Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige, die reeds op 6 maart 2026 voor twee weken was ingesteld. De moeder had zonder toestemming van de rechtbank met de minderjarige en haar halfbroertje naar een andere woonplaats verhuisd, wat leidde tot een toename van de afstand tussen ouders en druk op de zorgregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 17 maart 2026 werden de ouders en vertegenwoordigers van de Raad en de gecertificeerde instelling gehoord. De vader en moeder stemden in met de ondertoezichtstelling, waarbij de moeder de verhuizing noodgedwongen had doorgezet en de vader grote zorgen uitte over het welzijn van de minderjarige.
De kinderrechter constateerde dat er geen nieuwe feiten waren die de eerdere spoedbeschikking zouden herroepen, maar dat de situatie ernstig genoeg was om de ondertoezichtstelling te verlengen tot 6 juni 2026. De verhuizing had geleid tot een onrustige opvoedomgeving, wegvallen van noodzakelijke hulpverlening en belemmerde omgang met de vader. De Raad krijgt de opdracht onderzoek te doen naar de impact van de verhuizing en passende maatregelen te nemen in het belang van de minderjarige.
Uitkomst: De voorlopige ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 6 juni 2026 wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.