Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3099

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 maart 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
C/02/444158 / FA RK 26-310
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 lid 1 onder a EU-Verordening 2019/1111Art. 265 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 1:253r BWArt. 1:253q BWArt. 15 Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tijdelijke voogdij over Oekraïense minderjarige door Stichting Nidos

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 maart 2026 een beschikking gegeven betreffende de tijdelijke voogdij over een minderjarige uit Oekraïne, die sinds 13 januari 2026 in Nederland verblijft. Stichting Nidos, een gecertificeerde instelling, heeft het verzoek ingediend en verklaard bereid te zijn de tijdelijke voogdij te aanvaarden.

De rechtbank oordeelt bevoegd te zijn op grond van Brussel II ter en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en past Nederlands recht toe conform het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996. De minderjarige heeft geen behoefte aan een mondelinge behandeling kenbaar gemaakt, zodat de zaak op de stukken is afgedaan.

De minderjarige verblijft sinds kort in Nederland, heeft sporadisch contact met zijn moeder die psychische problemen heeft, en geen contact met zijn vader. Hij is door de politie aangehouden na een poging tot diefstal. De rechtbank benoemt Stichting Nidos tot tijdelijke voogd en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: Stichting Nidos wordt benoemd tot tijdelijke voogd over de Oekraïense minderjarige en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- Jeugdrecht
Zittingslocatie: Breda
Zaakgegevens: C/02/444158 / FA RK 26-310
Datum uitspraak: 17 maart 2026
beschikking betreffende voorziening tijdelijke voogdij
in de zaak van
STICHTING NIDOS UTRECHT,
de Gecertificeerde Instelling, hierna te noemen de GI,
gevestigd te Utrecht,
betreffende de minderjarige
[de minderjarige],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008,
thans verblijvende op het [adres] ,
hierna te noemen de minderjarige.
1. Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 16 januari 2026, ingekomen bij de griffie op
19 januari 2026;
- de bereidverklaring van de GI tot aanvaarding van de tijdelijke voogdij over de minderjarige van 16 januari 2026;
- de brief van de griffier van de rechtbank van 20 januari 2026 aan de minderjarige.

2.Het verzoek

Het verzoek strekt tot voorziening in de tijdelijke voogdij over de minderjarige. Verzocht wordt de maatregel uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.De beoordeling

3.1
Op grond van artikel 15 lid 1 onder Pro a van de EU-Verordening 2019/1111 van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (hierna: Brussel II ter), is de Nederlandse rechter bevoegd het verzoek van de GI te beoordelen, nu de minderjarige op het moment van de indiening van het verzoek zich in Nederland bevindt en het een tijdelijke spoedmaatregel betreft.
3.2
Op grond van artikel 265 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van de minderjarige of, bij gebreke van een woonplaats in Nederland, van het werkelijk verblijf van de minderjarige, bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda is aangewezen als zogenaamde concentratierechtbank om verzoeken betreffende de voogdij over de alleenreizende minderjarige kinderen uit Oekraïne te behandelen. Zoals blijkt uit het verzoek van de GI stemt de minderjarige in met de bevoegdheid van deze rechtbank. De rechtbank acht zich dan ook bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
3.3
Het toepasselijk recht dient te worden vastgesteld aan de hand van het Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen, Trb. 1997, 299, oftewel het Haag Kinderbeschermingsverdrag 1996 (hierna: HKBV 1996). Op grond van artikel 15 HKBV Pro 1996 wordt het Nederlands recht toegepast op het verzoek.
3.4
De griffier van de rechtbank heeft de minderjarige een (vertaalde) brief gestuurd met het verzoek om binnen twee weken aan te geven of er behoefte bestaat aan een mondelinge behandeling van het verzoek. Ook is in deze brief aangegeven dat als de rechtbank geen bericht ontvangt ervan wordt uitgegaan dat er geen mondelinge behandeling is gewenst. Nu de rechtbank geen bericht terug heeft ontvangen, zal de zaak op de stukken worden afgedaan.
3.5
De rechtbank overweegt dat op het verzoek van toepassing is het bepaalde in artikel 1:253r juncto 1:253q van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ingevolge deze bepalingen wordt het gezag van een ouder van rechtswege geschorst op het moment dat de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeren het gezag uit te oefenen of het bestaan of de verblijfplaats van de ouder of de ouders die het gezag uitoefenen, onbekend is. Voor zover hier van belang benoemt de rechtbank in dit geval op verzoek van de GI een voogd.
3.6
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de minderjarige op 13 januari 2026 in Nederland is aangekomen. De moeder van de minderjarige is [de moeder] . Zij is geboren op [geboortedag 2] 1987 in [geboorteplaats] . De vader van de minderjarige is [de vader] . Hij is op een onbekende datum in Oekraïne geboren. De moeder verblijft in Oekraïne. De minderjarige heeft af en toe contact met de moeder. Hij wil haar contactgegevens echter niet geven, omdat hij haar niet onbezorgd wil maken. Zijn moeder zou namelijk psychische problemen hebben. Met zijn vader heeft de minderjarige al heel lang geen contact meer. De minderjarige is zes maanden geleden uit huis in Oekraïne vertrokken. Hij heeft in de afgelopen drie maanden in diverse Europese landen verbleven. Hij is in Nederland door de politie aangehouden, toen hij bij de [winkel] een camera wilde stelen om van de verkoop daarvan zijn reis naar Duitsland te kunnen bekostigen. In Duitsland woont zijn familie en is er een bruiloft. De minderjarige komt over als een vriendelijke, beleefde jongen die heel goed onder woorden kan brengen wat hij denkt en wil. Hij luistert ook als je hem adviseert om zijn plannen nogmaals tegen het licht te houden en zich nu goed te laten informeren en te begeleiden door de mentoren bij de opvang zodat hij veilige en betere plannen kan maken.
3.7
Gelet op de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en de voornoemde bereidverklaring van de GI zal de rechtbank overgaan tot benoeming van de GI tot (tijdelijke) voogdes.

4.De beslissing

De rechtbank
benoemt over [de minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2008 tot tijdelijke voogdes:
de gecertificeerde instelling Stichting Nidos, gevestigd Maliebaan 99, 3581 CH Utrecht;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te
's-Hertogenbosch
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.