ECLI:NL:RBZWB:2026:308
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar dit beroep is te laat ingediend. De rechtbank beoordeelt dat de beroepstermijn van zes weken, die begon te lopen na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar van 30 december 2024, is verstreken op 10 februari 2025.
Het beroepschrift is pas op 12 maart 2025 ontvangen en belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het tijdig op de post is gedaan. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. De door belanghebbende aangevoerde reden dat hij vertrouwde op een gegrondverklaring vanwege eerdere vergelijkbare zaken wordt niet als verschoonbaar beschouwd.
De rechtbank benadrukt dat de eerdere gegrondverklaringen betrekking hadden op andere parkeerlocaties en dat het bestreden bezwaar duidelijk ongegrond werd verklaard. Hierdoor is geen sprake van een niet aan belanghebbende toe te rekenen omstandigheid of geringe verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt het beroep niet inhoudelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.