Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3131

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
02-220431-25 en 02-051433-26
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 SrArt. 33a SrArt. 36f SrArt. 45 SrArt. 77a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minderjarige voor babbeltruc-diefstal en pogingen met jeugddetentie

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 april 2026 een minderjarige veroordeeld voor meerdere diefstallen en pogingen daartoe, gepleegd door middel van de babbeltruc. De feiten vonden plaats tussen juni en juli 2025, waarbij de verdachte zich voordeed als politieagent om oudere slachtoffers te misleiden en waardevolle goederen te stelen.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als medepleger handelde binnen een planmatige aanpak, waarbij hij de rol van 'ophaler' en in enkele gevallen ook 'pinner' vervulde. De modus operandi bestond uit telefonische benadering, gevolgd door bezoek aan de woning om sieraden, geld en bankpassen met pincodes te verkrijgen. De verdachte werd vrijgesproken van het feit van computervredebreuk wegens onvoldoende bewijs.

De rechtbank legde een jeugddetentie van 216 dagen op, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en bijzondere voorwaarden zoals meldplicht, onderwijsverplichting en persoonlijkheidsonderzoek. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan meerdere benadeelden, met hoofdelijkheid en wettelijke rente. Diverse in beslag genomen telefoons en andere voorwerpen werden verbeurd verklaard.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 216 dagen jeugddetentie, deels voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en schadevergoedingen voor babbeltruc-diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugd
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-220431-25 en 02-051433-26
vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2026
in de strafzaken tegen de minderjarige
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats]
gedetineerd in Rijks Justitiële Jeugdinrichting [locatie]
raadsvrouw mr. A. van Wijk, advocaat in Tilburg

1.Onderzoek van de zaak

Ter zitting van 3 april 2026 zijn de zaken onder voormelde parketnummers overeenkomstig artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafvordering gevoegd.
De zaken zijn ter zitting met gesloten deuren inhoudelijk behandeld, waarbij de officier van justitie, mr. L. van Hemert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlasteleggingen

De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
02-220431-25
in de periode van 15 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 samen met anderen geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes) van personen heeft gestolen door zich voor te doen als politieagent dan wel die personen heeft opgelicht;
in de periode van 28 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 samen met anderen heeft geprobeerd geld, sieraden en/of bankpassen van personen te stelen door zich voor
te doen als politieagent dan wel heeft geprobeerd die personen op te lichten;
02-051433-26
in de periode van 25 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 samen met anderen sieraden van personen heeft gestolen door zich voor te doen als politieagent dan wel die personen heeft opgelicht;
in de periode van 25 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 samen met anderen heeft geprobeerd geld en/of sieraden van personen te stelen door zich voor te doen als politieagent dan wel heeft geprobeerd die personen op te lichten;
op 28 juli 2025 samen met anderen een geldbedrag van € 700,00 van [benadeelde 1] heeft gestolen door middel van een valse sleutel;
op 17 juli 2025 zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
02-220431-25 – feiten 1 en 2
De officier van justitie vordert partieel vrijspraak van het primair ten laste gelegde onder feit 1, voor zover dat ziet op [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , en van het primair ten laste gelegde onder feit 2, voor zover dat ziet op [benadeelde 4] .
Voor het overige acht de officier van justitie de primaire feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.
02-051433-26 – feiten 1 tot en met 4
De officier van justitie vordert partieel vrijspraak van het primair ten laste gelegde onder feit 2, voor zover dat ziet op [benadeelde 5] .
Voor het overige acht zij het primaire feit 2 wettig en overtuigend bewezen. Ook de feiten 1, 3 en 4 acht zij wettig en overtuigend bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
02-220431-25 – feiten 1 en 2
De verdediging bepleit partieel vrijspraak van zowel het primaire feit 1, voor zover dat ziet op [benadeelde 6] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] , en van het primaire feit 2, voor zover dat ziet op [benadeelde 4] , [benadeelde 7] en [benadeelde 8] .
Ten aanzien van [benadeelde 6] stelt de verdediging zich op het standpunt dat het enkele feit dat verdachte heeft geprobeerd te pinnen met haar pinpas, niet betekent dat hij ook degene is geweest die bij haar aan de deur is geweest. Haar beschrijving van het signalement is ook
te algemeen om te kunnen vaststellen dat verdachte dat is geweest.
Ten aanzien van [benadeelde 7] en [benadeelde 8] stelt de verdediging dat er niemand bij hen aan de deur is geweest. Verdachte heeft in die zaken geen handelingen verricht en er is dus geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, waaraan hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
Voor het overig refereert de verdediging zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de primaire feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank.
02-051433-26 – feiten 1 tot en met 4
De verdediging bepleit partieel vrijspraak van zowel het primaire feit 2, voor zover dat ziet op [benadeelde 9] , [benadeelde 5] en [benadeelde 10] .
Ten aanzien van [benadeelde 9] en [benadeelde 10] stelt de verdediging dat er niemand bij hen aan de deur is geweest. Verdachte heeft in die zaken geen handelingen verricht en daarom is er geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, waaraan hij een wezenlijke bijdrage heeft geleverd.
Voor het overig refereert de verdediging zich voor wat betreft de bewezenverklaring van de primaire feiten 1 en 2 aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging geen bewijsverweer gevoerd en ten aanzien van feit 4 bepleit de verdediging vrijspraak. Het enkele feit dat verdachte heeft geprobeerd om te pinnen met de pinpas van [benadeelde 11] en/of [benadeelde 6] , betekent niet dat verdachte ook degene is geweest die bij hen in de woning is geweest en daar heeft geprobeerd in te loggen in de omgeving voor internetbankieren. De in de aangifte gegeven beschrijving van het signalement is te algemeen om te kunnen vaststellen dat verdachte dat is geweest.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld worden de bewijsmiddelen uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
4.3.2
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
4.3.3
Partiële vrijspraken feiten 1 en 2
02-220431-25 – feiten 1 en 2
[benadeelde 2] , [benadeelde 3] en [benadeelde 4]
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde onder feit 1, voor zover dat ziet op [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en van het primair ten laste gelegde onder feit 2,
voor zover dat ziet op [benadeelde 4] .
02-051433-26 – feit 2
[benadeelde 5]
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het onder feit 2 primair ten laste gelegde, voor zover dat ziet op [benadeelde 5] .
4.3.4
Algemeen feiten 1 en 2
02-220431-25 en 02-051433-26 – feiten 1 en 2
Modus operandi
De rechtbank stelt het volgende vast. In deze zaken hebben tien personen aangifte gedaan van fraude volgens een herkenbare modus operandi die kenmerkend is voor de zogeheten “babbeltruc door nepagenten”. Negen personen hebben aangifte gedaan van een poging daartoe.
Uit de aangiftes komt naar voren dat de daders steeds een vergelijkbare werkwijze hanteren. Deze was gericht op het misleiden van voornamelijk oudere slachtoffers om hen te bewegen tot het afstaan van waardevolle goederen, contant geld en/of bankpassen, al dan niet met bijbehorende pincodes. Daartoe werden de aangevers telefonisch benaderd door een vrouw of een man, waarbij de beller zich voordeed als medewerker van de politie of recherche. Daarbij werd een scenario geschetst, dat weliswaar per aangever iets wisselde, maar steeds een of meer van de volgende elementen bevatte. De slachtoffers werden ervan overtuigd dat zij mogelijk doelwit waren van een woninginbraak en hun geld en sieraden niet veilig waren in hun woning. Er zouden inbrekers in de buurt actief zijn en in hun auto of bij de al aangehouden inbrekers zou een lijst of een telefoon zijn aangetroffen, waarop of waarin hun adres stond als mogelijk inbraakadres. De beller gaf aan dat er een medewerker van de politie of recherche zou langskomen om alle waardevolle spullen “veilig te stellen”, waarbij een naam en code van die medewerker werd doorgegeven en de beller gedurende het telefoongesprek het vertrouwen van de slachtoffers probeerde te winnen. In de meeste gevallen kwam er tijdens het telefoongesprek een persoon bij de slachtoffers aan de deur die zich voordeed als politieagent, waarbij de door de beller doorgegeven naam en code werden genoemd. Deze persoon nam de waardevolle spullen mee of af met het verhaal dat er foto’s moesten worden gemaakt van de sieraden en de waarde moest worden gecontroleerd. In twee gevallen werd voorgehouden dat de bank al bezig was met het blokkeren van hun bankrekening, maar dat zij daarvoor wel de bankpassen met bijbehorende pincodes nodig hadden. Met buitgemaakte pinpassen werd een bedrag gepind of dit werd geprobeerd.
Medeplegen
De rechtbank overweegt dat de hierboven geschetste werkwijze van de “babbeltruc” reeds duidt op een bewuste en planmatige aanpak. De rolverdeling en de handelingen moeten op elkaar zijn afgestemd. Zo worden slachtoffers van tevoren uitgezocht op hun al gevorderde leeftijd. Als het woonadres bekend is, gaat de “beller” bellen, die het slachtoffer probeert te misleiden met het hiervoor geschetste scenario. De “chauffeur” moet de “ophaler” naar het woonadres brengen, terwijl de “beller” het slachtoffer aan de praat houdt om het vertrouwen te winnen. De “ophaler” gaat naar de woning van het slachtoffer en beweegt het slachtoffer tot afgifte van sieraden, contant geld en/of pinpassen met pincodes. Indien er pinpassen met pincodes zijn verkregen moet er vervolgens zo snel mogelijk worden gepind. Dit vereist een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende daders die is te kwalificeren als een gezamenlijke uitvoering. Zonder de rol van de ene dader kan een navolgende handeling immers niet plaatsvinden. Alle handelingen staan in dienst van het uiteindelijke doel: het zoveel mogelijk geld en/of sieraden buit maken. Eenieder die één van de handelingen of rollen binnen de geschetste modus operandi vervult, levert daarmee ook een wezenlijke en essentiële bijdrage aan de overige handelingen.
De rechtbank stelt op grond van zijn verklaring vast dat verdachte wist van de frauduleuze handelingen en de werkwijze van de zogeheten “babbeltruc” en dat hij aan deze handelwijze een fundamentele bijdrage heeft geleverd, door nauw en bewust samen te werken met anderen, De rechtbank ziet verdachte dan ook als medepleger.
Diefstal of oplichting?
Voor wat betreft het ophalen van sieraden, contant geld en/of bankpassen, al dan niet met bijbehorende pincodes, binnen de hiervoor geschetste modus operandi van de “babbeltruc”, moet worden beoordeeld of dit kan worden aangemerkt als gekwalificeerde diefstal, zoals in beide parketnummers primair onder 1 ten laste is gelegd. Dit vanwege de omstandigheid dat in een deel van de gevallen de slachtoffers hun goederen zelf aan de dader hebben overhandigd en deze dus niet door de dader zijn gepakt. In een aantal gevallen heeft de dader overigens de sieraden uit de handen van het slachtoffer getrokken of de sieraden, pinpassen of het geld van bijvoorbeeld een tafel gepakt In sommige gevallen is enkel benoemd dat het geld of de goederen zijn meegenomen.
Bij een bewezenverklaring van diefstal staat de handeling van het wegnemen centraal. Daartoe is vereist dat de dader zich de feitelijke heerschappij over het goed heeft verschaft dan wel het goed aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken. In de gevallen waarin de goederen en/of het geld zijn gepakt door de dader is daarvan zonder meer sprake.
Hoewel de slachtoffers in deze zaken in sommige gevallen hun goederen feitelijk zelf aan de dader hebben overhandigd, is de rechtbank van oordeel dat ook in die gevallen sprake is geweest van wegneming. De afgifte van de goederen heeft namelijk plaatsgevonden onder invloed van een valse naam (waaronder [alias 1] , [alias 2] en [alias 3] ), een valse hoedanigheid (waaronder de politie) en een samenweefsel van verdichtsels (het geschetste scenario dat de slachtoffers mogelijk doelwit waren van een woninginbraak), gericht op het wekken van vertrouwen bij de slachtoffers met het doel hen te bewegen tot het beschikbaar maken van hun goederen en met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening daarvan. Er was geen goedkeuring voor de wegneming, want de slachtoffers wilden hun geld en/of goederen juist veilig stellen (voor zichzelf).
Deze gang van zaken kan derhalve worden aangemerkt als gekwalificeerde diefstal, zoals telkens primair onder 1 ten laste is gelegd.
Poging
Hiervoor is de werkwijze van de daders van de zogenoemde “babbeltruc” reeds beschreven. Uit de aangiftes van de pogingen, zoals onder 2 ten laste is gelegd, blijkt dat die slachtoffers op dezelfde wijze zijn benaderd als bij de voltooide delicten, namelijk door een persoon die zich telefonisch voordeed als medewerker van de politie en die het hierboven weergegeven scenario schetste over actieve inbrekers. Ook werd in de meeste gevallen aangekondigd dat er een medewerker van de politie zou langskomen om de waardevolle goederen “veilig te stellen”, onder verstrekking van een naam en code. In een deel van deze gevallen is geen persoon daadwerkelijk aan de deur geweest en in een deel van de gevallen zijn geen goederen afgegeven.
Echter, op het moment dat er door “de beller” telefonisch contact wordt opgenomen met het al van tevoren uitgezochte slachtoffer op leeftijd, van wie het woonadres bij hen ook al bekend is, en “de ophaler” zich dan ook al bevindt in de woonplaats van het slachtoffer, moeten deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf.
Deze gedragingen wijzen er immers op dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het was gelegen in omstandigheden die buiten de wil van de daders lagen dat het in deze gevallen niet tot een voltooid delict is gekomen.
4.3.5
Betrokkenheid verdachte per aangever feiten 1 en 2
02-220431-25 – feit 1, primair
[benadeelde 24] en [benadeelde 20]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangevers. Verdachte is op de camerabeelden van de ringdeurbel van deze aangevers herkend als “ophaler” en verdachte heeft een bekennende verklaring afgelegd.
[benadeelde 6]
Anders dan de verdediging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangeefster.
In haar aangifte beschrijft [benadeelde 6] de man die in haar woning is geweest en de rechtbank is, anders dan de verdediging heeft betoogd, van oordeel dat verdachte in dit signalement zou kunnen passen. Het enkele feit dat [benadeelde 6] de leeftijd van de “ophaler” heeft geschat op ongeveer 20 jaar, maakt dat niet anders. In het dossier bevinden zich immers meerdere aangevers die de leeftijd hebben geschat op ongeveer 20 jaar, terwijl verdachte in die zaken heeft bekend, waaronder in de hieronder genoemde zaken van [benadeelde 12] en [benadeelde 13] .
Daarnaast is het feit waarvan [benadeelde 6] aangifte heeft gedaan, gepleegd op 17 juli 2025 om 17.30 uur in [plaats 1] . Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon tussen 15.35 uur en 17.46 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 1] .
Uit het dossier blijkt verder dat de “ophaler” de woning van [benadeelde 6] rond 20.00 uur heeft verlaten, waarbij ook een pinpas met pincode is meegenomen. Nog geen uur later, namelijk om 20.59 uur, is er met de pinpas van [benadeelde 6] geprobeerd geld op te nemen in [plaats 2] , waarbij verdachte is herkend op de camerabeelden van de geldautomaat.
Gelet op het voorgaande, evenals de verklaring van verdachte dat hij bij het feit betrokken zou kunnen zijn, staat voor de rechtbank vast dat verdachte zowel de “pinner” als de “ophaler” is geweest.
[benadeelde 1]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangeefster.
In haar aangifte beschrijft [benadeelde 1] een signalement van de jongen die in de woning is geweest en de rechtbank is van oordeel dat verdachte in dit signalement zou kunnen passen.
Het feit, waarvan [benadeelde 1] aangifte heeft gedaan, is gepleegd op 28 juli 2025 tussen 19.00 uur en 20.00 uur. Vast staat dat verdachte die bewuste dag in [plaats 3] was. Dit blijkt niet alleen uit de hieronder genoemde zaak van [benadeelde 12] , waarbij sprake was van dezelfde modus operandi en waarvoor verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd, maar ook uit de telefoongegevens. Daaruit blijkt immers dat de telefoon van verdachte op 28 juli 2025 van 14.45 uur tot en met 22.53 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 3] .
De “ophaler” heeft bij [benadeelde 1] op 28 juli omstreeks 19.45 uur haar pinpas met pincode meegenomen. Zeer kort daarna, namelijk om 19.59 uur, is er in [plaats 3] met die pinpas € 700,= opgenomen. Op de camerabeelden van de pintransactie is een persoon te zien met een paars/grijzige gewatteerde jas met capuchon. Deze persoon pakte biljetten van € 50,= uit de pinautomaat. Enkele dagen later, op 31 juli 2025, is verdachte samen met een medeverdachte in een auto in [plaats 4] op heterdaad aangehouden bij eenzelfde feit, waarbij verdachte de “ophaler” was. In die auto is eenzelfde jas aangetroffen als de jas van de persoon op de hiervoor bedoelde camerabeelden. In de jas zat een geldbedrag van € 735,=. In de auto is ook de pinpas van [benadeelde 1] aangetroffen.
Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat verdachte zowel “de ophaler” als de “pinner” is geweest.
[benadeelde 14]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangeefster.
In haar aangifte beschrijft [benadeelde 14] het signalement van de man die in haar woning in [plaats 5] is geweest en de rechtbank is van oordeel dat verdachte in dit signalement zou kunnen passen.
Het feit, waarvan [benadeelde 14] aangifte heeft gedaan, is gepleegd op 24 juli 2025 omstreeks 20.25 uur. Uit onderzoek aan de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon omstreeks 20.37 uur en 20.58 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 5] . Uit de aangifte volgt verder dat [benadeelde 14] een glas water voor de man had neergezet, dat de man heeft vastgepakt. Dit glas is onderzocht op DNA-sporen. De resultaten van dat onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van verdachte en een onbekend persoon dan wanneer de bemonstering DNA bevat van twee onbekende personen..
Gelet op het voorgaande, evenals de verklaring van verdachte dat hij bij het feit betrokken zou kunnen zijn, staat voor de rechtbank vast dat verdachte “de ophaler” is geweest.
[benadeelde 15]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangever.
Er ligt een aangifte van [benadeelde 15] en een getuigenverklaring van de buurman van [benadeelde 15] met daarin het signalement van de man die wegrende bij de woning van [benadeelde 15] in [plaats 5] . De rechtbank is van oordeel dat verdachte in dat signalement zou kunnen passen. Daar komt bij dat de telefoon van verdachte op 22 juli 2025 omstreeks 19.14 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 8] , zijnde in de directe omgeving van [plaats 5] . Ook is in deze telefoon een foto aangetroffen die afkomstig is van Snapchat. Op die foto is het scherm van een andere telefoon te zien, die de naam en het adres van [benadeelde 15] in [plaats 5] op de website van de telefoongids weergeeft. Gelet op het voorgaande, evenals de verklaring van verdachte dat hij bij het feit betrokken zou kunnen zijn, staat voor de rechtbank vast dat verdachte “de ophaler” is geweest.
[benadeelde 16]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangeefster.
[benadeelde 16] heeft in haar aangifte een signalement beschreven van de man die in de woning in [plaats 5] is geweest en de rechtbank is van oordeel dat verdachte in dit signalement zou kunnen passen.
Het feit is gepleegd op 24 juli 2025 tussen 17.45 uur en 19.16 uur. Uit onderzoek blijkt dat de telefoon van verdachte op 24 juli 2025 kort daarna, omstreeks 20.37 uur, aanstraalde op een zendmast in [plaats 5] . Ook is er in deze telefoon een foto aangetroffen, waarop de website van de telefoongids op het scherm van een andere telefoon is te zien. Er was gezocht op de naam “ [benadeelde 14] in [plaats 5] ” en de telefoongids gaf 6 resultaten, waaronder [benadeelde 14] in [plaats 5] aan [adres] , waar ook [benadeelde 16] woonachtig is.
Gelet op het voorgaande, evenals de verklaring van verdachte dat hij bij het feit betrokken zou kunnen zijn, staat voor de rechtbank vast dat verdachte “de ophaler” is geweest.
02-220431-25 – feit 2, primair
[benadeelde 5] , [benadeelde 12] , [benadeelde 17] en [benadeelde 18]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangevers. Bij [benadeelde 5] , [benadeelde 12] en [benadeelde 18] is verdachte herkend op de camerabeelden van de ringdeurbel en bij [benadeelde 17] is hij op heterdaad aangehouden als “ophaler”. Bovendien heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd.
[benadeelde 7]
Anders dan de verdediging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangever.
Uit de aangifte van [benadeelde 7] blijkt dat hij op 28 juli 2025 tussen 20.01 uur en 20.33 uur werd gebeld door een vrouw die meedeelde en dat zij agenten langs zou sturen, een en ander overeenkomstig de al eerder genoemde modus operandi.
Vast staat dat verdachte die bewuste dag in [plaats 3] was. Dit blijkt niet alleen uit de hierboven genoemde zaken van [benadeelde 12] en [benadeelde 1] , maar ook uit de gegevens op zijn telefoon. Daaruit blijkt dat de telefoon van verdachte die dag van 14.45 uur tot en met 22.53 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 3] .
Zoals hiervoor reeds is geoordeeld wijzen deze gedragingen erop dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het in dit geval niet tot een voltooid delict is gekomen door een omstandigheid die buiten de wil van verdachte en de mededaders lag. Aangever had immers de telefoonverbinding verbroken.
[benadeelde 8]
Anders dan de verdediging, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voornoemde aangever.
Uit de aangifte van [benadeelde 8] blijkt dat hij op 28 juli 2025 tussen 19.19 uur en 19.14 uur werd gebeld door een man van de recherche die meedeelde en dat hij agenten langs zou sturen, een en ander overeenkomstig de al eerder genoemde modus operandi.
Gelet op de hierboven genoemde zaken van [benadeelde 19] en [benadeelde 1] en de telefoon van verdachte die op 28 juli 2025 van 14.45 uur tot en met 22.53 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 3] , staat vast dat verdachte die bewuste dag in [plaats 3] was.
Zoals hiervoor reeds is geoordeeld wijzen deze gedragingen erop dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het in dit geval niet tot een voltooid delict is gekomen door een omstandigheid die buiten de wil van verdachte en de mededaders lag. Aangever vertrouwde het immers niet en had aangegeven dat hij geen contant geld of waardevolle spullen in huis had, waarna de “beller” de verbinding verbrak.
02-051433-26 – feit 1, primair
[benadeelde 13]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangever. Verdachte is op heterdaad aangehouden als “ophaler” en heeft een bekennende verklaring afgelegd.
[benadeelde 26]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangever.
In de aangifte is dezelfde modus operandi beschreven en een signalement van de man die in de woning in [plaats 6] is geweest, waarvan de rechtbank van oordeel is dat verdachte daarin zou kunnen passen. Uit de aangifte blijkt verder dat het feit is gepleegd op 25 juni 2025 tussen 17.15 uur en 17.42 uur. Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon op 25 juni 2025 omstreeks 16.16 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 6] . Bovendien heeft verdachte, nadat hij bij de politie werd geconfronteerd met de achtergebleven laptop, een bekennende verklaring afgelegd.
Gelet hierop staat voor de rechtbank vast dat verdachte de “ophaler” is geweest.
[benadeelde 25]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangeefster.
In de aangifte is dezelfde modus operandi beschreven en een signalement van de jongen die in de woning in [plaats 7] is geweest, waarvan de rechtbank van oordeel is dat verdachte daarin zou kunnen passen. Uit de aangifte blijkt verder dat het feit is gepleegd op 18 juli 2025 tussen 19.00 uur en 21.00 uur.
Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon op 18 juli 2025 kort daarvoor, rond 18.09 uur, aanstraalde op een zendmast in [plaats 7] . Vast staat dus dat verdachte in [plaats 7] is geweest. Net als in bovengenoemde zaak van [benadeelde 20] , waarin verdachte heeft bekend dat hij de “ophaler” was, stelde de man aan de deur zich aan [benadeelde 25] voor als “ [alias 2] ”. Ook de daarbij genoemde [code] is al eerder genoemd, in de zaak van [benadeelde 13] , waarin verdachte heeft bekend dat hij de “ophaler” was. Daar komt nog bij dat de “beller” zich, net als in zaak van [benadeelde 21] , aan [benadeelde 25] voorstelde als “ [alias 4] ”.
Gelet hierop staat voor de rechtbank vast dat verdachte de “ophaler” is geweest.
02-051433-26 – feit 2, primair
[benadeelde 22]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangeefster.
Uit de aangifte blijkt dat het feit is gepleegd op 25 juli 2025 omstreeks 18.19 uur, waarbij weer dezelfde modus operandi is beschreven en een signalement van de jongen die aan de deur van de woning in [plaats 8] is geweest, waarvan de rechtbank van oordeel is dat verdachte daarin zou passen. Uit het onderzoek naar de telefoon van verdachte blijkt dat deze telefoon op 25 juli 2025 rond 20.17 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 8] . Vast staat dus dat verdachte op de pleegdatum in [plaats 8] was. Daarbij komt dat de jongen aan de deur zich, net als in bovengenoemde zaak van [benadeelde 12] , waarin verdachte heeft bekend dat hij de “ophaler” was, zich aan [benadeelde 22] voorstelde als “ [alias 5] ”, of een naam die daar sterk op lijkt ( [alias 6] ). Ook de naam die de “beller” gebruikte, “ [alias 7] ”, is al eerder in de zaak van [benadeelde 5] gebruikt. In die zaak heeft verdachte bekend dat hij de “ophaler” was.
Gelet op het voorgaande staat voor de rechtbank vast dat verdachte de “ophaler” is geweest.
Zoals hiervoor reeds is geoordeeld wijzen deze gedragingen erop dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het in dit geval niet tot een voltooid delict is gekomen door een omstandigheid die buiten de wil van verdachte en de mededaders lag.
[benadeelde 22] vertrouwde het immers niet en vroeg verdachte om een legitimatiebewijs, waarna hij is weggelopen en de telefoonverbinding door de “beller” werd verbroken.
[benadeelde 9]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangeefster.
Uit de aangifte blijkt dat het feit is gepleegd op 28 juli 2025 tussen 19.30 uur en 19.33 uur, waarbij dezelfde modus operandi is beschreven. Vast staat dat verdachte in de woonplaats van [benadeelde 9] was. Uit onderzoek blijkt immers dat zijn telefoon op 28 juli 2025 van 14.45 uur tot en met 22.53 uur aanstraalde in [plaats 3] . Ook is er op de telefoon van verdachte een opgenomen telefoongesprek aangetroffen van de “beller”, waarin de straatnaam en het huisnummer van [benadeelde 9] worden genoemd.
Zoals hiervoor reeds is geoordeeld wijzen deze gedragingen erop dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het in dit geval niet tot een voltooid delict is gekomen door een omstandigheid die buiten de wil van verdachte en de mededaders lag.
[benadeelde 9] vertrouwde het immers niet en heeft de telefoonverbinding verbroken.
[benadeelde 10]
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het primaire feit ten aanzien van voormelde aangeefster.
Uit de aangifte blijkt dat het feit is gepleegd op 31 juli 2025 tussen 17.39 uur en 17.40 uur, waarin wederom dezelfde modus operandi is beschreven. Vast staat dat verdachte die dag in [plaats 4] , de woonplaats van [benadeelde 10] , was. Dit blijkt immers uit het feit dat zijn telefoon op 31 juli 2025 vanaf 15.22 uur aanstraalde op een zendmast in [plaats 4] . Daarnaast is verdachte later die dag op heterdaad is aangehouden als “ophaler” in de eerdergenoemde zaak van [benadeelde 17] .
Zoals hiervoor reeds is geoordeeld wijzen deze gedragingen erop dat de uitvoering van het voorgenomen plan al in gang was gezet en dat het in dit geval niet tot een voltooid delict is gekomen door een omstandigheid die buiten de wil van verdachte en de mededaders lag.
Ook [benadeelde 10] vertrouwde het al niet en verdachte was al aangehouden.
4.3.6
Feiten 3 en 4
02-051433-26 – feit 3
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft gepleegd, gelet op onder meer de bekennende verklaring van verdachte.
02-051433-26 – feit 4
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 4 en overweegt daartoe het volgende.
De rechtbank heeft weliswaar hierboven reeds vastgesteld dat verdachte degene is geweest die op 17 juli 2025 als “ophaler” in de woning van [benadeelde 11] en [benadeelde 11] - [benadeelde 6] is geweest, maar niet kan worden vastgesteld dat verdachte zich die dag ook de toegang heeft verschaft tot de internetbankierenomgeving van [benadeelde 11] en [benadeelde 11] - [benadeelde 6] . Uit de aangifte van [benadeelde 6] blijkt immers dat verdachte zou hebben geprobeerd om in te loggen op de website van de Rabobank, maar dat dit toen niet is gelukt. Hoewel op de telefoon van verdachte foto’s zijn aangetroffen, waarop is te zien dat er is ingelogd op de betreffende internetbankierenomgeving, dateren die foto’s van 18 juli 2025 en uit het dossier is niet af te leiden of het verdachte of een ander was die is binnengedrongen.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-220431-251.
primairin de periode 15 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 9] (gemeente Gilze-Rijen), [plaats 1] ( [plaats 10] ), en/of [plaats 5] ( [plaats 11] ), tezamen en in vereniging met anderen, geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes), die aan
- [benadeelde 24] ,
- [benadeelde 20] ,
- [benadeelde 6] ,
- [benadeelde 1]
- [benadeelde 23]
- [benadeelde 15] en/of
- [benadeelde 16]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen geld, sieraden en/of bankpassen onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 1] , [alias 2] , [alias 8] en/of [alias 9] van de politie en/of recherche,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn in de buurt en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en een code zal noemen om de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in een envelop te stoppen,
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
2.
primairin de periode 28 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 4] (gemeente Montferland) en/ [plaats 12] (gemeente [plaats 11] ), tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes), die aan
- [benadeelde 5] ,
- [benadeelde 12] ,
- [benadeelde 7] ,
- [benadeelde 8] ,
- [benadeelde 17] en/of
- [benadeelde 18]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die/de weg te nemen geld, sieraden en/of bankpassen onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 10] , [alias 11] , [alias 1] , [alias 6] , [alias 3] , [alias 12] en/of [alias 13] van de politie en/of recherche,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn in de buurt en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en een code zal noemen om vragen te stellen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in
een envelop te stoppen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
02-051433-261.
primairin de periode 25 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 te [plaats 6] (gemeente Meierijstad), [plaats 13] (gemeente Meierijstad) en/of [plaats 7] (gemeente Krimpenerwaard ), tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, sieraden, die aan
- [benadeelde 26] ,
- [benadeelde 13] en/of
- [benadeelde 25]
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en die weg te nemen sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 4] , [alias 2] , [alias 3] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche,
- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving inbrekers actief zijn en/of zijn aangehouden en/of zijn/haar naam en/of adres op een briefje is aangetroffen bij die inbrekers en dat er geld en/of sieraden meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of om foto’s van te maken,
- voornoemde personen mede te delen dat er een of meerdere collega’s zullen langskomen en/of een code zullen noemen om de goederen op te halen, te fotograferen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen,
- bij voornoemde personen langs te gaan en/of de code te noemen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
2.
primairin de periode 25 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 8] , [plaats 3] (gemeente Tilburg) en/of [plaats 4] (gemeente Montferland), tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of sieraden, die aan
- [benadeelde 22] ,
- [benadeelde 9] ,
- [benadeelde 10] ,
toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en dat/die weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels,
- die voornoemde personen (telefonisch) heeft benaderd onder de namen [alias 7] , [alias 16] en/of [alias 17] van de politie en/of recherche,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in hun omgeving inbrekers actief waren en/of waren aangehouden en/of dat zijn/haar adres en/of op een briefje en/of telefoons bij die inbrekers was aangetroffen en dat er waardevolle goederen en/of contant geld meegenomen moesten worden zodat deze veiliggesteld konden worden,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er een of meerdere collega’s langs zouden komen en/of een code zouden noemen om camera’s te plaatsen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen en/of
- bij die voornoemde personen is langsgegaan en/of de code heeft genoemd en/of heeft gevraagd om afgifte van voornoemde goederen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
op 28 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), tezamen in vereniging met anderen, een geldbedrag, dat aan een ander toebehoorde, te weten een geldbedrag van in totaal € 700 aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte, en zijn mededaders, met de weggenomen bankpas en pincode van voornoemde persoon het contante geldbedrag opgenomen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 276 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 maart 2026.
De officier van justitie heeft hierbij onder meer aansluiting gezocht bij de richtlijnen van het Openbaar Ministerie voor woninginbraken en rekening gehouden met de - strafmatigende - omstandigheid dat verdachte in een ander onderzoek is aangemerkt als slachtoffer van criminele uitbuiting.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit bij het bepalen van de straf onder meer rekening te houden met de ondergeschikte rol van verdachte binnen het geheel en het non-punishmentbeginsel. Gelet daarop bepleit zij te volstaan met een straf waarvan de duur gelijk is aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht, zonder een (zwaar) voorwaardelijk kader.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich in een periode van vijf weken samen met anderen meerdere malen schuldig gemaakt aan gekwalificeerde diefstal, waarbij hij tien slachtoffers heeft gemaakt en negen pogingen daartoe, waarbij de slachtoffers allemaal op hoge leeftijd waren. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal door met een gestolen pinpas een geldbedrag van € 700,= op te nemen.
De feiten zijn gepleegd door middel van de geraffineerde “babbeltruc”, waarbij verdachte de rol van “ophaler” en in twee gevallen ook de “pinner” heeft vervuld. De daders hebben zich voorgedaan als politieagenten om het vertrouwen van kwetsbare ouderen te winnen. Onder het valse voorwendsel dat hun geld en sieraden niet veilig zouden zijn vanwege actieve inbrekers bij wie hun woonadres als mogelijk inbraakadres zou zijn aangetroffen, hebben zij de slachtoffers bewogen, dan wel geprobeerd te bewegen, hun waardevolle bezittingen af te staan. In meerdere gevallen zijn daarbij ook sieraden weggenomen die voor de slachtoffers een emotionele waarde hadden. Dit betekent voor hen, naast een materieel verlies, ook een diep emotioneel verdriet.
De rechtbank acht het zeer kwalijk dat bij deze vorm van diefstal doelbewust oudere slachtoffers worden uitgekozen en dat daarbij op doortrapte en schaamteloze wijze misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hen dachten te mogen hebben. Met deze werkwijze wordt het gezag van en het vertrouwen in de politie aangetast en dit heeft een ontwrichtend effect op de samenleving. De rechtbank acht dit zeer ernstig en rekent dit verdachte ook aan.
Extra kwalijk is dat de feiten bij de slachtoffers thuis hebben plaatsgevonden. Het gevoel van veiligheid dat iedereen in en rond het eigen huis zou moeten hebben, is hierdoor ernstig geschaad. Verdachte heeft zijn eigen gewin voorop gesteld, zonder zich te bekommeren om de uitwerking van zijn daden op de slachtoffers.
Gelet op de ernst van de feiten en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd, kan hierop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie.
De rechtbank heeft onder meer kennisgenomen van het blanco strafblad van verdachte van 5 september 2025.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de omstandigheid dat verdachte in een ander strafrechtelijk onderzoek is aangemerkt als slachtoffer van criminele uitbuiting. Hiermee zal de rechtbank ook rekening houden, maar zij sluit zich ook aan bij wat de officier van justitie hierover naar voren heeft gebracht. Enerzijds is een beeld ontstaan van een jonge jongen van wie anderen misbruik hebben gemaakt, maar anderzijds is, gelet op zijn verklaringen bij de politie en op de zitting, ook sprake van eigen verwijtbaar handelen. Uit zijn verklaring lijkt te volgen dat het verdienen van geld zijn grootste motivatie is en niet de druk van anderen.
Verdachte heeft geen openheid van zaken willen geven en heeft niet het achterste van zijn tong laten zien.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 27 maart 2026. Daaruit leidt de rechtbank af dat verdachte het in [locatie] goed doet. Binnen de structuur die hem daar wordt geboden gaat het goed met onderwijs en groepsgenoten en is hij cognitief voldoende in staat om een diploma te halen. Vanuit de risicotaxatie komen echter ook zorgen naar voren, met name op de gebieden gezin, vrijetijdsbesteding en relaties. Ten aanzien van het gezin zal MST starten en de ouders van verdachte zijn hiervoor gemotiveerd en stellen zich meewerkend op. Op de zitting hebben zij dat ook bevestigd. Met betrekking tot de andere gebieden is de Raad van mening dat het belangrijk is dat de jeugdreclassering betrokken blijft. De Raad vindt het van belang dat er zicht komt op zijn vrijetijdsbesteding en dat verdachte inzicht geeft in wie zijn vrienden zijn. Ook vindt de Raad het van belang dat hij onderwijs volgt en meewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek. De Raad heeft daarom geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht en met daarnaast een voorwaardelijk deel met een proeftijd van twee jaar en met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht, het volgen van onderwijs, het meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek, het geven van inzicht in zijn sociale contacten en het meewerken aan hulpverlening.
De ter zitting aanwezige deskundigen van de jeugdreclassering hebben het recidiverisico ingeschat als hoog. Daarom vinden zij het eveneens van belang dat de jeugdreclassering betrokken blijft. Door de houding van verdachte lukt het niet om een echt gesprek met hem te voeren en daarom vinden zij het belangrijk dat er een persoonlijkheidsonderzoek wordt verricht. Verdachte is hiervoor aangemeld en MST is ook al gestart.
De rechtbank stelt vast dat verdachte 186 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst, maar deze schorsing is opgeheven. Verdachte heeft destijds aangegeven dat hij de schoringsvoorwaarden te streng vond en daarom liever zijn tijd in detentie uit wilde zitten.
Ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij bereid is om mee te werken aan de thans door de Raad geadviseerde voorwaarden, nu deze minder zwaar zijn dan destijds bij de schorsing.
Alles afwegende zal de rechtbank, in afwijking van de strafeis van de officier van justitie, aan verdachte opleggen een jeugddetentie van 216 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met de bijzondere voorwaarden, zoals geadviseerd door de Raad: een meldplicht, het volgen van onderwijs, het meewerken aan een persoonlijkheidsonderzoek, het geven van inzicht in zijn sociale contacten en het meewerken aan hulpverlening. De rechtbank acht deze voorwaarden noodzakelijk om het hoge recidiverisico in te perken. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank, mede gelet op de duur van het voorarrest, van oordeel dat een voorwaardelijk deel van drie maanden als stok achter de deur te fors is. Onder de gegeven omstandigheden acht zij een voorwaardelijk deel van één maand passend.

7.De benadeelde partijen

02-220431-25
De volgende benadeelde partijen vorderen een schadevergoeding voor feit 1:
  • [benadeelde 6]ter hoogte van € 3.500,00, waarvan € 2.500,00 aan materiële schade (sieraden) en € 1.000,00 aan immateriële schade;
  • [benadeelde 23]ter hoogte van € 3.240,97, waarvan € 2.615,97 aan materiële schade (sieraden) en € 625,00 aan immateriële schade;
  • [benadeelde 15]ter hoogte van € 6.000,00 aan materiële schade (contant geld);
  • [benadeelde 16]ter hoogte van € 1.000,00, waarvan € 500,00 aan materiële schade (sieraden) en € 500,00 aan immateriële schade.
De verdediging heeft verweer gevoerd. Zij heeft primair gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, omdat de beoordeling van de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert vanwege de onderlinge verdeling van de aansprakelijkheid. Het is niet reëel dat verdachte aansprakelijk wordt gehouden voor het gehele schadebedrag. Rekening moet worden gehouden met de beperkte rol van verdachte in het feitencomplex.
Subsidiair heeft de verdediging het volgende gesteld. De vordering van [benadeelde 6] dient te worden afgewezen, omdat het voegingsformulier is ingevuld door [benadeelde 27] en alleen [benadeelde 6] haar heeft gemachtigd. Verder moet de immateriële schade worden gematigd tot € 500,00.
De gevorderde materiële schade van [benadeelde 16] is onvoldoende onderbouwd, nu er een bon ontbreek. De verdediging refereert zich aan de schattingsbevoegdheid van de rechtbank.
[benadeelde 15] moet niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering, omdat het voegings-formulier is ingevuld door [persoon] en hij niet door [benadeelde 15] is gemachtigd. Ook is de vordering niet met stukken onderbouwd.
02-051433-26
De volgende benadeelde partijen vorderen een schadevergoeding voor respectievelijk feit 1 en feit 3:
  • [benadeelde 13]ter hoogte van € 2.022,50 aan materiële schade (sieraden);
  • [benadeelde 1]ter hoogte van € 700,00 aan materiële schade (geld).
De verdediging heeft zich voor wat betreft de toewijzing van de vorderingen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
02-220431-25 en 02-051433-26
De rechtbank heeft hiervoor al overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partijen en dat hij verplicht is hun schade te vergoeden, voor zover de schade rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.
Het primaire verweer van de verdediging, dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering vanwege - kort gezegd - de noodzaak van nader onderzoek naar de onderlinge verdeling van de aansprakelijkheid, wordt verworpen. Zoals hiervoor reeds is overwogen staat vast dat de benadeelde partijen schade hebben geleden en dat verdachte de feiten heeft begaan uit geldelijk gewin. De feiten zijn door verdachte in vereniging met zijn mededaders gepleegd en het uitgangspunt naar burgerlijk recht is dan dat verdachte en zijn mededaders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. De rechtbank ziet geen reden van dit uitgangspunt af te wijken, mede gegeven het feit dat geen aanknopingspunten aanwezig zijn om tot een andere verdeling te komen.
Materiële schade
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat [benadeelde 15] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Naast de omstandigheid dat het voegingsformulier is ingevuld door [persoon] en hij niet formeel is gemachtigd door [benadeelde 15] , acht de rechtbank de vordering voor nu onvoldoende onderbouwd. Daarvoor zou nader onderzoek nodig zijn en dat levert een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Ten aanzien van de overige benadeelde partijen zal de rechtbank de gevorderde materiële schade toewijzen en overweegt daartoe het volgende.
De gevorderde materiële schade van [benadeelde 1] blijkt genoegzaam uit het dossier. Vast staat immers dat verdachte met haar ontvreemde pinpas een geldbedrag van € 700,00 heeft opgenomen. Verdachte heeft dit ook bekend.
Daarnaast acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat de door de overige benadeelde partijen genoemde sieraden zijn ontvreemd. De betrouwbaarheid van de aangiftes heeft de verdediging overigens ook niet betwist. De benadeelde partijen hebben onmiddellijk na de ontvreemding aangifte bij de politie gedaan, waarbij zij ook een gedetailleerde omschrijving hebben gegeven van de ontvreemde sieraden, waarbij in een aantal gevallen ook specifiek de namen en data zijn genoemd die zijn gegrafeerd in de sieraden. Sieraden zijn ook een gebruikelijk doelwit, gelet op de modus operandi van de zogeheten “babbeltruc”. Bovendien zijn er op de telefoon van verdachte ook veel foto’s van ontvreemde sieraden aangetroffen en heeft hij bevestigd dat hij sieraden in ontvangst heeft genomen.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partijen rechtstreeks materiële schade hebben geleden door de bewezenverklaarde feiten.
Ook de door de benadeelde partijen gevorderde bedragen acht de rechtbank voldoende onderbouwd dan wel aannemelijk. Zo zijn bij de vorderingen een waardetaxatie van een juwelier ( [benadeelde 13] ) en aankoopbewijzen ( [benadeelde 14] ) ingediend.
Het verweer van de verdediging ten aanzien van de vordering van [benadeelde 6] wordt verworpen.
Weliswaar is [benadeelde 27] , die het voegingsformulier heeft ingevuld, alleen gemachtigd door mevrouw [benadeelde 6] en niet door de heer [benadeelde 11] , maar de gevorderde schade omvat de sieraden van [benadeelde 6] . Gelet op de omschrijving van de ontvreemde sieraden, waaronder twee gouden trouwringen, acht de rechtbank het gevorderde bedrag aannemelijk.
Anders dan de verdediging acht de rechtbank het door [benadeelde 16] gevorderde bedrag voldoende onderbouwd dan wel aannemelijk. Gelet op de omschrijving van de ontvreemde sieraden, waaronder ook twee gouden trouwringen, acht de rechtbank het gevorderde bedrag van slechts € 500,00 allerzins aannemelijk. Bovendien zijn er bij de aangifte enkele foto’s van de ontvreemde sieraden overgelegd.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek is vergoeding van immateriële schade mogelijk, indien er sprake is van lichamelijk letsel of indien er sprake is van aantasting in eer of goede naam of indien er op andere wijze sprake is van aantasting in de persoon. De rechtbank begrijpt dat de vorderingen van de benadeelde partijen in deze zaak op deze laatste grondslag zijn gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting van de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonde nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van aantasting in de persoon. De rechtbank is van oordeel dat deze uitzonderlijke situatie zich in deze zaak voordoet. Dergelijke feiten veroorzaken naar hun aard gevoelens van onveiligheid, angst en wantrouwen, temeer nu het feit zich heeft afgespeeld in de directe leefomgeving van de benadeelde partijen. Er is binnengedrongen in hun woning waar zij zich veilig zouden moeten voelen. Bovendien gaat het om kwetsbare personen die al op leeftijd zijn en er is op een listige wijze misbruik gemaakt van hun vertrouwen. Door de benadeelde partijen is naar het oordeel van de rechtbank ook voldoende onderbouwd welke nadelige psychische gevolgen het incident voor hen hebben gehad. Gelet daarop acht de rechtbank een vergoeding van € 500,00 billijk voor iedere benadeelde partij die immateriële schade heeft gevorderd.
De benadeelde partijen die een hoger bedrag hebben gevorderd, worden voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering. Daarvoor is nader onderzoek nodig en dat levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. Voor dat deel van de vordering kunnen zij naar de burgerlijke rechter.
Conclusie
Het voorgaande leidt ertoe dat de volgende bedragen worden toegewezen:
  • [benadeelde 6] :€ 3.000,00, waarvan € 2.500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade;
  • [benadeelde 23] :€ 3.115,97 , waarvan € 2.615,97 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade;
  • [benadeelde 16]: € 1.000,00, waarvan € 500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade.
  • [benadeelde 13]: € 2.022,50 aan materiële schade;
  • [benadeelde 1]: € 700,00 aan materiële schade.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van de toegekende schadebedragen. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen over de toegekende bedragen vanaf het tijdstip, waarop het feit per benadeelde partij is gepleegd. De verschillende data staan hieronder in het dictum weergegeven.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte de feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Dat verdachte een andere rol heeft gehad in het feitencomplex dan zijn mededaders staat niet eraan in de weg dat zij civielrechtelijk ieder voor het geheel van de schade aansprakelijk zijn. De rechtbank heeft bovendien al geoordeeld dat iedere handeling in het feitencomplex in dienst stond van het uiteindelijk doel en dat zonder de rol van de ene dader de navolgende handeling niet kon plaatsvinden, waardoor zij ieder, dus ook verdachte, een essentiële en onmisbare rol in het geheel hebben vertegenwoordigd. Daarom zal de rechtbank de vorderingen en de schade- vergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover de bedragen door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

8.Het beslag

02-220431-25
Het volgende in beslag genomen voorwerp is vatbaar voor verbeurdverklaring, nu gebleken is dat de feiten zijn begaan met behulp van dat voorwerp:
- iPhone 8 met goednummer PL2000-2025199326-G2889715.
Anders dan de verdediging, acht de rechtbank het volgende in beslag genomen voorwerp eveneens vatbaar voor verbeurdverklaring:
- witte iPhone 14 Pro met goednummer PL2000-2025199326-G2889711.
De verdediging heeft bepleit tot teruggave aan verdachte van deze telefoon, nu de feiten niet met behulp van deze telefoon zouden zijn begaan en de foto’s en video’s op deze telefoon van de stapels geld en sieraden slechts automatisch via de iCloud vanuit de iPhone 8 naar deze telefoon zijn gesynchroniseerd.
De rechtbank is echter van oordeel dat de betreffende foto’s en video’s nu eenmaal op de iPhone 14 zijn aangetroffen en, gelet op de context van het geheel, acht de rechtbank het ongecontroleerde bezit van dergelijk materiaal op de telefoon in strijd met het algemeen belang. Daar komt bij dat er op deze telefoon ook telefoongesprekken zijn aangetroffen, waarvan de inhoud betrekking heeft op de feiten die zijn gepleegd. Telefoongesprekken worden niet automatisch via de iCloud gesynchroniseerd. Dit wijst erop dat ook de iPhone 14 gebruikt is voor het plegen van de feiten.
02-051433-26
De volgende in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat is gebleken dat de feiten zijn begaan met behulp van deze voorwerpen:
  • telefoon met goednummer BZAN2874;
  • zwarte laptoptas met daarin twee notitieblokken, wit, met goednummer BZAN2876.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
02-051433-26
-
spreekt verdachte vrijvan het ten laste gelegde feit 4;
Bewezenverklaring
02-220431-25 en 02-051433-26
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-220431-25
feit 1, primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
feit 2, primair: een poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
02-051433-26
feit 1, primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
feit 2, primair: een poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid of door een samenweefsel van verdichtsels, meermalen gepleegd;
feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutels;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een jeugddetentie van 216 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat
de tijddie verdachte voor de tenuitvoerlegging van de uitspraak in
voorarrestheeft doorgebracht
in minderingwordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie;
- bepaalt dat de
voorwaardelijkejeugddetentie
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen van de jeugdreclassering en meewerkt aan bezoeken, zo vaak als de jeugdreclassering dit nodig acht;
* dat verdachte meewerkt aan de persoonlijkheidsonderzoek;
* dat verdachte meewerkt aan de door de jeugdreclassering noodzakelijk geachte (vormen van) hulpverlening;
* dat verdachte meewerkt aan het hebben en behouden van een zinvolle en gestructureerde vrijetijdsbesteding;
* dat verdachte inzicht geeft in zijn sociale contacten;
- waarbij van rechtswege geldt:
* dat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- geeft aan de gecertificeerde instelling te weten Jeugdbescherming Brabant, te Etten-Leur, de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de minderjarige ten behoeve daarvan te begeleiden;
Benadeelde partijen
02-220431-25
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen:
* [benadeelde 6] van € 3.000,00, waarvan € 2.500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 23] van € 3.115,97, waarvan € 2.615,97 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 16] van € 1.000,00, waarvan € 500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 6] en [benadeelde 23] in het overige gedeelte van hun vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat hun vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 15] niet-ontvankelijk in zijn vordering en bepaalt dat zijn vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
02-051433-26
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partijen:
* [benadeelde 1] van € 700,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 13] van € 2.022,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
Schadevergoedingsmaatregel
02-220431-25
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen:
* [benadeelde 6] van € 3.000,00, waarvan € 2.500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 23] van € 3.115,97, waarvan € 2.615,97 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 16] van € 1.000,00, waarvan € 500,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling geen gijzeling wordt toegepast;
- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
02-051433-26
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen:
* [benadeelde 1] van € 700,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 juli 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 13] van € 2.022,50 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling geen gijzeling wordt toegepast;
- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Beslag
- verklaart de volgende in beslag genomen voorwerpen verbeurd:

02-220431-25

  • iPhone 8 met goednummer PL2000-2025199326-G2889715;
  • witte iPhone 14 met goednummer PL2000-2025199326-G2889711;
02-051433-26
  • telefoon met goednummer BZAN2874;
  • zwarte laptoptas met daarin twee notitieblokken met goednummer BZAN2876;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. I.M.L. Felix en mr. S.C.S. van Bree, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen , griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 april 2026.
Bijlage I
De tenlasteleggingen
02-220431-251.
hij in de periode op of omstreeks 15 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 9] (gemeente Gilze -Rijen), [plaats 1] ( [plaats 10] ), [plaats 14] (gemeente Nissewaard), [plaats 15] (gemeente Voorne), [plaats 5] ( [plaats 11] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes), in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan
- [benadeelde 24] ,
- [benadeelde 20] ,
- [benadeelde 6] ,
- [benadeelde 2] ,
- [benadeelde 3]
- [benadeelde 1]
- [benadeelde 23]
- [benadeelde 15] en/of
- [benadeelde 16]
in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen geld, sieraden en/of bankpassen onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 1] , [alias 18] , [alias 2] , [alias 19] , [alias 8] en/of [alias 9] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn in de buurt en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en/of een code zal noemen om de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in een envelop te stoppen,
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode op of omstreeks 15 juli 2025 tot en met 29 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 9] (gemeente Gilze -Rijen), [plaats 1] ( [plaats 10] ), [plaats 14] (gemeente Nissewaard), [plaats 15] (gemeente Voorne), [plaats 5] ( [plaats 11] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 24] ,
- [benadeelde 20] ,
- [benadeelde 6] ,
- [benadeelde 2] ,
- [benadeelde 3]
- [benadeelde 1]
- [benadeelde 23]
- [benadeelde 15] en/of
- [benadeelde 16]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes) door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 1] , [alias 18] , [alias 2] , [alias 19] , [alias 8] en/of [alias 9] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden,
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en/of een code zal noemen om de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in een envelop te stoppen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
( art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij in de periode op of omstreeks 28 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 4] (gemeente Montferland), [plaats 5] (gemeente [plaats 11] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes), in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan
- [benadeelde 5] ,
- [benadeelde 12] ,
- [benadeelde 7] ,
- [benadeelde 4] ,
- [benadeelde 8] ,
- [benadeelde 17] en/of
- [benadeelde 18]
in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen geld, sieraden en/of bankpassen onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 10] , [alias 11] , [alias 1] , [alias 6] , [alias 3] , [alias 12] en/of [alias 13] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn in de buurt en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en/of een code zal noemen om vragen te stellen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in
een envelop te stoppen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode op of omstreeks 28 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 4] (gemeente Montferland), [plaats 5] (gemeente [plaats 11] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 5] ,
- [benadeelde 12] ,
- [benadeelde 7] ,
- [benadeelde 4] ,
- [benadeelde 8] ,
- [benadeelde 17] en/of
- [benadeelde 18]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk geld, sieraden en/of bankpassen (met pincodes) door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 10] , [alias 11] , [alias 1] , [alias 6] , [alias 3] , [alias 12] en/of [alias 13] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent,
- voornoemde personen mede te delen dat er inbrekers actief zijn in de buurt en/of zijn aangehouden en dat er waardevolle goederen, bankpassen en/of contant geld
meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of voor de verzekering en/of bankpassen geblokkeerd moeten worden en/of vernieuwd moeten worden
- voornoemde personen te vragen naar de pincode(s) en/of te vragen om de pincode(s) in te spreken,
- voornoemde personen mede te delen dat een collega zal langskomen en/of een code zal noemen om vragen te stellen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of in een envelop te stoppen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
02-051433-261.
hij, in de periode op of omstreeks 25 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 te [plaats 6] (gemeente Meierijstad), [plaats 13] (gemeente Meierijstad), [plaats 7] (gemeente [plaats 10] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, sieraden, in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan
- [benadeelde 26] ,
- [benadeelde 13] en/of
- [benadeelde 25]
in elk geval aan een ander toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 4] , [alias 2] , [alias 3] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent en/of medewerker van recherche,
- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving inbrekers actief zijn en/of zijn aangehouden en/of zijn/haar naam en/of adres op een briefje is aangetroffen bij die inbrekers en dat er geld en/of sieraden meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of om foto’s van te maken,
- voornoemde personen mede te delen dat er een of meerdere collega’s zullen langskomen en/of een code zullen noemen om de goederen op te halen, te fotograferen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen,
- bij voornoemde personen langs te gaan en/of de code te noemen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in de periode op of omstreeks 25 juni 2025 tot en met 18 juli 2025 te [plaats 6] (gemeente Meierijstad), [plaats 13] (gemeente Meierijstad), [plaats 7] (gemeente [plaats 10] ) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 26] ,
- [benadeelde 13] en/of
- [benadeelde 25]
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk sieraden, door
- voornoemde personen (telefonisch) te benaderen onder de namen [alias 4] , [alias 2] , [alias 3] en/of [alias 14] van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid als politieagent en/of medewerker van recherche,
- voornoemde personen mede te delen dat er in hun omgeving inbrekers actief zijn en/of zijn aangehouden en/of zijn/haar naam en/of adres op een briefje is aangetroffen bij die inbrekers en dat er geld en/of sieraden meegenomen moeten worden om veilig te stellen en/of om foto’s van te maken,
- voornoemde personen mede te delen dat er een of meerdere collega’s zullen langskomen en/of een code zullen noemen om de goederen op te halen, te fotograferen en/of veilig te stellen,
- voornoemde personen te vragen om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen,
- bij voornoemde personen langs te gaan en/of de code te noemen en/of
- voornoemde goederen in ontvangst te nemen en/of mee te nemen
waardoor de slachtoffers werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
( art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij, in de periode op of omstreeks 25 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 8] , [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 4] (gemeente Montferland) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of sieraden, in elk geval enige goederen die geheel of ten dele aan
- [benadeelde 22] ,
- [benadeelde 9] ,
- [benadeelde 5] en/of
- [benadeelde 10] ,
in elk geval aan een ander toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die/de weg te nemen geld en/of sieraden onder zijn bereik te brengen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- die voornoemde personen (telefonisch) heeft benaderd onder de namen [alias 15] , [alias 16] , [alias 17] , [alias 10] , [alias 11] Baar van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid van politieagent en/of medewerker van de recherche,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in hun omgeving inbrekers actief waren en/of waren aangehouden en/of dat zijn/haar adres en/of op een briefje en/of telefoons bij die inbrekers was aangetroffen en dat er waardevolle goederen en/of contant geld meegenomen moesten worden zodat deze veilig gesteld konden worden,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er een of meerdere collega’s langs zouden komen en/of een code zouden noemen om camera’s te plaatsen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen en/of
- bij die voornoemde personen is langsgegaan en/of de code heeft genoemd en/of heeft gevraagd om afgifte van voornoemde goederen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in de periode op of omstreeks 25 juli 2025 tot en met 31 juli 2025 te [plaats 8] , [plaats 3] (gemeente Tilburg), [plaats 4] (gemeente Montferland) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [benadeelde 22] ,
- [benadeelde 9] ,
- [benadeelde 5] en/of
- [benadeelde 10] ,
heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, namelijk geld en/of sieraden
- die voornoemde personen (telefonisch) heeft benaderd onder de namen [alias 15] , [alias 16] , [alias 17] , [alias 10] , [alias 11] Baar van de politie en/of recherche, althans onder de hoedanigheid van politieagent en/of medewerker van de recherche,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er in hun omgeving inbrekers actief waren en/of waren aangehouden en/of dat zijn/haar adres en/of op een briefje en/of telefoons bij die inbrekers was aangetroffen en dat er waardevolle goederen en/of contant geld meegenomen moesten worden zodat deze veilig gesteld konden worden,
- die voornoemde personen heeft medegedeeld dat er een of meerdere collega’s langs zouden komen en/of een code zouden noemen om camera’s te plaatsen en/of de goederen op te halen en/of veilig te stellen,
- die voornoemde personen heeft gevraagd om voornoemde goederen te verzamelen en/of klaar te leggen en/of in een envelop te doen en/of
- bij die voornoemde personen is langsgegaan en/of de code heeft genoemd en/of heeft gevraagd om afgifte van voornoemde goederen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
3.
hij, op of omstreeks 28 juli 2025 te [plaats 3] (gemeente Tilburg) en/of [plaats 16] , althans in Nederland, tezamen in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander toebehoorden, te weten een geldbedrag van in totaal €700 aan [benadeelde 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, immers heeft verdachte, en/of zijn mededaders, met de weggenomen bankpas en/of pincode van voornoemde persoon contante geldbedragen opgenomen;
( art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
4.
hij, op of omstreeks 17 juli 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 16] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een of meer geautomatiseerd(e) werk(en), te weten een of meerdere computersystemen, webservers en/of netwerken toebehorende aan de Rabobank, althans in een deel daarvan, waarop de internetbankieren omgeving van [benadeelde 11] en/of [benadeelde 6] wordt gehost, althans bereikbaar is, is binnengedrongen waarbij hij, verdachte de toegang heeft verworven tot de geautomatiseerde werken
- met behulp van valse sleutels, te weten de (inlog)gegevens voor het internetbankieren (te weten de gebruikersnaam en/of het wachtwoord) van/bij de Rabobank en/of
- door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten als zijnde een geautoriseerde klant en/of rekeninghouder (van de betreffende bankrekening) van de Rabobank,
(betreft het wederrechtelijk binnendringen in de internetbankieren omgeving van een of meer bankrekeningen toebehorende aan voornoemde persoon).
( art 138ab lid 1 Wetboek van Strafrecht )