Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
in beide zakenaan:
in de zaak met zaaknummer C/02/438824 / JE RK 25-1497:
1.Het verdere verloop van de procedure
- de in deze zaak afgegeven beschikking van 24 september 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI van 24 februari 2026, ingekomen bij de griffie op 4 maart 2026.
- de in deze zaak afgegeven beschikking van 24 september 2025 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI van 24 februari 2026, ingekomen bij de griffie op 4 maart 2026.
- de moeder bijgestaan door haar advocaat,
- de pleegouders;
2.De feiten
3.De resterende verzoeken
4.Het (nadere) standpunt van de GI
5.Het (nadere) standpunt van belanghebbenden
6.De beoordeling
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.