ECLI:NL:RBZWB:2026:3128
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020
Belanghebbende, een zelfstandig ondernemer, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2020, waarin de inspecteur de helft van een TOZO-uitkering niet tot haar belastbaar inkomen rekende maar aan haar partner toerekende.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag naar de juiste hoogte is vastgesteld. Vanwege het verbod op reformatio in peius kan de aanslag niet worden verhoogd zoals belanghebbende verzocht, en zij bracht geen gronden aan die tot verlaging zouden leiden.
Ook het bezwaar tegen de belastingrente wordt ongegrond verklaard, omdat belanghebbende geen zelfstandige gronden tegen de belastingrente aanvoerde. De aanslag en de belastingrente blijven derhalve ongewijzigd.
De rechtbank wijst erop dat belanghebbende het griffierecht niet terugkrijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers en griffier Y. de Vos op 17 april 2026 te Breda.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag IB/PVV 2020 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.