Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA, ingediend op 28 februari 2022. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan capaciteitsproblemen bij verzekeringsartsen en dat het medisch-arbeidskundig onderzoek nog niet was afgerond. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, gezien het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 april 2026.