ECLI:NL:RBZWB:2026:3129
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 wegens onjuiste vaststelling
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020. De inspecteur had het verzoek om ambtshalve vermindering van de aanslag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 behandeld, waarbij belanghebbende niet is verschenen, maar correct was uitgenodigd.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is omdat het beroepschrift tijdig op de post is gedaan en binnen de wettelijke termijn is ontvangen. De inspecteur heeft de aanslag op 1 oktober 2025 verminderd met €947 vanwege scholingsuitgaven, waardoor het beroep in zoverre gegrond is.
Belanghebbende stelde verder te beschikken over diplomatieke status, wat volgens hem tot vernietiging van de aanslag zou moeten leiden wegens schending van diverse wettelijke bepalingen. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende dit niet aannemelijk heeft gemaakt en dat de aanslag, zoals verminderd, correct is vastgesteld. De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd en de aanslag blijft in stand zoals verminderd. De inspecteur moet het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag IB/PVV 2020 bevestigd zoals verminderd door de inspecteur.