Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2:in de periode van 1 maart 2024 tot en met 30 juni 2024 [slachtoffer 1] heeft aangerand;
feit 3:in de periode van 1 maart 2024 tot en met 30 juni 2024 seksuele handelingen heeft verricht bij zijn cliënte [slachtoffer 1] ;
feit 4:in de periode van 1 december 2023 tot en met 30 april 2024 [slachtoffer 2] heeft aangerand;
feit 5:in de periode van 1 december 2023 tot en met 30 april 2024 seksuele handelingen heeft verricht bij zijn cliënte [slachtoffer 2] .
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
geheletenlastelegging/bewezenverklaring. Onderdelen daarvan mogen wel degelijk slechts op één enkele getuigenverklaring berusten. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor de ten laste gelegde gedragingen. In een zedenzaak is dus in principe voor het bewijs van de seksuele handelingen één getuigenverklaring genoeg, mits deze op bepaalde punten bevestigd wordt door andere bewijsmiddelen. Die bewijsmiddelen moeten afkomstig zijn uit een andere bron dan die ene getuigenverklaring.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd,
meermalen gepleegd;
met iemand die zich als cliënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd,
meermalen gepleegd;
een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte gedurende de proeftijd zijn behandeling bij De Waag of een soortgelijke forensisch zorgverlener, te bepalen door de reclassering, voortzet, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
5 jaar op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 1975, en slachtoffer [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 1997;
2 weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van
6 maanden;
ontzetverdachte van het
recht het beroepvan zorgverlener of een soortgelijke functie in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg uit te oefenen voor de duur van
vijf jaren;
de benadeelde partij [slachtoffer 1]van
€ 7.500,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der voldoening;
het slachtoffer[slachtoffer 1],
€ 7.500,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der voldoening;
62 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
het slachtoffer
€ 1.000,-te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 april 2024 tot aan de dag der voldoening;
10 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;