Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:3032

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/02/445963 / FA RK 26-1292
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Wzd
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging voortzetting inbewaringstelling wegens ontbreken verzet

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, die verblijft in een verpleeghuis. Betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening en vertoont geen verzet tegen de opname. Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, en zorgverleners gehoord.

De behandelaar gaf aan dat voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is omdat betrokkene zonder dwangkader op de afdeling kan blijven en de benodigde zorg kan ontvangen. De verpleegkundig specialist meldde dat betrokkene baat heeft bij de structuur en 24-uurs zorg, maar geen sprake is van verzet. De advocaat bepleitte afwijzing van het verzoek vanwege het ontbreken van onvrijwillige opname.

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van verzet en dat de wettelijke voorwaarden voor voortzetting van de inbewaringstelling niet zijn vervuld. De behandelaar kan zonder dwangmaatregelen de veiligheid waarborgen en de zorg voortzetten. Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van verzet en mogelijkheid tot zorg zonder dwang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445963 / FA RK 26-1292
Datum uitspraak: 16 maart 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1938 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in [verpleeghuis] te [plaats 2] ,
advocaat mr. S.J. Nijssen te Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mw. [persoon 1] , behandelaar;
  • mw. [persoon 2] , verpleegkundig specialist in opleiding;
  • mw. [persoon 3] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [verpleeghuis] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Terneuzen heeft het besluit tot het verlenen van de inbewaringstelling op 11 maart 2026 genomen.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat hij niet weet wat er gebeurd is. Hij is slechthorend en kan ook niet meer goed voor zichzelf zorgen.
4.2.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Er is sprake van een psychogeriatrische aandoening en ernstig nadeel. Betrokkene vertoont echter geen verzet, hetgeen maakt dat het verzoek kan worden afgewezen.
4.3.
De verpleegkundig specialist in opleiding verklaart dat er geen twijfel is over de diagnose van betrokkene. Hij denkt dat er nog sprake is van de COVID-19-periode. Betrokkene wil zich isoleren en liet daarom thuis alle zorg, zoals thuiszorg en een casemanager, niet meer toe. Ook was betrokkene verbaal en fysiek agressief naar zijn echtgenote en zoon. De echtgenote van betrokkene is overbelast geraakt. Op de afdeling laat betrokkene meer toe en hij heeft veel baat bij de structuur, daginvulling en 24-uurs zorg. Het is van belang om de komende periode te bekijken wat de wijziging van medicatie doet met de wanen en hallucinaties van betrokkene.
4.4.
De behandelaar verklaart dat een voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is. Op basis van artikel 21 Wzd Pro kan de noodzakelijke behandeling ook worden voortgezet. Betrokkene is het met veel dingen niet eens, maar hij is het niet zozeer oneens met de opname zelf.
4.5.
De verpleegkundige vult aan dat betrokkene op de afdeling met gebalde vuisten kan staan en verbaal aangeeft dat hij wil slaan als iemand iets doet wat betrokkene niet wil. Verder heeft betrokkene het niet over weglopen en is hij meestal op zijn slaapkamer. Er is geen sprake van verzet.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De behandelaar heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat een voortzetting van de inbewaringstelling niet noodzakelijk is, gelet op het feit dat betrokkene zonder dwangkader op de huidige afdeling kan blijven en geen fysiek of verbaal verzet vertoont. De behandelaar kan ook zonder dwangkader veiligheidsmaatregelen nemen en betrokkene de zorg bieden die hij nodig heeft. De behandelaar voorziet voorts geen problemen bij een beoordeling op grond van artikel 21 Wzd Pro. De advocaat stelt zich op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen, nu er geen sprake is van een onvrijwillige opname. De behandelaar kan zich hierin vinden. Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van verzet. Het is immers niet gebleken dat betrokkene daadwerkelijk de afdeling wil en/of zal verlaten. Ook kan de behandelaar zonder dwangkader veiligheidsmaatregelen nemen om dit te voorkomen. Er kan derhalve niet worden voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een voortzetting van een inbewaringstelling. De rechtbank wijst daarom het verzoek af.

6.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 30 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.