De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van de machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft in een zorgaccommodatie. De officier van justitie verzocht om uitbreiding van de verplichte zorg met toezicht.
Tijdens de mondelinge behandeling, die met gesloten deuren plaatsvond, werd betrokkene gehoord met haar advocaat en een tolk. Betrokkene gaf aan zich stabiel te voelen en wenste tijdelijk terug te keren naar Roemenië vanwege een zieke opa. De psychiater, die betrokkene goed kent, sprak namens haar. De advocaat stelde dat het verzoek tot wijziging van de crisismaatregel moet worden afgewezen indien de zorgmachtiging wordt toegewezen.
De rechtbank overwoog dat nu een zorgmachtiging is verleend per de datum van de zitting, het verzoek tot wijziging van de crisismaatregel geen belang meer heeft. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.