Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3041

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445437 / FA RK 26-1015
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Snoeks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1978 in Afghanistan. Betrokkene ontkende de aanwezigheid van een psychische stoornis en verzette zich tegen het verzoek, terwijl zijn begeleider en behandelaar een stabiele situatie rapporteerden.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, alsmede middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, die leiden tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel, psychische schade, agressie en gevaar voor veiligheid. Betrokkene vertoont gevaarlijk gedrag en zelfverwaarlozing, en heeft geen ziekte-inzicht, waardoor vrijwillige zorg niet mogelijk is.

Op basis van het zorgplan, medische verklaring en advies van de geneesheer-directeur besloot de rechtbank tot toewijzing van verplichte zorg, waaronder medicatietoediening en beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten (factzorg). Verzoeken tot medische controles en gebruik van communicatiemiddelen werden afgewezen wegens onwaarschijnlijkheid van niet-meewerken.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de toegewezen zorgvormen evenredig en effectief zijn, met het oog op stabilisatie van de geestelijke gezondheid en bevordering van maatschappelijke deelname. De zorgmachtiging geldt voor twaalf maanden tot 16 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens ernstig nadeel en gebrek aan ziekte-inzicht.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445437 / FA RK 26-1015
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag 1] 1978 in [geboorteplaats] , Afghanistan,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. J. Nederlof uit Tilburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , behandelaar fact;
  • mevrouw [persoon 2] , begeleider RIBW.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 24 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat en dat hij het naar zijn zin heeft op de nieuwe woonplek. Betrokkene is bezig om aan de toekomst te denken. Daarnaast geeft betrokkene aan dat het depot helemaal niet goed is en te zwaar. Volgens betrokkene is een zorgmachtiging niet nodig omdat hij liever vrij wil zijn.
4.2.
De begeleider verklaart dat het best prima met betrokkene gaat en hij op tijd is met zijn medicatie. Op de huidige woonplek is nog geen verbale of fysieke agressie waargenomen. In het begin moest betrokkene wennen aan de begeleiding, maar inmiddels helpen ze ook met het schoonmaken van de woning.
4.3.
De behandelaar brengt, samengevat, naar voren dat betrokkene voor depotmedicatie altijd thuis is en dit ook accepteert. Op dit moment zitten betrokkene en fact nog in de opbouwfase van een werkrelatie.
4.4.
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene. Betrokkene betwist namelijk dat er sprake is van een stoornis. Subsidiair, mocht de rechtbank tot toewijzing van het verzoek overgaan, dan verzoekt de advocaat om ‘het verrichten van medische controles’ alsmede ‘het gebruik van communicatiemiddelen’ af te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
5.3.
Deze stoornissen veroorzaken ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld zowel verbaal als fysiek agressief kan reageren richting derden en materieel, waardoor betrokkene in conflict komt met anderen. Voorts is er sprake van zelfverwaarlozing en vertoont betrokkene gevaarlijk gedrag door het onklaar maken van elektriciteit en brandmelders.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene ontkent zijn psychische stoornissen en meent derhalve geen zorg en geen medicatie nodig te hebben. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten (factzorg).
5.6.1.
Omdat niet voorzienbaar is dat betrokkene niet meewerkt aan medische controles, wijst de rechtbank deze verzochte vorm van verplichte zorg af.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag 2] 1978 in [geboorteplaats] , Afghanistan, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 23 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.