ECLI:NL:RBZWB:2026:3024
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking besluit CBR door inhoudelijke behandeling bezwaar
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het CBR waarin zijn bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Het CBR heeft dit besluit op 2 februari 2026 ingetrokken en aangegeven het bezwaar inhoudelijk te zullen behandelen, waardoor het beroep werd ingetrokken.
De rechtbank heeft het verzoek van verzoeker om het CBR te veroordelen tot betaling van proceskosten beoordeeld. Het CBR voerde geen verweer tegen dit verzoek. De rechtbank oordeelde dat het CBR aan verzoeker is tegemoetgekomen door het besluit in te trekken en het bezwaar inhoudelijk te behandelen.
Daarom wees de rechtbank het verzoek om proceskostenveroordeling toe en veroordeelde het CBR tot betaling van € 934,- aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het CBR ook verplicht is het griffierecht van € 194,- te vergoeden, waarvoor verzoeker zich rechtstreeks tot het CBR moet wenden.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier E.A. Vermunt op 15 april 2026, zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het CBR wordt veroordeeld tot betaling van € 934,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het bestreden besluit.