Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3034

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445605 / FA RK 26-1101
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 sub a WvggzArt. 6:6 tweede lid WvggzArt. 5 lid 1 onder e EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornis voor zes maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1995, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, diabetes type 1 en middelenmisbruik. Betrokkene is momenteel vrijwillig opgenomen en neemt medicatie, hoewel niet altijd consistent.

De rechtbank constateerde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoeningen, waaronder risico op levensgevaar door onderbehandeling van diabetes en psychotische episodes met agressie. Verplichte zorg is noodzakelijk omdat betrokkene ambivalent is over medicatie-inname en onvoldoende meewerkt aan controles en dieet. De zorgmachtiging omvat medicatietoediening, medische controles, onderzoek aan persoon en verblijfsruimte, en beperkingen die betrokkene verplichten tot bepaalde handelingen.

De rechtbank wees de zorgvormen opname en bewegingsvrijheid beperken af, omdat deze niet in de medische verklaring waren opgenomen en vrijheidsbeneming betreffen waarvoor een onafhankelijk psychiatrisch advies vereist is. Tevens was het verzoek niet tijdig ingediend, waardoor de zorgmachtiging slechts voor zes maanden wordt verleend in plaats van twaalf.

De beslissing is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank wijst een zorgmachtiging toe voor zes maanden zonder opname en bewegingsbeperking wegens ontbreken van medische grond en tijdige indiening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445605 / FA RK 26-1101
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Köller te Wijk bij Duurstede.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 4 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 4 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • dhr. [persoon 1] , waarnemend arts;
  • mw. [persoon 2] , mentor van betrokkene.
Daarnaast waren als toehoorders aanwezig:
  • dhr. [persoon 3] ;
  • een begeleider van betrokkene.
1.3.
De officier van justitie is, zoals reeds aangekondigd in het verzoekschrift, niet ter zitting verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van 7 maart 2025 heeft de rechtbank een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene verleend met ingang van 7 maart 2025 en tot en met 7 maart 2026.
2.2.
Voor betrokkene is bij beschikking van 10 februari 2025 mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een (aansluitende) zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene vertelt dat hij het niet erg vindt als het verzoek wordt toegewezen. Het gaat goed met hem. Hij vindt het leuk op de afdeling en wil daar graag blijven. Betrokkene verklaart daarnaast dat hij zijn medicatie inneemt, omdat hij hier rustig van wordt en zich daardoor fijner voelt. Tot slot geeft hij aan dat hij uiteindelijk graag door wil stromen naar een beschermde woonvorm.
4.2.
De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat de zorgvormen “beperken van bewegingsvrijheid” en “opname” niet in een verplichte vorm nodig zijn, aangezien betrokkene momenteel vrijwillig opgenomen is. De zorgmachtiging kan worden toegewezen, met uitzondering van voornoemde zorgvormen. Betrokkene neemt zijn medicatie in, maar is hier ambivalent in. Hij vindt een zorgmachtiging echter niet belemmerend. Het gaat goed en het is van belang dat de stijgende lijn wordt voortgezet, zodat de overdracht naar beschermd wonen zonder kink in de kabel kan verlopen.
4.3.
De arts licht toe dat het beter gaat met betrokkene. Hij is blij dat hij kon doorstromen naar [kliniek] . Betrokkene wil zich inzetten voor beschermd wonen in de buurt van zijn familie in [plaats] . Hij neemt zijn medicatie meestal in, maar dit gebeurt niet altijd. Betrokkene voelt zich momenteel goed. Als hij wat gewicht kwijtraakt, waar hij zich nu al voor inzet, zal het heel goed gaan op het gebied van zijn diabetes. Het is de bedoeling om betrokkene te blijven observeren, stabiel te houden en toe te werken naar ambulante zorg. De verplichte zorgvorm “opname” is noodzakelijk voor het geval betrokkene niet meer vrijwillig opgenomen wil blijven. Hij verblijft momenteel wel op een open afdeling.
4.4.
De mentor verklaart dat de inname van medicatie in het belang van betrokkene is. Het gaat momenteel een stuk beter. Hij is meer in contact. De mentor hoopt dat deze stijgende lijn voortgezet kan worden middels de zorgmachtiging.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor de (verkorte) duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en/of andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Betrokkene is bekend met diabetes type 1, schizofrenie, middelenmisbruik (cannabis, alcohol) en psychosociale problemen.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, ernstige verstoorde ontwikkeling, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat de diabetes van betrokkene moeilijk te stabiliseren is, omdat betrokkene niet altijd meewerkt aan de noodzakelijke controles en het dieet. Indien zijn diabetes onderbehandeld blijft, zorgt dit voor een risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel. Daarnaast is het gebleken dat betrokkene in psychotische toestand dreigend en agressief kan zijn en verschillende strafbare feiten heeft gepleegd. Voorts heeft betrokkene geen dagbesteding, is hij passief en verwaarloost hij zijn persoonlijke hygiëne. Momenteel gaat het goed met betrokkene en is hij stabiel. Echter, zonder medicatie is de kans reëel dat betrokkene hervalt in acute psychoses met een herleving van het daarbij behorende ernstige nadeel.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn onvoldoende mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene ambivalent is met betrekking tot zijn medicatie-inname. Hij weigert depotmedicatie en is niet betrouwbaar in het innemen van tabletten. Daarnaast werkt betrokkene niet altijd mee aan het uitvoeren van controles en het aanpassen van zijn dieetgewoontes met betrekking tot zijn diabetes. Ook is er geen sprake van ziektebesef en -inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
5.7.
De rechtbank wijst het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten met betrekking tot het beperken van de communicatiemiddelen af, nu de arts tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat dit niet nodig is om het ernstig nadeel af te wenden. Daarnaast wijst de rechtbank de verzochte vormen van verplichte zorg “beperken van bewegingsvrijheid” en “opname” af. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. De mogelijkheid om een andere vorm van verplichte zorg toe te wijzen dan is opgenomen in de bij het verzoekschrift bijgevoegde onafhankelijke medische verklaring, vindt naar het oordeel van de rechtbank haar begrenzing in zorgvormen die leiden tot vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 5, lid 1 onder e, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). In die gevallen is op grond van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) een daartoe strekkend advies van een onafhankelijke psychiater vereist (zie EHRM 5 oktober 2000,
Varbanov t. Bulgarije). De rechtbank stelt vast dat in de medische verklaring de verplichte zorgvormen “opname” en “beperken van de bewegingsvrijheid” niet zijn aangekruist, welke zorgvormen door de rechtbank als vormen van vrijheidsbeneming als bedoeld in artikel 5 lid 1 onder Pro e EVRM worden beschouwd. Dit betekent dat deze zorgvormen niet kunnen worden toegewezen, nu daar geen advies van een onafhankelijke psychiater aan ten grondslag ligt. Ook verblijft betrokkene momenteel vrijwillig op de open afdeling. Het staat de behandelaar vrij om een wijziging van de zorgmachtiging te verzoeken, indien deze zorgvormen in de toekomst wel noodzakelijk blijken te zijn.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank constateert echter dat het verzoek door de officier van justitie niet tijdig, te weten vier weken voor afloop van de vorige (aansluitende) zorgmachtiging, bij de rechtbank is ingediend. Hierdoor is er geen sprake van nawerking van de voorgaande zorgmachtiging op grond van artikel 6:6 tweede Pro lid Wvggz. Dientengevolge is de voorgaande zorgmachtiging op 7 maart 2026 vervallen en kan de rechtbank het onderhavige verzoek niet anders aanmerken dan als een eerste verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging met een maximale duur van zes maanden, zoals op grond van artikel 6:5 sub a Wvggz Pro is bepaald. De zorgmachtiging zal dan ook – anders dan verzocht – voor de duur van zes maanden worden verleend.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in r.o. 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
16 september 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.