ECLI:NL:RBZWB:2026:305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij parkeerbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Breda. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting omdat het griffierecht niet was betaald, wat een vereiste is volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier had belanghebbende meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €53,- en termijnen gesteld. Ondanks deze aanmaningen, waaronder een aangetekende brief die ongeopend retour kwam, en een digitale kennisgeving, bleef betaling uit. Belanghebbende gaf geen reden voor het verzuim, waardoor geen verontschuldiging kon worden aangenomen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.