Uitspraak
2.De feiten
3.Het verzoek
- bepaling dat de minderjarigen hun hoofdverblijf zullen hebben bij haar;
- vaststelling van een zorgregeling inhoudende dat er omgang tussen de man en de minderjarigen zal plaatsvinden in begeleide vorm via een onafhankelijke hulpverleningsinstantie, zoals bijvoorbeeld het Uniform Hulpaanbod (UHA).
- bepaling dat voortaan aan hem ook het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] toekomt;
- een fasegewijze opgebouwde zorgregeling tussen de man en de kinderen inhoudende gedurende drie weken op woensdag van school om 13.00 uur tot 15.00 uur en na drie weken iedere woensdag van 13.00 uur tot 17.00 uur zonder avondeten en daarna iedere woensdagmiddag, de ene week van 13.00 uur tot 17.00 uur zonder avond eten en de andere week van 13.00 tot 18.30 uur met avondeten. Deze omgang kan worden begeleid door de hulpverleners van de man: de heer [persoon 1] , de heer [persoon 2] of de heer [persoon 3] , allen werkzaam bij [organisatie];
- een informatie- en consultatieregeling op te leggen die inhoudt dat de vrouw een keer per maand aan de man per e-mail een bericht stuurt over de kinderen, hun ontwikkeling zowel fysiek als mentaal en ook foto’s van hen stuurt.
4.De beoordeling
De rechtbank benadrukt dat de gemeente/toegang/zorgaanbieder alert moet zijn op de veiligheidsaspecten in deze zaak en zij daarop dienen te acteren, zodat de veiligheid voor eenieder gewaarborgd is.
- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;
- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.
- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind; (keuze: zware/systeemgerichte interventie);
- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;
- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie).
5.De beslissing
23 december 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;
- gezamenlijk ouderlijk gezag;
- vaststellen van een zorgregeling,
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.