Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen
[eisers] , uit [woonplaats] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena, het college
Samenvatting
.Eisers krijgen dus gelijk en het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd, waarna het college een nieuw besluit moet nemen op het handhavingsverzoek van eisers.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- De grondwallen hebben een hoogte van ongeveer 50 centimeter aan de straatkant. De hoogte neemt af richting de polder.
- Op het perceel van eisers bevinden zich geen bijgebouwen of beplantingen die het zicht van eisers beperken.
- Het zicht van eisers wordt nauwelijks beperkt door gebouwen of bijgebouwen op de naastgelegen percelen.
- Vanuit het perceel van eisers zijn hoge bomen zichtbaar. Eisers merken op dat het handhavingsverzoek onder andere op deze bomen toeziet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
(..)