. Dit leidt tot verward gedrag. Bovendien heeft betrokkene moeite met grenzen stellen, zowel ten aanzien van zichzelf als van anderen, wat vaak resulteert in conflicten. Deze problematiek vergroot het risico dat betrokkene agressie uitlokt of in situaties terechtkomt waarin hij zich bedreigt voelt. Zo zijn er aan betrokkene meerdere winkel-verboden opgelegd en heeft hij grensoverschrijdend gedrag getoond bij basisscholen en speeltuinen. Ook wordt hij getreiterd en agressief benaderd door jongeren uit de buurt.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen de opname, is recentelijk uit gesprekken gebleken dat betrokkene het niet eens is met de zorgmachtiging en de medicatie. Als betrokkene de medicatie staakt zal hij psychische decompenseren. Gelet hierop heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken in het vrijwillig kader. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de contacten met het ambulante zorgteam en het toestaan van regelmatige huisbezoeken;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 september 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 3 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.