ECLI:NL:RBZWB:2026:3056

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
11944922 CV EXPL 25-3576
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens kennelijke verschrijving in betalingsvordering

Eiseres, de rechtspersoon Riverty GmbH, heeft bij brief van 17 maart 2026 verzocht om herstel van het vonnis van 25 februari 2026 wegens een kennelijke verschrijving in het bedrag dat gedaagde moet betalen. In het oorspronkelijke vonnis stond een bedrag van €11,20 vermeld, terwijl dit €111,20 had moeten zijn.

De kantonrechter oordeelt dat er inderdaad sprake is van een kennelijke fout die eenvoudig kan worden hersteld op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechter besluit daarom het vonnis te herstellen door het bedrag aan te passen en dit herstel te verwerken in de minuut van het oorspronkelijke vonnis.

De beslissing houdt in dat gedaagde veroordeeld wordt tot betaling van €151,20, waarbij de wettelijke rente wordt berekend over €111,20 vanaf de vervaldatum van de factuur tot volledige betaling. Het vonnis wordt als één geheel met het oorspronkelijke vonnis beschouwd en afschriften worden verstrekt.

Uitkomst: Het vonnis van 25 februari 2026 wordt hersteld door het te betalen bedrag te corrigeren naar €151,20 met rente over €111,20.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11944922 CV EXPL 25-3576
(herstel)vonnis d.d. 15 april 2026
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht Riverty GmbH,
h.o.d.n. Riverty,
gevestigd en kantoorhoudende te Verl (Duitsland),
eiseres,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten B.V. te Almere,
tegen
[gedaagde],
wonende te [adres],
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het vonnis van de kantonrechter te Breda van 25 februari 2026, met het daarin genoemde stuk;
b. het e-mailbericht van 17 maart 2026 van de gemachtigde van eiseres.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2026 verzocht om herstel van het vonnis van 25 februari 2026. Zij heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een kennelijke verschrijving nu een bedrag van € 11,20 staat opgenomen terwijl dit € 111,20 moet zijn.
2.2
De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Nu het evident om een kennelijke fout gaat, zal de kantonrechter het vonnis dan ook herstellen zoals hierna bepaald.
2.3
Beslist wordt als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 25 februari 2026 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing opgenomen eerste alinea als volgt dient te luiden:
“veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 151,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 111,20 vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van de volledige betaling;”
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 15 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 25 februari 2026;
bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 25 februari 2026 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.