Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3055

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
02-009755-23
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 33 SrArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen grootschalige bankhelpdeskfraude met witwassen en lachgasbezit

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van grootschalige bankhelpdeskfraude gepleegd tussen december 2021 en januari 2023. Verdachte maakte deel uit van een georganiseerde dadergroep die slachtoffers telefonisch benaderde, zich voordeed als bankmedewerker en via listige kunstgrepen geld wist te ontvreemden. Daarnaast pleegde verdachte witwassen door geld te pinnen met gestolen bankpassen en had hij lachgas in bezit.

Het bewijs bestond uit inbeslaggenomen telefoons, laptops, chatgesprekken, belscripts, en getuigenverklaringen. Verdachte voerde aan slechts telefoons te hebben gebruikt van medeverdachten en niet betrokken te zijn geweest, maar de rechtbank verwierp deze stellingen op grond van het dossier en vond dat verdachte een essentiële rol had in de fraude.

De rechtbank achtte medeplegen van oplichting, poging tot oplichting, computervredebreuk, diefstal, witwassen en het bezit van lachgas wettig en overtuigend bewezen. De strafmaat werd vastgesteld op 28 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Tevens werden schadevergoedingen aan slachtoffers en banken toegewezen, met hoofdelijkheid tussen verdachte en mededaders.

De rechtbank nam ook de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder psychische problematiek en het feit dat hij in proeftijd was van een eerdere veroordeling. De overschrijding van de redelijke termijn werd strafverminderend meegewogen. Het vonnis werd uitgesproken op 16 april 2026.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 28 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, en diverse schadevergoedingen voor grootschalige bankhelpdeskfraude.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-009755-23
Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres 1] ,
raadsvrouw mr. A. Kortrijk, advocaat te Tilburg.

1.Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Het onderzoek is gesloten op 16 april 2026.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 19 mei 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte (samen met een of meer anderen)
feit 1:in de periode van 7 december 2021 tot en met 5 januari 2023 zestien personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 2:in de periode van 22 november 2022 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd vier personen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;
feit 3:in de periode van 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 computervredebreuk
heeft gepleegd;
feit 4:op 9 januari 2023 een Samsung laptop en bankpassen heeft weggenomen door
middel van bankhelpdeskfraude;
feit 5:in de periode van 7 december 2021 tot en met 8 december 2021 een bedrag
van € 1.960,- heeft witgewassen;
feit 6:in de periode van 28 december 2022 tot en met 6 januari 2023 lijsten met persoons- en adresgegevens, telefoonnummers, bankrekeningnummers en e-mailadressen (‘leads’) voorhanden heeft gehad, bestemd voor het plegen van die bankhelpdeskfraude;
feit 7:op 9 januari 2023 11 gasflessen met lachgas in zijn bezit heeft gehad;

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij verzoekt verdachte wel partieel vrij te spreken van de oplichting van [aangever 1] (feit 1).
4.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feiten 1, 2, 3 en 4 en verzoekt verdachte hiervan vrij te spreken. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt dat verdachte zich heeft bezig gehouden met deze bankhelpdesk-fraude. De iPhone SE en de iPhone 7 waren niet van hem, maar van de medeverdachten. Hij mocht deze telefoons af en toe gebruiken omdat zijn eigen telefoon kapot was. Hij heeft met die telefoons alleen gebeld, film gekeken en op Snapchat gezeten. Hij liet deze app altijd open staan, waardoor de volgende gebruiker van de telefoon met zijn Snapchat verder kon chatten. Op basis van het dossier kan hooguit worden vastgesteld dat verdachte zijn woning ter beschikking heeft gesteld. Het enkel ter beschikking stellen van een woning is een bijdrage die van onvoldoende gewicht is om verdachte als pleger of medepleger van (poging tot) oplichting aan te merken. Verdachte wist bovendien niet dat er vanuit zijn woning oplichtingsgesprekken werden gevoerd. Hij dacht dat de medeverdachten aan het gamen waren.
Voor de feiten 5 en 7 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.
Daarnaast verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van feit 6, nu het bewijs daarvoor ontbreekt en verdachte ontkent. Het is goed mogelijk dat anderen met deze telefoon berichten hebben gestuurd vanuit het Snapchat-account van verdachte.
4.3.
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1.
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Algemeen
Deze zaak gaat over bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn tientallen meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast de ABN AMRO, de ING en de Rabobank hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is vervolgens strafrechtelijk onderzoek ‘Salford’ gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 34 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.
Modus operandi
Uit voornoemde aangiftes blijkt dat de daders steeds een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de aangevers geld afhandig te maken. De aangevers werden allemaal gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal over fraude, een verdachte transactie of een ander probleem met de bankrekening. Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat de bank hen wilde helpen om het geld veilig te stellen. De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en vaak doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. In meerdere gevallen moesten aangevers het programma Anydesk (of een soortgelijk remote control programma) installeren, waarmee de computer of een ander apparaat van de aangever op afstand kon worden overgenomen. Vervolgens moesten de aangevers inloggen in hun internetbankierenomgeving en geld overboeken naar een bepaalde rekening of een overboeking goedkeuren die al klaarstond. Indien Anydesk niet werd geïnstalleerd, werd de aangevers gevraagd geld naar een rekening over te boeken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee het geld veiligstelden. In werkelijkheid werd het geld overgemaakt naar een rekening van een money mule. In een aantal gevallen werd de aangevers verteld dat er iemand zou langskomen om hun bankpas(sen) op te halen. In die gevallen kwam er kort daarna ook daadwerkelijk een persoon aan de deur. Deze persoon nam de bankpas(sen) in ontvangst en ook de daarbij behorende pincode(s). In sommige gevallen werden ook andere waardevolle spullen meegenomen, zoals laptops en telefoons. Kort daarna werd dan met de bankpas(sen) geld gepind. Tegen de tijd dat de aangevers erachter kwamen dat er iets niet in orde was, was het leed al geschied.
Medeplegen/dadergroepBij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. Het regelen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het verkrijgen van toegang tot de bankrekeningen van de aangevers en het (laten) overboeken van geldbedragen van de bankrekeningen van de aangevers naar de bankrekeningen van money mules zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. In enkele gevallen moesten er ook nog bankpassen worden opgehaald en daarmee vervolgens geld worden opgenomen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.
In de gehele keten van voornoemde handelingen is het uiteindelijke doel om in korte tijd zoveel mogelijk geld van de aangevers weg te nemen. Deze handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een nauw en chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit het dossier blijkt dat deze planning, samenwerking en afstemming ook daadwerkelijk plaatsvonden. Zo waren op verschillende dagen meerdere personen tegelijkertijd op één locatie aanwezig, werden er leads voor elkaar klaargezet en werd er met elkaar doorverbonden.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat wanneer er in een zaak kan worden bewezen dat de verdachte tenminste één van de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten die op dezelfde locatie aanwezig waren, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waaraan de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.
Voltooid delict
De rechtbank gaat in zaken waarin de daadwerkelijke schade € 0,- bedraagt er vanuit dat de bank zelf de overboeking heeft tegengehouden voordat het op de tegenrekening is gestort, omdat zij voorzienend heeft opgetreden. Dat de schade €0,- bedraagt is in die gevallen dus te danken aan de alertheid van de bank en niet aan verdachte en/of haar medeverdachten. Gelet daarop gaat de rechtbank ook in die gevallen uit van een voltooid delict. De aangevers zijn in dat geval immers al bewogen tot het overmaken van geld naar een ander.
Aanknopingspunten voor deze dadergroep
Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangeefster] . Zij werd op 16 september 2022 gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 1] , directeur van de Rabobank. Hij vertelde haar dat haar account was gehackt, dat er een lening was aangevraagd door ene [naam 2] en dat er al een bedrag van € 2.000,- klaar stond om overgeboekt te worden naar het buitenland. Aangeefster werd tijdens het gesprek doorverbonden met een collega van deze [naam 1] , ene [naam 3] , die als ICT-specialist bij de Rabobank zou werken. Aangeefster kreeg van hem de instructie om Anydesk te downloaden, vervolgens in te loggen in haar internetbankieromgeving en geld over te maken naar wat door deze [naam 3] een ‘kluisrekening’ werd genoemd. Aangeefster is daarna nog gebeld door ene [naam 4] , die als verzekeringsaccountmanager bij de Rabobank zou werken. In totaal heeft aangeefster een bedrag van € 50.370,- overgemaakt naar het [rekeningnummer] op naam van [omschrijving] .
Naar aanleiding van deze aangifte zijn de historische gegevens van het [telefoonnummer]
, waar aangeefster mee was gebeld, opgevraagd. Hieruit bleek dat het telefoonnummer hoorde bij een iPhone 11 met [IMEI-nummer] . Deze telefoon werd vaker voor bankhelpdeskfraude gebruikt. Er werden nog zeker zeven aangiftes gevonden, waarbij sprake was van een soortgelijke modus operandi. Van de iPhone 11 met [IMEI-nummer] werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Dit leidde tot een observatie van [adres 2] te [plaats 1] .
Op 9 januari 2023 is de politie binnengevallen in de woning van [verdachte] aan [adres 2] in [plaats 1] . Daar waren op dat moment [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] aanwezig. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zaten op de bank achter de salontafel in de woonkamer. [medeverdachte 3] stond achter de bank. [medeverdachte 4] was die dag ook in de woning aanwezig geweest, maar was al weg toen de politie binnenviel.
In de woning van [verdachte] zijn meerdere laptops en telefoons in beslag genomen. In de woonkamer was een soort ‘belcentrum’ ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Op de salontafel lagen twee opengeklapte laptops (een Acer laptop waarop ‘helpdesk’ stond en een HP laptop waarop een logo van ABN AMRO stond), een headset en vijf mobiele telefoons (een iPhone 11, een iPhone X, een iPhone SE, een iPhone 7 en een Alcatel). Op één van die telefoons
(de iPhone 7) was al vijftig minuten een telefoongesprek gaande met [aangever 2] . Deze telefoon was verbonden met de headset die op de salontafel lag. [medeverdachte 1] had ten tijde van de inval een mobiele telefoon (een Samsung S9) vast. Bij [medeverdachte 2] werd ook nog een mobiele telefoon (een iPhone 11 met een hoesje met groene streepjes) aangetroffen. In een laptoptas die naast de bank stond, lagen meerdere simkaarten.
Op de laptops en de telefoons zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over bankhelpdeskfraude, belscripts, leads, namen (aliassen) van fictieve bankmedewerkers, Anydesk, Teamviewer en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules.
Gebruikte telefoons
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 3] de gebruiker was van de inbeslaggenomen iPhone 11 en iPhone X, [verdachte] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone SE en de iPhone 7, [medeverdachte 1] de gebruiker van de inbeslaggenomen Samsung S9 en [medeverdachte 2] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone 11 met het hoesje met groene streepjes.
[verdachte] heeft op zitting verklaard dat de iPhone SE en de iPhone 7 niet van hem waren, maar van de medeverdachten. Hij mocht deze telefoons zo nu en dan gebruiken, omdat zijn eigen telefoon kapot was en hij geen geld had om een nieuwe telefoon te kopen. Hij heeft de iPhone SE maar één à twee maanden in gebruik gehad. Hij heeft daar alleen mee gebeld, film gekeken en op Snapchat gezeten. Hij had deze telefoon van [medeverdachte 1] gekregen. Als [medeverdachte 1] de iPhone SE niet bij zich had, dan mocht hij de iPhone 7 gebruiken. Hij weet niet precies van wie deze telefoon was. Hij heeft de iPhone 7 alleen gebruikt voor Snapchat. Hij heeft de gesprekken via Snapchat over (onder meer) het op tijd kunnen starten en het klaarzetten van telefoonnummers niet gevoerd. Hij heeft ook geen leads en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van derden doorgestuurd. Hij logde nooit uit op Snapchat. Hierdoor konden er ook anderen van zijn Snapchat-account gebruikmaken.
Dat de iPhone SE en de iPhone 7 aan anderen toebehoorden en dat [verdachte] deze slechts af en toe gebruikte, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Beide telefoons zijn in de woning van [verdachte] aangetroffen. Aan beide telefoons was het Apple ID ‘ [apple ID] ’ gekoppeld, hetgeen het Apple ID was van verdachte. In de iPhone SE stonden chat-gesprekken met ene [persoon 1] . Dit betreft de ex-partner van [verdachte] . In die chatgesprekken werd (onder meer) gesproken over hun dochter. Daarnaast was er veelvuldig contact met ene [persoon 2] . Dit betreft de partner van [verdachte] . Ook stonden er foto’s en video’s van [verdachte] zelf op. Op de iPhone 7 stonden twee video’s. Op één daarvan kwam [verdachte] voor. Verder was op de iPhone SE een Snapchat-account geïnstalleerd, waarover [verdachte] op zitting heeft verklaard dat hij de gebruiker daarvan was. Daarnaast straalde de iPhone SE in de periode 11 augustus 2022 tot en met 2 januari 2023 steeds zendmasten aan in de [straat 1] in [plaats 2] , waar de partner van [verdachte] woonde, en in de [straat 2] in [plaats 1] , waar verdachte woonde. Uit niets blijkt dat deze telefoons van anderen waren. De rechtbank schuift de verklaring van [verdachte] op dit punt dan ook terzijde en gaat er vanuit dat beide telefoons van hem waren en dat hij ook de gebruiker hiervan is geweest.
In de woning van [verdachte] is ook nog een Alcatel telefoon aangetroffen. Ook deze telefoon is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen van wie deze telefoon was. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Gebruikte aliassen
De aangevers hebben allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Sommige aangevers hebben daarbij de naam (alias) van de betreffende medewerker genoemd. Een aantal van die aliassen (zoals [naam 5] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 6] ) is teruggevonden in de in beslag genomen telefoons. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze aliassen vaker in bankhelpdeskfraudezaken worden gebruikt en dus niet persoonsgebonden zijn. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.
Verklaring van verdachte
[verdachte] heeft op zitting verklaard dat hij op geen enkele manier betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. Hij wist niet dat er vanuit zijn woning oplichtingsgesprekken werden gevoerd. Hij zat vaak in zijn slaapkamer te gamen. Hij had in de woonkamer wel headsets zien liggen, maar had daar verder niets achter gezocht. Verder heeft [verdachte] verklaard dat hij twee keer met de bankpas van [aangever 1] geld heeft gepind. Hij heeft daarmee geld verdiend. Hij heeft voor de eerste keer € 125,- en een paar gram wiet gekregen en voor de tweede keer € 150,- gekregen.
De rechtbank concludeert op basis van het dossier dat [verdachte] wel degelijk betrokken is geweest bij verschillende bankhelpdeskfraudes die hem worden verweten. De oplichtingsgesprekken zijn gevoerd vanuit zijn woning met onder andere zijn telefoons. Op het moment dat de politie de woning binnenviel, zat [verdachte] samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op de bank, stond [medeverdachte 3] achter de bank en was er al vijftig minuten een telefoongesprek met [aangever 2] gaande. Het is dan ook volstrekt onaannemelijk dat hij geen weet zou hebben gehad van het op dat moment gevoerde telefoongesprek met [aangever 2] . Op de telefoons van [verdachte] zijn bovendien meerdere zaken aangetroffen die direct te relateren zijn aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan de grote hoeveelheid chatgesprekken over bankhelpdeskfraude, leads en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules. Uit de grote hoeveelheid aangetroffen chatgesprekken blijkt dat [verdachte] ook nauw samenwerkte met meerdere medeverdachten, onder wie [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] . Hij zette voor hen telefoonnummers van potentiële slachtoffers klaar en regelde data. Deze werkzaamheden vormden de basis van waaruit de oplichtingen konden plaatsvinden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verdachte] meer dan alleen maar een katvanger is geweest. Zijn rol was noodzakelijk en essentieel voor het plegen van de oplichtingen en daarmee minstens gelijkwaardig aan die van de medeverdachten.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en de medeverdachten is komen vast te staan. Daarmee acht de rechtbank het telkens ten laste gelegde medeplegen bewezen.
Feiten 1 en 2
Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van aangevers [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 10] , [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] en [aangever 14] (feit 1).
Voor al deze aangevers met uitzondering van [aangever 9] en [aangever 13] geldt dat ze zijn gebeld met de telefoon van [verdachte] .
Voor aangever [aangever 9] geldt dat er op de telefoon van [verdachte] een afbeelding is gevonden van de bankomgeving van [naam 7] . Dit is de tenaamgestelde van de bankrekening waar het geld van aangever naar is over gemaakt.
Voor [aangever 13] geldt dat er een foto op de telefoon van [verdachte] is aangetroffen van een ING bankpas van MacIntosh. Dit is de tenaamgestelde van de bankrekening waar het geld van aangever naar is over gemaakt. Ook is op de telefoon van verdachte rond het tijdstip van de oplichting van [aangever 13] een snapchatgesprek aangetroffen tussen [verdachte] en de accounts ‘ [accountnaam 1] ’ en ‘ [accountnaam 2] ’, waarin wordt gesproken over ’ [nummer 1] en [nummer 2] ’ en ‘een meid die traag is met screen’. Deze bedragen komen overeen met de bedragen uit de aangifte.
De rechtbank acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 15] , [aangever 2] , [aangever 16] en [aangever 17] (feit 2).
[aangever 17] is met de telefoon van [verdachte] gebeld. [aangever 16] is gebeld door [medeverdachte 3] . Deze telefoon straalt aan in [plaats 3] . De telefoon van [verdachte] straalt hier ook aan. [aangever 2] is gebeld op de dag van de inval terwijl [verdachte] in de woning aanwezig was. [aangever 15] is gebeld door [medeverdachte 3] vanuit omgeving [plaats 1] . [verdachte] ’s telefoon straalt ook aan in de omgeving [plaats 1] , evenals die van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2] . Voorts zijn op de telefoon van [verdachte] afbeeldingen aangetroffen van de bankomgevingen waar het geld door [aangever 15] naar is overgemaakt.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 20] en [aangever 1] (feit 1)
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat [verdachte] betrokken is geweest bij de oplichtingen van aangevers [aangever 18] , [aangever 19] , [aangever 20] en [aangever 1] . De rechtbank zal hem dan ook hiervan vrijspreken.
Feit 3
Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is onder meer sprake als iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met de verdachte accepteert. Op die manier heeft de verdachte toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij met een valse sleutel binnen op het netwerk van het slachtoffer.
Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en was daarmee onlosmakelijk verbonden. Door deze computervredebreuk werd de bancaire omgeving van aangevers zichtbaar en kon geld worden overgeboekt naar de moneymules. Nu de rechtbank bij verdachte tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van oplichting van aangevers [aangever 6] en [aangever 13] en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 15] en [aangever 16] , komt zij in die gevallen daarom tevens tot een bewezenverklaring van het medeplegen van computervredebreuk.
Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 18] en [aangever 20]
De rechtbank zal, in het verlengde van het onder feit 1 overwogene, [verdachte] partieel vrijspreken van de computervredebreuk op de rekeningen van aangevers [aangever 18] en [aangever 20] .
Feit 4Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank de diefstal van de Samsung laptop en de bankpassen van [aangever 2] wettig en overtuigend bewezen.
Feit 5
De rechtbank acht het onder feit 5 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. [verdachte] heeft op zitting bekend dat hij twee keer met de weggenomen bankpas van aangeefster [aangever 1] geld heeft gepind.
Feit 6
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat [verdachte] persoonsgegevens van meerdere aangevers en potentiële slachtoffers op zijn telefoon had staan en dat hij zich in die periode bezighield met bankhelpdeskfraude. [verdachte] wist ook dat de gegevens die hij voorhanden had, bestemd waren voor het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 326 Sr Pro. De rechtbank acht daarom het onder feit 6 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.
Feit 7
De rechtbank acht het onder feit 7 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de bekennende verklaring van verdachte op zitting en de processen-verbaal van bevindingen over de aangetroffen gasflessen met lachgas in de woning en de auto van [verdachte] . Wel zal de rechtbank [verdachte] partieel vrijspreken van het onderdeel medeplegen, nu het dossier daarvoor onvoldoende bewijs bevat.
Eendaadse samenloop feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 2, 3, 4 en 5 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezenverklaarde gedragingen leveren immers een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, zodat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank zal hier in de strafoplegging rekening mee houden.
4.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1
in de periode van
19 september 2022tot en met 5 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
- [aangever 3] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 22.480,18,
- [aangever 4] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 960,-,
- [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 2.431,92
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 5.104,77,
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 1.800,-,
- [aangever 8] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 7.344,-,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 11.168,13,
- [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 15.011,-,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
€ 14.492,85
- [aangever 12] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 6.019,73,
- [aangever 13] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 16.468,41, en
- [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 24.250,-,
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en
(hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;
2
op tijdstippen in de periode van 22 november 2022 tot en met 9 januari 2023 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 15] heeft bewogen tot de afgifte van € 20.000,00,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 16] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en
- [aangever 17] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag
en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie
heeftplaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
in de periode van 8 september 2022 tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere servers toebehorende aan een bank waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangever 6] ,
- [aangever 15] ,
- [aangever 16] en
- [aangever 13]
wordt gehost, is binnengedrongen
b. door een technische ingreep en
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouders en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en/of vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor hij, verdachte, en/of zijn
medeverdachtentoegang verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die personen/aangevers en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en) /online bankierenpagina(s);
4
op 9 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een Samsung laptop en pinpassen, die aan [aangever 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders
dieweg te nemen laptop en bankpassen onder hun bereik hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid
endoor listige kunstgrepen
endoor een samenweefsel van verdichtsels door zich uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) te zeggen dat
- zakelijk weergegeven -
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 2] en
- de bankpassen van voornoemde [aangever 2] worden opgehaald en
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 2] en
- aan voornoemde [aangever 2] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of tablet en
- naast de pinpassen ook te vragen of hij deze laptop en/of tablet ook mee mag nemen;
5
primair
in de periode van 7 december 2021 tot en met 8 december 2021 in Nederland, een geldbedrag van (in totaal) € 1.960,00 (twee maal € 980,00) heeft verworven
envoorhanden heeft gehad
enheeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
6
primair
in de periode van 28 december 2022 tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, gegevens, te weten persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens
en/oftelefoonnummers
en/ofbankrekeningnummers en/of e-mailadressen, namelijk data van rechtspersonen heeft ontvangen
en/ofheeft overgedragen
en/ofheeft verspreid, waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van een misdrij
fomschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
7
op 9 januari 2023 te [plaats 1] opzettelijk aanwezig heeft gehad 5 grote flessen distikstofmonoxide (lachgas) (à 2 kilogram) en 6 kleinere flessen distikstofmonoxide (lachgas) (640 gram), zijnde distikstofmonoxide een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van
28 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 2 maart 2026.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt bij een bewezenverklaring rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn psychische problematiek. Verdachte kampt mogelijk met ADHD en ervaart angst- en traumaklachten. Er is nog steeds geen behandeling van de grond gekomen, terwijl hij wel wil meewerken aan behandeling. Verdachte is recent gestart met dagbesteding en woont samen met zijn vriendin die inmiddels in verwachting van hem is. Verder moet worden meegewogen dat verdachte niet wist dat het bezit van lachgas vanaf januari 2023 verboden was. De leverancier wilde de gasflessen met het restje lachgas niet terugnemen. Daarom had hij deze nog in zijn woning en zijn auto liggen. Gelet op deze omstandigheden en het feit dat verdachte aan de slag wil met de GGZ en aan zijn toekomst wil werken, verzoekt de verdediging geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De veelal oudere slachtoffers werden telefonisch benaderd door één van de bellers van de dadergroep, die zich voordeed als (fraudehelpdesk-)medewerker van de bank en die de slachtoffers wijs maakte dat hun banktegoed gevaar liep. Op slinkse en geraffineerde wijze werden de slachtoffers vervolgens gemanipuleerd opdat zij hun geld overboekten naar zogenaamd ‘veilige rekeningen’, zijnde de rekeningen van money mules, of hun bankpassen en pincodes, en in enkele gevallen ook andere waardevolle spullen, meegaven. Hierna werden met die bankpassen aanzienlijke geldbedragen van de bankrekeningen gepind. Dit alles om maar één ding te bereiken: zoveel mogelijk geld verdienen. Verdachte en de medeverdachten hebben op geraffineerde en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van de goedheid van en het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers. Deze slachtoffers dachten dat zij door de handelingen op te volgen juist konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek het geval. Hun nachtmerrie werd uiteindelijk door toedoen van de verdachten alsnog werkelijkheid. Door deze manipulatieve, slinkse bankhelpdeskfraude is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast. De verdachten hebben zich hier niets van aangetrokken en hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin Meer in het algemeen zorgen dit soort strafbare feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij en ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Hij heeft twee keer geld gepind met een door bankhelpdeskfraude verkregen bankpas. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op de reguliere economie, omdat investeringen en uitgaven worden gedaan met geld dat oorspronkelijk afkomstig is uit criminele activiteiten. Daardoor wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aangetast. Het maakt bovendien dat misdaad en de daaruit verkregen opbrengst loont. Verdachte heeft bij het plegen van het delict alleen oog gehad voor zijn eigen financiële situatie en dat rekent de rechtbank hem aan.
Bij de doorzoeking van de woning en de auto van verdachte is er een hoeveelheid lachgas aangetroffen. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs als (zoals in dit geval) lachgas eenmaal in handen van gebruikers, ernstige gevaren voor de gezondheid van die gebruikers oplevert. Daar komt nog bij dat de productie en verkoop van drugs vaak gepaard gaan met ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit, waarbij het gebruik van geweld niet wordt geschuwd. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Verdachte heeft hier met zijn handelen aan bijgedragen en dit in stand gehouden.
De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat hij op geen enkel moment verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn aandeel in de bankhelpdeskfraude en de daarmee aangerichte schade. Hij heeft zowel bij de politie als op zitting gedaan alsof hij nergens van af wist en door anderen is gebruikt. Uit het dossier blijkt echter dat hij een cruciale rol heeft gehad. Hij heeft niet alleen oplichtingsgesprekken gevoerd, maar zich ook actief bezig gehouden met het verkrijgen van leads en de cash-out. Ook is hij met de weggenomen bankpassen gaan pinnen. Daarbij is verdachte zeer planmatig en geraffineerd te werk gegaan.
De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Wel liep hij nog in de proeftijd van een eerdere veroordeling. Dit heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee. Verder blijkt uit het strafblad van verdachte dat artikel 63 Sr Pro van toepassing is.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 14 mei 2025 en de aanvulling daarop van 2 maart 2026. Hieruit blijkt dat verdachte op meerdere leefgebieden met problemen kampt. Zo heeft hij geen werk, geen stabiel inkomen, gebruikt hij cannabis en zijn er zorgen over zijn sociaal netwerk. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor ADHD en ervaart hij angst- en traumaklachten. Ook zijn er spanningen binnen de relatie. De partner van verdachte is opnieuw zwanger, hetgeen extra verantwoordelijkheid en financiële druk met zichbrengt. Het risico op recidive wordt op dit moment ingeschat als gemiddeld. Hoewel verdachte verbaal bereidheid toont tot samenwerking, komt dit in de praktijk niet consistent tot uiting. Afspraken worden regelmatig niet nagekomen. Ook laat hij wisselende motivatie zien. Hij heeft in het verleden wel laten zien dat hij tot gedragsverandering in staat is. De reclassering acht voortzetting van een gestructureerd begeleidingstraject daarom passend. Om die reden wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, de verplichting mee te werken aan het vinden en behouden van dagbesteding en de verplichting mee te werken aan ambulante begeleiding.
De overschrijding van de redelijke termijn
In artikel 6, eerste lid, EVRM is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond
met een eindvonnis binnen twee jaar nadat die redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 10 januari 2023, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit vonnis wordt gewezen op 16 april 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn daarom in strafmatigende zin meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.
De op te leggen straf
Bankhelpdeskfraude is een veel voorkomend en zeer ingrijpend probleem, waarvan met name kwetsbare ouderen slachtoffer worden. Het plegen daarvan moet dan ook streng worden bestraft.
Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat de eis van de officier van justitie recht doet aan de aard en ernst van de feiten en de persoon van verdachte. De rechtbank zal aan verdachte dan ook een gevangenisstraf opleggen van 28 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Hiermee zal verdachte een stevige stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel ook de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering zijn geadviseerd in het rapport van 2 maart 2026.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.Het beslag

7.1.
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen laptops, telefoons, simkaarten en creditcards worden verbeurd verklaard. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat deze voorwerpen aan verdachte toebehoren en de bewezen verklaarde strafbare feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.
7.2.
De onttrekking aan het verkeer
Het in beslag genomen belscript wordt onttrokken aan het verkeer. Het belscript is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dit belscript te onttrekken aan het verkeer, omdat de bewezen feiten met behulp van dit belscript zijn begaan.

8.De vorderingen van de benadeelde partijen

8.1.
Algemene uitgangspunten en overwegingen
8.1.1.
Materiële schade
Natuurlijke personen
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen die slachtoffer zijn van deze bewezenverklaarde feiten en dat hij verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te vergoeden. De hoogte van het toewijsbaar geachte bedrag zal hieronder per benadeelde partij worden besproken.
BankenDe ABN AMRO en de Rabobank hebben zich ook gevoegd als benadeelde partij in deze procedure en vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Deze vorderingenhouden verband met de schadeloosstelling van hun klanten die slachtoffer zijn geworden van deze bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de banken zelf hebben uitgevoerd na meldingen van fraude door hun klanten.
De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte (de oplichting van de rekeninghouders) ook jegens de banken onrechtmatig is geweest. Er zijn geldbedragen weggenomen doordat overschrijvingsopdrachten in de internetbankierenomgeving van de banken door (toedoen van) verdachten zijn gegeven, dan wel doordat de klanten van de banken werden bewogen tot het afgeven van een pinpas en bijbehorende pincode, waarna het geld eenvoudig kon worden opgenomen. De banken hebben gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit onderzoekskosten en de vergoeding door de banken van de geldbedragen die zijn ontvreemd van de individuele rekeninghouders. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de banken te vergoeden.
De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vorderingen van de banken toewijzen die zien op de zaken waarbij verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokkenheid heeft gehad en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de bedragen die zijn opgenomen in de tabellen die als onderbouwing bij de vorderingen zijn gevoegd.
8.1.2.
Schadevergoedingsmaatregel
Vooruitlopend op de beoordeling van de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen, overweegt de rechtbank dat zij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dat betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van de ABN AMRO en de Rabobank. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.
8.1.3.
Wettelijke rente
Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Dit geldt ook voor de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen.
8.1.4.
Proceskosten
Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.
8.1.5.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoedingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van zijn mededaders is betaald, en andersom.
8.2.
De benadeelde partij [aangever 18] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 18] vordert een schadevergoeding van € 396,-, bestaande uit materiële schade (aanschaf nieuwe telefoon), te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte zal worden vrijgesproken van de oplichting van de benadeelde partij. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
8.3.
De benadeelde partij [aangever 7] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 7] vordert een schadevergoeding van € 1.805,-, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 1.800,-. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. Voor het overige deel van de vordering zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan desgewenst bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8.4.
De benadeelde partij [aangever 9] (feit 1)
De benadeelde partij [aangever 9] vordert een schadevergoeding van € 5.431,76, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het oordeel van de rechtbank
De door de benadeelde partij gevorderde materiële schade acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar. Deze schade is voldoende onderbouwd en staat in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.
8.5.
De benadeelde partij Rabobank (feit 1)
De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 97.015,74, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Deze materiële schade bestaat uit:
- uitbetaalde schadeloosstellingen € 94.975,74
- onderzoekskosten € 2.040,-
De rechtbank stelt vast dat de vordering van de Rabobank betrekking heeft op 21 zaken. Deze zaken komen allemaal terug in het onderzoek Salford.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaken van klanten [aangever 3] , [aangever 4] , [aangever 5] , [aangever 12] , [aangever 14] , [aangever 15] , [aangever 16] , [aangever 9] , [aangever 11] , [aangever 8] en [aangever 10] .
De Rabobank heeft uit coulance de door klanten [aangever 3] en [aangever 11] geleden schade vergoed. Het gaat om de volgende bedragen:
- [aangever 3] : € 9.002,33
- [aangever 11] : € 14.492,85
De Rabobank heeft daarnaast onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de vordering van de Rabobank toewijzen tot een bedrag van € 23.495,18,-
(€ 9.002,33,- plus € 14.492,85,-). De rechtbank zal daarnaast de gemaakte onderzoekskosten toewijzen. De Rabobank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank. Het gaat in totaal om een bedrag van € 1.140,- (9,5 uren x € 120,-).
De vordering van de Rabobank wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
8.6.
De benadeelde partij ABN AMRO (feit 1)
De benadeelde partij ABN AMRO vordert een schadevergoeding van € 5.014,77, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij een bedrag van € 360,- aan proceskosten wegens onderzoekskosten.
Deze materiële schade bestaat uit:
- uitbetaalde schadeloosstelling aan [aangever 6] : € 5.014,77
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaak van klant [aangever 6] . De ABN AMRO heeft uit coulance de door klant [aangever 6] geleden schade vergoed. De ABN AMRO heeft daarnaast in meerdere zaken onderzoekskosten gemaakt.
De rechtbank zal de vordering van de ABN AMRO in zijn geheel toewijzen. Ook zal de rechtbank de gemaakte onderzoekskosten ad € 360,- toewijzen. Op grond van artikel 6:96, tweede lid, aanhef onder b, BW komen deze onderzoekskosten voor vergoeding als vermogensschade in aanmerking. De ABN AMRO heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 55, 63, 138ab, 234, 311, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.Beslissing

De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van
feit 1:medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 2:medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;
en
feit 3:medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;
en
feit 4:medeplegen van diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder
zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
en
feit 5:witwassen;
feit 6 primair:gegevens overdragen en verspreiden waarvan hij weet dat zij bestemd
zijn tot het plegen van een misdrijf omschreven in artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht voor zover het feit betrekking heeft op de verkrijging van een niet-contant betaalinstrument;
feit 7:opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet
gegeven verbod;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot
een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als
bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd of korter laat behandelen door GGZ Delfland of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* dat verdachte meewerkt aan de door de reclassering noodzakelijk geachte ambulante begeleiding bij GGZ Delfland, E25 of een soortgelijke door de reclassering aan te wijzen instelling. Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die in het kader van deze begeleiding worden gegeven;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Benadeelde partijen
T.a.v. feit 1
[aangever 18]
- verklaart de benadeelde partij [aangever 18] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
[aangever 7]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 7] van € 1.800,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 21 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 7] € 1.800,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 21 oktober 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 18 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
[aangever 9]
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever 9] van € 5.431,76 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 28 december 2022 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever 9] , € 5.431,76 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 29 september 2022 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 52 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Rabobank
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank van € 24.635,18 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
ABN AMRO
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij ABN AMRO van € 5.374,77 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;
Beslag
- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:
* 2 STK creditcards (omschrijving: G2545879);
* 1 STK simkaart (omschrijving: G2545884);
* 1 STK computer (omschrijving: PL2000-2022256708-G2546146, notebook, merk: Acer);
* 1 STK telefoon (omschrijving: PL0100-2023008305-G1563800, wit, merk: Apple);
* 1 STK telefoon (omschrijving: PL0100-2023008305-G1563799, grijs, merk: Apple);
* 1 STK telefoon (omschrijving: PL0100-2023008305-G11563787, zwart, merk: Apple);
* 1 STK computer (omschrijving: PL2000-2022256708-G2546181, notebook, merk: Dell);
* 1 STK simkaart (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545900);
* 2 STK simkaart (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545895);
* 1 STK simkaart (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545897);
* 1 STK simkaart (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545881);
* 5 STK simkaart (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545877);
- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:
* 1 STK papier (omschrijving: PL2000-2022256708-G2545894, callscript).
Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.M. Wijffels, voorzitter, en mr. E.B. Prenger en mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 april 2026.
Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging
1
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7
december 2021 tot en met 5 januari 2023
te Groningen, Noorbeek, Elspeet, Weert, Sint Willebrord, Nieuwendijk,
Laren, Zevenbergen, Winterswijk, Noordwijkerhout, Den Burg, Wijk en
Aalburg, Achtmaal, Amerongen en/of Den Haag, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 18] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 8.500,-,
- [aangever 3] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 22.480,18,
- [aangever 4] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 960,-,
- [aangever 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal)
€ 2.431,92
- [aangever 6] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 5.104,77,
- [aangever 7] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 1.800,-,
- [aangever 8] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 7.344,-,
- [aangever 9] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 11.168,13,
- [aangever 19] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 5.000,-,
- [aangever 20] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 25.000,-,
- [aangever 10] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 15.011,-,
- [aangever 11] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 19.363,78,
- [aangever 12] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 6.019,73,
- [aangever 13] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 16.468,41,
- [aangever 1] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 1.960,-, en/of
- [aangever 14] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)
€ 24.250,-,
althans (telkens) van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de
(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of
inloggegevens van deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en
(hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met
de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd cle limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van cle rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er
een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans
geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld moeten
worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening
en/of
- een of meer link(jes) toe te ( laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anvdesk en/of teamviewer en/of
FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op
zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);
(art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht)
2
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22
november 2022 tot en met 09 januari 2023
te Drachten en/of Lelystad en/of Assen en/of Amsterdam, althans in
Nederland,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, meermalen, althans eenmaal
met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen
door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid
en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van
verdichtsels,
- [aangever 15] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,
- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag,
- [aangever 16] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag en/of
- [aangever 17] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag
althans (telkens) enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de
(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of
inloggegevens van deze bankrekening(en)
door zich (telkens) uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en
(hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met
de waarheid te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar
bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te
breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening
is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de
bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld
van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere
rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden
met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een
criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat
op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er
een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of
- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar
iets is veranderd en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan
verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere
bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans
geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld moeten
worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening
en/of
- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter
beschikking te stellen (waarbij/waarna cle gebruiker wordt doorgelinkt
naar een malafide website) en/of
- de bankrekeninghouder/de ontvanger anvdesk en/of teamviewer en/of
FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op
zijn/haar telefoon en/of computer en/of
- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart
moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest
worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,
waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen
(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 326 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht,
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
3
hij in of omstreeks de periode 8 september 2022 tot en met 6 januari
2023 te Groningen, St. Willebrord, Noordwijkerhout, Drachten, Assen
en/of Amerongen, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
opzettelijk en wederrechtelijk
in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
een of meerdere servers toebehorende aan een bank en/of een
ander/anderen dan de verdachte en/of diens medeplegers,
waarop een internetbankieren omgeving van klanten
- [aangever 18] ,
- [aangever 6] ,
- [aangever 20] ,
- [aangever 15] ,
- [aangever 16] en/of
- [aangever 13]
wordt gehost, althans bereikbaar is
is binnengedrongen
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep, te weten,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
door het bellen naar voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te
doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te
bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma
Anydesk (een remote acces wol) en/of vervolgens het laten accepteren
door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding
waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang
verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die
perso(o)n(en)/aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online
bankrekening(en) /online bankierenpagina(s);
(art. 138ab Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van
Strafrecht)
4
hij op of omstreeks 9 januari 2023 te Lelystad, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een Samsung laptop en/of één of meerdere pinpassen, in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s), toebehoorde(n)
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te
eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats
van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of dat weg te nemen laptop en/of bankpassen onder zijn/hun bereik
heeft/hebben gebracht
door middel van het aannemen van een valse hoedanigheid of door
listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels
door zich uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij)
te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-
- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 2] en/of - dat
de bankpassen van voornoemde [aangever 2] worden opgehaald en/of
- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 2] en aan voornoemde [aangever 2] te
vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste computer of laptop of
tablet en/of
- naast de pinpassen ook te vragen of hij/zij (verdachte) deze laptop en/of tablet ook mee mag nemen;
(art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/suh 4 Wetboek van
Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
5
hij in of omstreeks de periode 7 december 2021 tot en met 8 december
2021 te Nieuw Buinen en/of Groningen, althans in Nederland
een geldbedrag van (in totaal) € 1.960,00 (twee maal € 980,00), althans
een voorwerp
heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft
omgezet of gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk -
afkomstig was uit enig misdrijf;
(art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode 7 december 2021 tot en met 8 december
2021 te Nieuw Buinen en/of Groningen, althans in Nederland
een geldbedrag van (in totaal) € 1.960)0 (twee maal € 980,00) ,
althans een voorwerp
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat voorwerp onmiddellijk afkomstig was
uit enig eigen misdrijf;
(art 420bis.1 Wetboek van Strafrecht)
6
hij in of omstreeks de periode 28 december 2022 tot en met 6 januari
2023 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een of meer stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten
persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens,
telefoonnummers, bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
namelijk dataset(s) van natuurlijke personen en! of rechtspersonen
heeft vervaardigd, heeft ontvangen, zich heeft verschaft, heeft verkocht,
heeft overgedragen, heeft verworven, heeft vervoerd, heeft ingevoerd,
heeft uitgevoerd, heeft verspreid, anderszins ter beschikking heeft
gesteld en/of voorhanden heeft gehad,
waarvan hij, verdachte, wist dat die bestemd waren tot het plegen van
een der in de artikelen 226, eerste lid, onderdelen 2° tot en met 5°, 231,
eerste lid, 231a, eerste lid, 231h en 232, eerste lid, omschreven misdrijven
dan wel een der misdrijven omschreven in de artikelen 310, 31 t, 312,
317, 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht
terwijl dit feit betrekking had op de verkrijging van een niet-contant
betaalinstrument;
(art 234 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling
mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode 28 december 2022 tot en met 6 januari
2023 te [plaats 1] , althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
niet-openbare persoonsgegevens en/of (bijbehorende) adresgegevens,
telefoonnummers, bankrekeningnummers en/of e-mailadressen
heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad
terwijl hij, verdachte, ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden
krijgen van deze gegevens wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden
dat deze door misdrijf waren verkregen;
(artikel 139g lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1
Wetboek van Strafrecht)
7
hij op of omstreeks 9 januari 2023 te [plaats 1]
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk aanwezig heeft gehad
5 en/of 4 grote flessen distikstofmonoxide (lachgas) (à 2 kilogram) en/of
6 kleinere flessen distikstofmonoxide (lachgas) (640 gram),
in elk geval een hoeveelheid distikstofmonoxide (lachgas), zijnde
distikstofmonoxide een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van
artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 3 ahf Pro/ond C
Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht)