Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3061

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
02-009765-23
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 314a SvArt. 138ab SrArt. 326 SrArt. 311 SrArt. 234 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige bankhelpdeskfraude met medeplegen en diefstal

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 16 april 2026 uitspraak gedaan in een zaak over grootschalige bankhelpdeskfraude. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met anderen meerdere slachtoffers telefonisch te benaderen, zich voor te doen als bankmedewerkers en via listige kunstgrepen geld en bankpassen te verkrijgen. De fraude vond plaats tussen augustus 2022 en januari 2023.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was van oplichting, poging tot oplichting, computervredebreuk en diefstal van een laptop en bankpassen. De bewijsvoering bestond uit verklaringen van medeverdachten, verkeersgegevens van telefoons, en inhoud van in beslag genomen telefoons en laptops. De verdediging voerde onder meer bewijsuitsluiting aan, maar dit werd verworpen.

De rechtbank oordeelde dat verdachte planmatig en geraffineerd te werk ging, met aanzienlijke schade voor vooral oudere slachtoffers. Verdachte was ten tijde van de feiten 18 jaar, maar het adolescentenstrafrecht werd niet toegepast. Gezien de ernst van de feiten en de overschrijding van de redelijke termijn legde de rechtbank een gevangenisstraf van 20 maanden op, met aftrek van voorarrest.

Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan diverse benadeelden en banken, met hoofdelijkheid en wettelijke rente. Een in beslag genomen iPhone werd verbeurd verklaard. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere taakstraf werd afgewezen wegens het andere karakter van die zaak.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf en hoofdelijk aansprakelijk voor schadevergoedingen aan slachtoffers en banken.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-009765-23
Parketnummer TUL: 18-130924-21
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1]
,
raadsman mr. B.P.J.H. van de Luijtgaarden, advocaat te Roosendaal.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. Het onderzoek is gesloten op 16 april 2026.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 19 mei 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen
feit 1:in de periode van 30 augustus 2022 tot en met 28 december 2022 twaalf personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2:in de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd zeven personen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 3:in de periode van 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 computervredebreuk
heeft gepleegd;
feit 4:op 9 januari 2023 een Samsung laptop en bankpassen heeft weggenomen door
middel van bankhelpdeskfraude.
feit 5:op 9 januari 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij verzoekt verdachte wel partieel vrij te spreken van de computervredebreuk op de rekening van [aangever 1] (feit 4), omdat in die zaak niet vastgesteld kan worden dat verdachte en/of zijn medeverdachten hebben ingelogd op de rekening.
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feiten 1, 2, 3 en 4 en verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte een aandeel heeft gehad in de verschillende ten laste gelegde bankhelp-deskfraudes. Het enkele feit dat de telefoon van verdachte in een bepaald zendmastgebied aanstraalde of dat op de telefoon van verdachte leads en aliassen van bankmedewerkers zijn aangetroffen, is hiervoor onvoldoende. Verder wordt verzocht de verklaringen van
medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de politie van het bewijs uit te sluiten. De verdediging heeft geen gebruik kunnen maken van het ondervragingsrecht, nu zij zich bij de rechter-commissaris op hun verschoningsrecht hebben beroepen.
Ten slotte zoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van feit 5, nu er op de telefoon van verdachte geen datasets zijn aangetroffen en de persoonsgegevens gewoon via openbare internetbronnen beschikbaar zijn.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Algemeen
Deze zaak gaat over bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn tientallen meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast de ABN AMRO, de ING en de Rabobank hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is vervolgens strafrechtelijk onderzoek ‘Salford’ gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 34 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.
Modus operandi
Uit voornoemde aangiftes blijkt dat de daders steeds een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de aangevers geld afhandig te maken. De aangevers werden allemaal gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal over fraude, een verdachte transactie of een ander probleem met de bankrekening. Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat de bank hen wilde helpen om het geld veilig te stellen. De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en vaak doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. In meerdere gevallen moesten aangevers het programma Anydesk (of een soortgelijk remote control programma) installeren, waarmee de computer of een ander apparaat van de aangever op afstand kon worden overgenomen. Vervolgens moesten de aangevers inloggen in hun internetbankierenomgeving en geld overboeken naar een bepaalde rekening of een overboeking goedkeuren die al klaarstond. Indien Anydesk niet werd geïnstalleerd, werd de aangevers gevraagd geld naar een rekening over te boeken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee het geld veiligstelden. In werkelijkheid werd het geld overgemaakt naar een rekening van een money mule. In een aantal gevallen werd de aangevers verteld dat er iemand zou langskomen om hun bankpas(sen) op te halen. In die gevallen kwam er kort daarna ook daadwerkelijk een persoon aan de deur. Deze persoon nam de bankpas(sen) in ontvangst en ook de daarbij behorende pincode(s). In sommige gevallen werden ook andere waardevolle spullen meegenomen, zoals laptops en telefoons. Kort daarna werd dan met de bankpas(sen) geld gepind. Tegen de tijd dat de aangevers erachter kwamen dat er iets niet in orde was, was het leed al geschied.
Medeplegen/dadergroepBij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. Het regelen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het verkrijgen van toegang tot de bankrekeningen van de aangevers en het (laten) overboeken van geldbedragen van de bankrekeningen van de aangevers naar de bankrekeningen van money mules zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. In enkele gevallen moesten er ook nog bankpassen worden opgehaald en daarmee vervolgens geld worden opgenomen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.
In de gehele keten van voornoemde handelingen is het uiteindelijke doel om in korte tijd zoveel mogelijk geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een nauw en chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit het dossier blijkt dat deze planning, samenwerking en afstemming ook daadwerkelijk plaatsvonden. Zo waren op verschillende dagen meerdere personen tegelijkertijd op één locatie aanwezig, werden er leads voor elkaar klaargezet en werd er met elkaar doorverbonden.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat wanneer er in een zaak kan worden bewezen dat de verdachte tenminste één van de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de andere personen die op de locatie aanwezig waren, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waaraan de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.
Voltooid delict
De rechtbank gaat in zaken waarin de daadwerkelijke schade € 0,- bedraagt er vanuit dat de bank zelf de overboeking heeft tegengehouden voordat het op de tegenrekening is gestort, omdat zij voorzienend heeft opgetreden. Dat de schade €0,- bedraagt is in die gevallen dus te danken aan de alertheid van de bank en niet aan verdachte en/of haar medeverdachten. Gelet daarop gaat de rechtbank ook in die gevallen uit van een voltooid delict. De aangevers zijn in dat geval immers al bewogen tot het overmaken van geld naar een ander.
Aanknopingspunten voor deze dadergroep
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangeefster] . Zij werd op 16 september 2022 gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 1] , directeur van de Rabobank. Hij vertelde haar dat haar account was gehackt, dat er een lening was aangevraagd door ene [naam 2] en dat er al een bedrag van € 2.000,- klaar stond om overgeboekt te worden naar het buitenland. Aangeefster werd tijdens het gesprek doorverbonden met een collega van deze [naam 1] , ene [naam 3] , die als ICT-specialist bij de Rabobank zou werken. Aangeefster kreeg van hem de instructie om Anydesk te downloaden, vervolgens in te loggen in haar internetbankieromgeving en geld over te maken naar wat door deze [naam 3] een ‘kluisrekening’ werd genoemd. Aangeefster is daarna nog gebeld door ene [naam 4] , die als verzekeringsaccountmanager bij de Rabobank zou werken. In totaal heeft aangeefster een bedrag van € 50.370,- overgemaakt naar het [rekeningnummer] op naam van [omschrijving] .
Naar aanleiding van deze aangifte zijn de historische gegevens van het [telefoonnummer]
, waar aangeefster mee was gebeld, opgevraagd. Hieruit bleek dat het telefoonnummer hoorde bij een iPhone 11 met [IMEI-nummer] . Deze telefoon werd vaker voor bankhelpdeskfraude gebruikt. Er werden nog zeker zeven aangiftes gevonden, waarbij sprake was van een soortgelijke modus operandi. Van de iPhone 11 met [IMEI-nummer] werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Dit leidde tot een observatie van [adres 2] te [plaats 1] .
Op 9 januari 2023 is de politie binnengevallen in de woning van [medeverdachte 3] aan [adres 2] in [plaats 1] . Daar waren op dat moment [medeverdachte 3] , [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] aanwezig. [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 2] zaten op de bank achter de salontafel in de woonkamer. [medeverdachte 4] stond achter de bank. [medeverdachte 1] was die dag ook in de woning aanwezig geweest, maar was al weg toen de politie binnenviel.
In de woning van [medeverdachte 3] zijn meerdere laptops en telefoons in beslag genomen. In de woon-kamer was een soort ‘belcentrum’ ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Op de salontafel lagen twee opengeklapte laptops (een Acer laptop waarop ‘helpdesk’ stond en een HP laptop waarop een logo van ABN AMRO stond), een headset en vijf mobiele telefoons (een iPhone 11, een iPhone X, een iPhone SE, een iPhone 7 en een Alcatel). Op één van die telefoons (de iPhone 7) was al vijftig minuten een telefoongesprek gaande met [aangever 2] . Deze telefoon was verbonden met de headset die op de salontafel lag. [verdachte] had ten tijde van de inval een mobiele telefoon (een Samsung S9) vast. Bij [medeverdachte 2] werd ook nog een mobiele telefoon (een iPhone 11 met een hoesje met groene streepjes) aangetroffen. In een laptoptas die naast de bank stond, lagen meerdere simkaarten.
Op de laptops en de telefoons zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over bankhelpdeskfraude, belscripts, leads, namen (aliassen) van fictieve bankmedewerkers, Anydesk, Teamviewer en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules.
Gebruikte telefoons
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 4] de gebruiker was van de inbeslaggenomen iPhone 11 en iPhone X, [medeverdachte 3] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone SE en de iPhone 7, [verdachte] de gebruiker van de inbeslaggenomen Samsung S9 en [medeverdachte 2] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone 11 met het hoesje met groene streepjes.
In de woning van [medeverdachte 3] is ook nog een Alcatel telefoon aangetroffen. Ook deze telefoon is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen van wie deze telefoon was. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Gebruikte aliassen
De aangevers hebben allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Sommige aangevers hebben daarbij de naam (alias) van de betreffende medewerker genoemd. Een aantal van die aliassen (zoals [naam 5] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 6] ) is teruggevonden in de in beslag genomen telefoons. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze aliassen vaker in bankhelpdeskfraudezaken worden gebruikt en dus niet persoonsgebonden zijn. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
De verklaring van verdachte[verdachte] heeft zich zowel bij de politie als op zitting op zijn zwijgrecht beroepen. Drie medeverdachten, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] , hebben wel een uitgebreide en (deels) bekennende verklaring over hun betrokkenheid afgelegd. Zij hebben alle drie verklaard dat zij als beller betrokken zijn geweest bij meerdere van de hiervoor beschreven bankhelpdeskfraudes. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van een alias en hebben zij zich voorgedaan als een medewerker van de fraudeafdeling van de bank, Zij hebben gebruik gemaakt van het belscript dat op de laptop in de woning van [medeverdachte 3] is aangetroffen. Zij maakten deel uit van een groep. Die groep bestond vaak uit dezelfde personen. Op
6 januari 2023 en 9 januari 2023 hebben zij gebeld vanuit de woning van [medeverdachte 3] . Daarbij waren ook [medeverdachte 3] en [verdachte] aanwezig. Tijdens de inval op 9 januari 2023 waren zij aanwezig en volgens medeverdachte [medeverdachte 1] waren zij op 6 januari 2023 ook aanwezig.
Verder heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij samen met [verdachte] [aangever 2] heeft gebeld. Ook heeft hij de stem van [verdachte] herkend op het geluidsfragment van 22 oktober 2022, waarin [verdachte] zich uitgaf als bankmedewerker ‘Jan Willem Spijkman’.
De rechtbank kent veel gewicht toe aan de verklaringen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] en zal deze dan ook bij haar beoordeling gebruiken. Niet alleen hebben [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] zichzelf in aanzienlijke mate belast, maar hun gedetailleerde verklaringen worden ook ondersteund door onder andere de zendmastgegevens en de bevindingen uit het onderzoek aan de in beslag genomen telefoons.
Verzoek om bewijsuitsluiting van de verklaring van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
De verdediging heeft verzocht om de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] uit te sluiten van het bewijs, nu zij hen niet als getuigen heeft kunnen horen. Bij de rechter-commissaris hebben zij zich immers op hun verschoningsrecht beroepen.
De rechtbank overweegt dat een verdachte op grond van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) het recht heeft om getuigen in enig stadium van het geding op een behoorlijk en effectieve wijze te ondervragen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het Keskin-arrest geoordeeld dat aan dit recht nog meer gewicht toekomt, wanneer de te ondervragen getuige een voor de verdachte belastende verklaring heeft afgelegd. Uit het Keskin-arrest volgt voorts dat de omstandigheid dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, geen gebruik heeft kunnen maken van de mogelijkheid een getuige te ondervragen, er niet aan in de weg staat dat een door die getuige afgelegde verklaring voor het bewijs wordt gebezigd, mits voor de procedure in haar geheel is voldaan aan de eisen van een eerlijk proces, in het bijzonder doordat de bewezen-verklaring niet in beslissende mate op die verklaring wordt gebaseerd.
De rechtbank stelt vast dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de politie belastend hebben verklaard over [verdachte] en dat zij aldus als getuigen à charge moeten worden aangemerkt, op wie het bovenstaande van toepassing is. Het belang van de verdediging om deze getuigen te mogen horen, moet daarom worden verondersteld. De rechter-commissaris heeft in die lijn dan ook in een eerder stadium van het strafproces het verzoek van de verdediging toegewezen om [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] als getuigen te laten horen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben zich bij de rechter-commissaris echter op hun verschoningsrecht beroepen. Dit betekent dat de verdediging, ondanks het nodige initiatief daartoe, tot op heden geen reële en effectieve gelegenheid heeft gehad om de totstandkoming en de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] te toetsen. De rechtbank dient daarom, nu deze verklaringen wel voor de bewijsconstructie worden gebruikt, te toetsen of de procedure in haar geheel voldoet aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is. De verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn weliswaar van belang voor de bewijsconstructie in deze zaak, maar niet kan worden geconcludeerd dat de bewezenverklaring in beslissende mate op die verklaringen wordt gebaseerd. De
betrokkenheid van [verdachte] volgt ook uit ander objectief bewijsmateriaal, zoals de historische verkeersgegevens en de inhoud van de in beslag genomen telefoons. De aanwezigheid van dit steunbewijs maakt dat het gebruik van de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet ongeoorloofd is en niet onverenigbaar is met artikel 6 EVRM Pro. Het verweer wordt daarom verworpen.
Verzoek om bewijsuitsluiting van de stemherkenning van [verdachte] door [medeverdachte 2]
De betrokkenheid van [verdachte] is mede afgeleid uit een getapt telefoongesprek, waarin [medeverdachte 2] de stem van [verdachte] heeft herkend. De verdediging heeft verzocht om de stemherkenning van [verdachte] door [medeverdachte 2] uit te sluiten van het bewijs, nu deze niet betrouwbaar is.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Daarbij betrekt de rechtbank dat de stem van verdachte is herkend door een medeverdachte, die veel met hem is opgetrokken. Dat maakt dat [medeverdachte 2] juist iemand is die zo’n herkenning goed kan doen. De rechtbank acht de stemherkenning van [verdachte] door [medeverdachte 2] dan ook betrouwbaar en zal deze gebruiken voor het bewijs.
Feiten 1 en 2
Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van aangevers [aangeefster] , [aangever 1] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] en [aangever 7] (feit 1) en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 2] , [aangever 10] , [aangever 11] en [aangever 12] (feit 2)
Feit 1
Voor aangevers [aangever 1] , [aangever 7] , [aangeefster] , [aangever 5] en [aangever 4] geldt dat de telefoon van [verdachte] aanstraalt op dezelfde mast als de mast die wordt aangestraald door de telefoon waarmee aangevers zijn gebeld.
Voor aangever [aangever 5] geldt voorts dat er een afbeelding van de bankomgeving van de dochter van aangeefster op de telefoon van verdachte is aangetroffen.
Voor [aangever 1] geldt dat er een lead met zijn persoonsgegevens is aangetroffen op de telefoon van verdachte. Voor aangever [aangever 6] ten slotte geldt dat er een stemherkenning heeft plaatsgevonden.
Feit 2
Voor aangevers [aangever 10] en [aangever 9] geldt dat de telefoon van [verdachte] aanstraalt op dezelfde mast als de mast die wordt aangestraald door de telefoon waarmee aangevers zijn gebeld. Voor aangever [aangever 9] geldt daarnaast dat medeverdachte [medeverdachte 1] heeft aangegeven dat verdachte op deze dag aanwezig was.
Voor [aangever 2] geldt dat de telefoon van verdachte aanstraalt op een mast te [plaats 1] , de plaats waar ook de telefoon waarmee aangever is gebeld aanstraalt. Tevens heeft verdachte in zijn telefoon gezocht op ING [plaats 2] (aangever woont in [plaats 2] ). Tot slot stelt [medeverdachte 2] dat hij die dag heeft gebeld met verdachte.
Voor aangever [aangever 8] geldt dat er een afbeelding met persoonsgegevens van aangever op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen.
Voor aangever [aangever 11] geldt dat [medeverdachte 4] een lead van [aangever 11] deelt met [verdachte] .
Voor [aangever 12] geldt dat er is gebeld met de Alcatel in de omgeving [plaats 3] . De telefoons van [medeverdachte 4] en [verdachte] stralen hier ook aan.
Voor aangever [aangever 3] geldt dat er een screenshot van de bankomgeving van aangever is aangetroffen op de telefoon van verdachte.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 13] (feit 1), [aangever 14] (feit 1), [aangever 15] (feit 1), [aangever 16] (feit 1), [aangever 17] (feit 1) en [aangever 18] (feit 2)
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat [verdachte] betrokken is geweest bij de oplichtingen van aangevers [aangever 13] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] en [aangever 17] en bij de poging tot oplichting van [aangever 18] . De rechtbank zal hem dan ook hiervan vrijspreken
Feit 3
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is onder meer sprake wanneer iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met de verdachte accepteert. Op die manier heeft de verdachte toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij met een valse sleutel binnen op het netwerk van het slachtoffer.
Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en was daarmee onlosmakelijk verbonden. Door deze computervredebreuk werd de bancaire omgeving van aangevers zichtbaar en kon geld worden overgeboekt naar de moneymules. Nu de rechtbank bij verdachte tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van oplichting van aangevers [aangeefster] , [aangever 3] , [aangever 4] en de poging tot oplichting van aangevers [aangever 9] en [aangever 11] , komt zij in die gevallen daarom tevens tot een bewezenverklaring van het medeplegen van computervredebreuk.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 13] , [aangever 16] en [aangever 1]
De rechtbank zal, in het verlengde van het onder feit 1 overwogene, [verdachte] partieel vrijspreken van de computervredebreuk op de rekeningen van aangevers [aangever 13] en [aangever 16] .
De rechtbank zal verdachte ook partieel vrijspreken van de computervredebreuk op de rekening van [aangever 1] , nu het in die zaak slechts bij een poging is gebleven.
Feit 4Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank de diefstal van de Samsung laptop en de bankpassen van [aangever 2] wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] persoonsgegevens van meerdere aangevers en potentiële slachtoffers op zijn telefoon had staan en dat hij zich in die periode bezighield met bankhelpdeskfraude. [verdachte] wist ook dat de gegevens die hij voorhanden had, bestemd waren voor het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 Sr Pro. De rechtbank acht daarom het onder feit 5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Eendaadse samenloop feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 2, 3 en 4 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezenverklaarde gedragingen leveren immers een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, zodat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank zal hier in de strafoplegging rekening mee houden.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode
13 september 2022tot en met 28 december 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangeefster] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 150.370,-,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
€ 181.498,41,-,
- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 1.980,-,
- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 4.510,-,
- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 68.903,70,
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 6.019,73 en
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 24.250,-,
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening)en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;
2
in de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige
kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 8] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 10] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en
- [aangever 12] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen
internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
in de periode 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere servers toebehorende aan een bank
waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangeefster] ,
- [aangever 3] ,
- [aangever 4] ,
- [aangever 9] en
- [aangever 11]
wordt gehost, is binnengedrongen
b. door een technische ingreep, te weten,
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouders en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor hij, verdachte, en/of zijn
medeverdachtentoegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die personen/aangevers en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
4
op 9 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een Samsung laptop en pinpassen, die aan [aangever 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders
dieweg te nemen laptop en bankpassen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels door zich uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) te zeggen dat
- zakelijk weergegeven -
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 2] en
- dat de bankpassen van voornoemde [aangever 2] worden opgehaald en
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 2] en
- aan voornoemde [aangever 2] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet en
- naast de pinpassen ook te vragen of hij deze laptop en/of tablet ook mee mag nemen,
5
primair
in de periode van 19 oktober 2022 tot en met 9 januari 2023 in Nederland gegevens, te weten persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens
en/oftelefoonnummers
en/of
bankrekeningnummers en/of e-mailadressen, namelijk data van rechtspersonen heeft ontvangen
en/ofheeft overgedragen
en/ofheeft verspreid, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrij
fomschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 28 maanden met aftrek van het voorarrest.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij een bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals uitgebreid beschreven in het reclasseringsadvies. In aanvulling daarop moet ook worden meegewogen dat verdachte ten tijde van de feiten zeer jong was, namelijk 18 jaar, dat zijn rol in het geheel aanzienlijk anders was dan de rol van de medeverdachten, dat hij in voorarrest heeft gezeten en dat zijn voorlopige hechtenis pas in juli 2023 is geschorst. In de lange periode van schorsingstoezicht die daarop volgde, waarbij hij zich aan strenge schorsingsvoorwaarden heeft moeten houden, heeft verdachte positieve stappen gezet. Hij heeft werk en zorgt sinds het overlijden van zijn vader voor zijn moeder en broertje. Verder ziet de verdediging aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Gelet hierop en op het feit dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden, verzoekt de verdediging om een taakstraf op leggen, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke straf met een proeftijd van maximaal 1 jaar.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De veelal oudere slachtoffers werden telefonisch benaderd door één van de bellers van de dadergroep, die zich voordeed als (fraudehelpdesk-)medewerker van de bank en die de slachtoffers wijs maakte dat hun banktegoed gevaar liep. Op slinkse en geraffineerde wijze werden de slachtoffers vervolgens gemanipuleerd opdat zij hun geld overboekten naar zogenaamd ‘veilige rekeningen’, zijnde de rekeningen van money mules, of hun bankpassen en pincodes, en in enkele gevallen ook andere waardevolle spullen, meegaven. Hierna werden met die bankpassen aanzienlijke geldbedragen van de bankrekeningen gepind. Dit alles om maar één ding te bereiken: zoveel mogelijk geld verdienen. Verdachte en de medeverdachten hebben op geraffineerde en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van de goedheid van en het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers. Deze slachtoffers dachten dat zij door de handelingen op te volgen juist konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek het geval. Hun nachtmerrie werd uiteindelijk door toedoen van de verdachten alsnog werkelijkheid. Door deze manipulatieve, slinkse bankhelpdeskfraude is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast. De verdachten hebben zich hier niets van aangetrokken en hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin Meer in het algemeen zorgen dit soort strafbare feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij en ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Wel liep hij nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 1 maart 2026.
Hieruit blijkt dat verdachte een laag IQ heeft en gemakkelijk beïnvloedbaar is. Hij woont nog altijd bij zijn moeder, samen met zijn broertje. Hij heeft inmiddels een baan en inkomen. Hij heeft geen grote schulden, behalve een openstaande boete bij het CJIB, waarvoor hij inmiddels een betalingsregeling heeft getroffen. Het overlijden van zijn vader in 2024 lijkt hem te hebben wakker geschud en hem bewust gemaakt van zijn verantwoordelijkheden richting het gezin. De reclassering heeft weinig zicht gekregen op de bezigheden en het sociaal netwerk van verdachte vanwege zijn proceshouding. Verdachte zou door anderen zijn aangezet tot het plegen van strafbare feiten, maar hij heeft hier niets over willen verklaren, mede uit angst. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Omdat verdachte genoeg ondersteuning heeft bij hulpverlening buiten het gedwongen kader, wordt geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
Toepassing van het adolescentenstrafrecht?
Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 18 jaar oud en dus meerderjarig. Het uitgangspunt is dan de toepassing van het volwassenenstrafrecht. Op grond van artikel 77c Sr kan de rechtbank het jeugdstrafrecht (het adolescentenstrafrecht) toepassen voor verdachten tussen de 18 en 23 jaar, als de persoonlijkheid van de verdachte en/of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan daartoe aanleiding geven.
De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan geen aanknopingspunten om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Verdachte heeft zich gedurende langere tijd op meerdere momenten schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. Daarbij is verdachte zeer planmatig en geraffineerd te werk gegaan. Dit wijst op een pro-criminele levenshouding. De reclassering heeft bovendien ook geen adolescentenstrafrecht geadviseerd. De rechtbank zal daarom – conform het uitgangspunt – het volwassenenstrafrecht toepassen. De rechtbank zal in strafmatigende zin wel rekening houden met de jonge leeftijd van verdachte.
De overschrijding van de redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond
met een eindvonnis binnen twee jaar nadat die redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 10 januari 2023, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit vonnis wordt gewezen op 16 april 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn daarom in strafmatigende zin meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.
De op te leggen straf
Bankhelpdeskfraude is een veel voorkomend en zeer ingrijpend probleem, waarvan met name kwetsbare ouderen slachtoffer worden. Het plegen daarvan moet dan ook streng worden bestraft.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr.
Nu de rechtbank minder oplichtingen en pogingen tot oplichting bewezen acht, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden is en zij zal dit dan ook aan verdachte opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen iPhone wordt verbeurd verklaard. De iPhone is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat deze iPhone aan verdachte toebehoort en de bewezen feiten met behulp van deze iPhone zijn begaan.

8.De vorderingen van de benadeelde partijen

8.1.
Algemene uitgangspunten en overwegingen
8.1.1.
Materiële schade
Natuurlijke personen
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen die slachtoffer zijn van deze bewezenverklaarde feiten en dat hij verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te vergoeden. De hoogte van het toewijsbaar geachte bedrag zal hieronder per benadeelde partij worden besproken.
BankenDe ABN AMRO en de Rabobank hebben zich ook gevoegd als benadeelde partij in deze procedure en vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Deze vorderingen houden verband met de schadeloosstelling van hun klanten die slachtoffer zijn geworden van deze bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de banken zelf hebben uitgevoerd na meldingen van fraude door hun klanten.
De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte (de oplichting van de rekeninghouders) ook jegens de banken onrechtmatig is geweest. Er zijn geldbedragen weggenomen doordat overschrijvingsopdrachten in de internetbankierenomgeving van de banken door (toedoen van) verdachten zijn gegeven, dan wel doordat de klanten van de banken werden bewogen tot het afgeven van een pinpas en bijbehorende pincode, waarna het geld eenvoudig kon worden opgenomen. De banken hebben gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit onderzoekskosten en de vergoeding door de banken van de geldbedragen die zijn ontvreemd van de individuele rekeninghouders. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de banken te vergoeden.
De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vorderingen van de banken toewijzen die zien op de zaken waarbij verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokken-heid heeft gehad en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de bedragen die zijn opgenomen in de tabellen die als onderbouwing bij de vorderingen zijn gevoegd.
8.1.2.
Immateriële schade
Een tweetal benadeelde partijen, [aangever 1] en [aangever 5] , heeft ook immateriële schade gevorderd. De rechtbank zal deze benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in (dit deel van) hun vorderingen. De rechtbank wil met dit oordeel niets afdoen aan de impact die de strafbare feiten op de benadeelde partijen hebben gehad. Voor de toekenning van een schade-vergoeding vanwege geleden immateriële schade is echter vereist dat op basis van stukken kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Daarvan is in het onderhavige geval onvoldoende gebleken. Daarnaast is geen sprake van strafbare feiten op basis waarvan de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon reeds op grond daarvan kan worden aangenomen.
8.1.3.
Schadevergoedingsmaatregel
Vooruitlopend op de beoordeling van de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen, overweegt de rechtbank dat zij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dat betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van de ABN AMRO en de Rabobank. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.
8.1.4.
Wettelijke rente
Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Dit geldt ook voor de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen.
8.1.5.
Proceskosten
Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.
8.1.6.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoedingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van zijn mededaders is betaald, en andersom.
8.2.
De benadeelde partij [aangever 13] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 13] vordert een schadevergoeding van € 396,-, bestaande uit materiële schade (aanschaf nieuwe telefoon), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte zal worden vrijgesproken van de oplichting van de benadeelde partij. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
8.3.
De benadeelde partij [aangever 4] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 4] vordert een schadevergoeding van € 4.510,-, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
8.4.
De benadeelde partij [aangever 1] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 1] heeft twee verschillende vorderingen ingediend. Op zitting heeft de benadeelde partij aangegeven dat hij een schadevergoeding vordert van
€ 158.531,41, waarvan € 158.031,41 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 8.1.2. is overwogen, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft de immateriële schade.
8.5.
De benadeelde partij [aangever 5] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 5] vordert een schadevergoeding van € 34.331,05, waarvan
€ 34.281,05 aan materiële schade en € 150,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbankHoewel de vordering niet is voorzien van een volmacht, heeft de rechtbank geen redenen om eraan te twijfelen dat [aangever 5] volledig bevoegd is namens de [maatschap]
een vordering tot schadevergoeding in te dienen. Uit de aangifte blijkt dat [aangever 5] mede eigenaar is van de maatschap en ook mede namens de maatschap aangifte heeft gedaan. Dit is door de verdediging niet betwist.
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 34.261,10. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
De rechtbank zal de gevorderde reiskosten van € 19,95 afwijzen. Reiskosten naar het politiebureau om aangifte te doen of een nadere verklaring af te leggen zijn geen kosten die zijn gemaakt ‘ter vaststelling van aansprakelijkheid of schade’, zoals bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Deze reiskosten kunnen daarom niet als schade ten laste van verdachte worden gebracht.
Gelet op hetgeen hiervoor onder 8.1.2. is overwogen, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren voor wat betreft de immateriële schade.
8.6.
De benadeelde partij Rabobank (feit 1)
De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 97.015,74, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Deze materiële schade bestaat uit:
- uitbetaalde schadeloosstellingen € 94.975,74
- onderzoekskosten € 2.040,-
De rechtbank stelt vast dat de vordering van de Rabobank betrekking heeft op 21 zaken. Deze zaken komen allemaal terug in het onderzoek Salford.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaken van klanten [aangeefster] , [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 9] en [aangever 12] .
De Rabobank heeft uit coulance de door klanten [aangeefster] en [aangever 3] geleden schade vergoed. Het gaat om de volgende bedragen:
- [aangever 3] : € 1.980,-
- [aangeefster] : € 50.370,-
De Rabobank heeft daarnaast onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de vordering van de Rabobank toewijzen tot een bedrag van € 52.350,-
(€ 50.370,- plus € 1.980,-). De rechtbank zal daarnaast de gemaakte onderzoekskosten toewijzen. De Rabobank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank. Het gaat in totaal om een bedrag van € 480,- (4 uren x € 120,-).
8.7.
De benadeelde partij ABN AMRO (feit 1)
De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 5.014,77, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 360,- aan proceskosten wegens onderzoekskosten.
Deze materiële schade bestaat uit:
- uitbetaalde schadeloosstelling aan [aangever 19] : € 5.014,77
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaak van klant [aangever 6] . De ABN AMRO heeft in deze zaak alleen onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de gemaakte onderzoekskosten ad € 120,- (€ 360 gedeeld door 3) toewijzen. Op grond van artikel 6:96, tweede lid, aanhef onder b, BW komen deze onderzoekskosten voor vergoeding als vermogensschade in aanmerking. De ABN AMRO heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank.

9.De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke taakstraf van 30 uren die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de kantonrechter Noord-Nederland van
12 november 2021 ten uitvoer zal worden gelegd.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat dit een andersoortig en oud feit betreft en zij tenuitvoerlegging niet opportuun acht gelet op de straf die in deze zaak aan verdachte zal worden opgelegd.

10.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 45, 47, 55, 63, 138ab, 234, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van
feit 1:medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 2:medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 3:medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;
en
feit 4:medeplegen van diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder
zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
feit 5 primair:gegevens overdragen, verspreiden waarvan hij weet dat zij bestemd
zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 20 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
Benadeelde partijen
T.a.v. feit 1
[aangever 13]
- verklaart de benadeelde partij [aangever 13] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
[aangever 4]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 4] van € 4.510,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 4] , € 4.510,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 41 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 1]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 1] van € 158.031,41 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 20 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1] € 158.031,41 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 20 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 365 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 5]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 5] van € 34.261,10 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 december 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige gevorderde materiële schade af;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [aangever 5]
€ 34.261,10 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 6 december 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 172 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Rabobank
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank van € 10.960,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
ABN AMRO
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij ABN AMRO van € 120,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
Beslag
- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:
* 1 STK GSM (omschrijving: PL0100-2023008305-G1563913, merk: Samsung)
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, en mr. mr. P.A.M. Wijffels en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 april 2026.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 30 augustus 2022 tot en met 28
december 2022
te Breda, Valkenswaard, Deinum, Utrecht, Groningen, Weert, Winterswijk, Noordwijkerhout, Wijk en Aalburg, Achtmaal en/of Den Haag, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangeefster] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 157.240,-,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 187.798,-,
- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 1.980,00,
- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) €4.510,00,
- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 68.903.70,
- [aangever 13] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 8.500,-,
- [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 2.431.92,
- [aangever 15] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 5.000,-,
- [aangever 16] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 25.000,-,
- [aangever 17] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 19.363,78,
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 6.019,73 en/of
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) € 24.250,
althans (telkens) van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening)en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen
internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen
(waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 september 2022 tot en met 9 januari 2023
te Alblasserdam, Lies, Drachten, Lelystad , Amsterdam, Rotterdam en/of Hulsberg, althans in Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige
kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 8] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 18] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 10] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of
- [aangever 12] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- althans (telkens) enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen
internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen
(waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht,artikel 45 Wetboek Pro van Strafrecht
3
hij/zij in of omstreeks de periode 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 te Breda,
Valkenswaard, Deinum, Utrecht, Groningen, Noordwijkerhout, Drachten en/of Rotterdam,
althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk
in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een of meerdere servers toebehorende aan een bank en/of een ander/anderen dan de verdachte en/of diens medeplegers,
waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangeefster] ,
- [aangever 1] ,
- [aangever 3] ,
- [aangever 4] ,
- [aangever 13] ,
- [aangever 16] ,
- [aangever 9] en/of
- [aangever 11]
wordt gehost, althans bereikbaar is
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep, te weten,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die perso(o)n(en)/aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en)/online bankierenpagina(s);
art. 138ab Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
4
hij/zij op of omstreeks 9 januari 2023 te [plaats 2] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een Samsung laptop en/ot één of meerdere pinpassen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of
zijn/haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of dat weg te nemen laptop en/of bankpassen onder zijn/haar/hun bereik
heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels
door zich uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 2] en/of - dat de bankpassen van
voornoemde [aangever 2] worden opgehaald en/of - aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 2] en aan voornoemde [aangever 2] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet en/of - naast de pinpassen ook te vragen of hij/zij (verdachte) deze laptop en/of tablet ook mee mag nemen,
Artikel 311 lid 1 sub Pro 5 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
5
Primair
hij in of omstreeks de periode 19 oktober 2022 tot en met 09 januari 2023 te [plaats 1] , althans in Nederland,
een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten
persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens, telefoonnummers,
bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
namelijk dataset(s) van natuurlijke personen en/of rechtspersonen
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht, heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd, heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2 tot en met 5, 231, eerste lid, 231a, eerste lid, 231b en 232, eerste lid, omschreven misdrijven dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 311, 312, 317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
art. 234 Wetboek Pro van Strafrecht
Subsidiair
hij in of omstreeks de periode 19 oktober 2022 tot en met 09januari 2023 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
niet-openbare persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens, telefoonnummers,
bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad
terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze door misdrijf waren verkregen;
artikel 139g lid 1 ander a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht