Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats 1] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Samenvatting
.Eiser krijgt dus geen gelijk en de omgevingsvergunning blijft dus in stand. Omdat de rechtbank toepassing geeft aan artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toepast, ziet de rechtbank aanleiding om het college op te dragen het griffierecht aan eiser te vergoeden. De rechtbank zal het college om diezelfde reden veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
rvoert aan dat hij ten onrechte niet is gehoord. Daarnaast stelt eiser dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid: enerzijds wordt gesteld dat geen advies bij de Adviescommissie is ingewonnen, anderzijds wordt vermeld dat is besloten om het bezwaar in overeenstemming met het advies gegrond te verklaren.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.