Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3148

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 april 2026
Zaaknummer
C/02/445523 / FA RK 26-1064
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet zorg en dwang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wegens dementie en overbelasting mantelzorger

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1942, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan dementie, vermoedelijk de ziekte van Alzheimer, en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, werden betrokkene, haar echtgenoot, zoons en casemanager gehoord. Betrokkene gaf aan het thuis goed naar haar zin te hebben en wilde niet opgenomen worden. De echtgenoot en zoons gaven aan dat de mantelzorg zwaar valt en dat opname in een verpleeghuis noodzakelijk is. De casemanager bevestigde de overbelasting van de echtgenoot en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.

De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect bereiken. De rechterlijke machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot en met 18 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en overbelasting mantelzorger wordt verleend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445523 / FA RK 26-1064
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • echtgenoot van betrokkene;
  • zoons van betrokkene;
  • mevrouw [persoon] , casemanager.

2.Het verzoek

2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene zegt dat het goed met haar gaat. Betrokkene heeft het thuis naar haar zin. Ze kan doen wat ze wil. Betrokkene vindt het leuk om naar de dagbesteding te gaan.
3.2.
De echtgenoot geeft aan dat het mantelzorgen voor betrokkene hem soms zwaar valt. Normaal gesproken kan hij het goed aan, maar wanneer betrokkene door onrust in paniek raakt wordt het moeilijker. Het zijn voor de echtgenoot de onverwachte zorgmomenten die het zwaar maken. Hij vindt betrokkene de laatste weken wel wat rustiger. De echtgenoot wil het liefst dat betrokkene thuis blijft wonen, maar als hij heel eerlijk is, kan hij de zorg voor betrokkene niet meer aan. De echtgenoot vindt alleen [verpleeghuis] een optie voor betrokkene. Met een andere plek heeft hij geen vrede.
3.3.
De zoons vinden het beter voor zowel hun vader als betrokkene als betrokkene wordt opgenomen in een verpleeghuis. Ze maken zich zorgen om de gezondheid van hun vader. Hij geeft volgens hen regelmatig aan dat hij de zorg niet meer aan kan. Op het moment dat er met hem iets misgaat, zijn ze misschien wel te laat. De zoons kunnen zich vinden in het standpunt van de casemanager en staan achter een rechterlijke machtiging.
3.4.
De casemanager geeft aan dat zij het verzoek voor een rechterlijke machtiging in overleg met de familie heeft geïnitieerd. Ze zegt dat het voor betrokkene niet meer verantwoord is om thuis te blijven wonen. De echtgenoot is overbelast en ondervindt lichamelijke klachten. De onverwachte zorgmomenten zijn voor de echtgenoot het meest belastend. De casemanager zegt dat er op dit moment geen thuiszorg komt. Thuiszorg komt in tijdsblokken en daar wil betrokkene niet op wachten. Als ze erop moet wachten, accepteert ze de hulp niet. Betrokkene gaat nu vier dagen per week naar de dagbesteding en op maandag komt het Seniorencollectief om met betrokkene wat te ondernemen, zodat de echtgenoot wordt ontlast. Betrokkene herkent niet altijd iedereen meer. Daarnaast was het slapen een tijd ook lastiger; betrokkene werd dan midden in de nacht wakker en wilde niet meer slapen. Ook ervaart betrokkene veel onrust. Eerder is betrokkene op zo’n moment op straat gaan staan omdat ze weg wilde gaan. De echtgenoot kan daar niet goed mee omgaan; hij raakt daar gefrustreerd van en gaat er tegenin, ondanks adviezen die hem zijn gegeven hoe om te gaan met betrokkenes gedrag. De casemanager vindt het belangrijk dat er een rechterlijke machtiging komt. Ze wil voorkomen dat de echtgenoot volledig uitvalt, want wanneer dat gebeurt heeft het misschien wel grotere gevolgen voor het leven van hem en betrokkene samen.
3.5.
De advocaat pleit formeel voor afwijzing van het verzoek omdat betrokkene niet opgenomen wil worden. De advocaat zegt dat een gedwongen opname een behoorlijke beslissing is en vindt het erg belangrijk dat de twee verschillende kanten in de afweging worden betrokken. Enerzijds begrijpt de advocaat de zorgzwaarte voor de echtgenoot en de mogelijke gevolgen die dat voor hem met zich meebrengt. Anderzijds sluit de advocaat niet uit dat de onrust bij betrokkene daadwerkelijk aan het minderen is. In dat geval vindt de advocaat dat men niet te laat moet zijn met ingrijpen, maar dat er ook geen ingrijpende beslissingen moeten worden genomen als het niet hoeft of als er extra ondersteuning kan worden geboden. Die extra ondersteuning zou ook al verlichting kunnen bieden. De advocaat wil voorkomen dat achteraf het gevoel ontstaat dat een opname niet het beste besluit blijkt te zijn.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie, waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene het afgelopen jaar fors achteruit is gegaan. Ze herkent haar man en kinderen steeds vaker niet meer. Ook haar huis herkent ze niet meer als thuis. Ze staat regelmatig op het punt om haar jas aan te doen en de woning te verlaten om op zoek te gaan naar haar huis.
Bij dagelijkse handelingen heeft betrokkene veel sturing en begeleiding nodig voor de zelfzorg, maar ook voor het huishouden. Er bestaat een risico op lichamelijke complicaties door onvoldoende zelfzorg en het risico dat betrokkene verdwaalt als zij alleen het huis uit zou gaan.
Daarnaast is de echtgenoot overbelast geraakt. Het gaat met name om de ongeplande momenten overdag, zoals wanneer betrokkene mensen of het huis niet meer herkent en onrustig wordt en in paniek raakt. Momenteel ervaart de echtgenoot al lichamelijke klachten. Het risico bestaat dat de echtgenoot uitvalt.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft duidelijk aan niet opgenomen te willen worden. Betrokkene denkt dat ze alles nog zelf kan en weigert daarom hulp.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene gaat al vier dagen per week naar de dagbesteding ter ontlasting van de echtgenoot. Het Seniorencollectief zorgt ervoor dat de echtgenoot op maandagmiddag iets voor zichzelf kan doen. Ondersteuning van thuiszorg accepteert betrokkene niet. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig. De huidige mate van mantelzorg is – ondanks hiervoor genoemde maatregelen en geboden ondersteuning – voor de echtgenoot te zwaar gebleken.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wet zorg en dwang (Wzd). De rechterlijke machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 september 2026;
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.