Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- echtgenoot van betrokkene;
- zoons van betrokkene;
- mevrouw [persoon] , casemanager.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1942, voor de duur van zes maanden. Betrokkene lijdt aan dementie, vermoedelijk de ziekte van Alzheimer, en vertoont gedrag dat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de zitting, gehouden met gesloten deuren, werden betrokkene, haar echtgenoot, zoons en casemanager gehoord. Betrokkene gaf aan het thuis goed naar haar zin te hebben en wilde niet opgenomen worden. De echtgenoot en zoons gaven aan dat de mantelzorg zwaar valt en dat opname in een verpleeghuis noodzakelijk is. De casemanager bevestigde de overbelasting van de echtgenoot en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven.
De rechtbank concludeerde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde effect bereiken. De rechterlijke machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden, tot en met 18 september 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en overbelasting mantelzorger wordt verleend.