Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2983

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
14 april 2026
Zaaknummer
BRE 26/1109
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op Woo-bezwaar over interlandelijke adoptie-informatie

Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig beslissen van de staatssecretaris op hun verzoek om openbaarmaking van informatie over interlandelijke adopties uit de Filipijnen in de periode 2005-2020, ingediend op 18 oktober 2024. De staatssecretaris had de beslistermijn verlengd en uitgesteld tot uiterlijk 14 februari 2025, maar heeft daarna geen besluit genomen.

Eisers stelden de staatssecretaris op 9 mei 2025 in gebreke en na het verstrijken van twee weken zonder besluit werd het beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat de staatssecretaris binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. De staatssecretaris wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 10 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1109

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 april 2026 in de zaak tussen

[eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers,

(gemachtigde: mr. L.-M. Komp),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eisers hebben ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun bezwaar van 18 oktober 2024 tegen het besluit van 10 september 2024 op eisers hun verzoek (aanvraag) op grond van de Wet open overheid (Woo) van 26 januari 2024, door de staatssecretaris ontvangen op 30 januari 2024, om openbaarmaking van informatie met betrekking tot interlandelijke adopties uit de Filipijnen uit de periode 2005 tot 2020.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eisers hebben het bezwaarschrift ingediend op 18 oktober 2024. De staatssecretaris moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn voorbij is. [2] De staatssecretaris heeft de termijn verlengd met zes weken. Vervolgens heeft de staatssecretaris de beslistermijn met instemming van eisers uitgesteld tot en met 14 februari 2025. De staatssecretaris had dus uiterlijk op 14 februari 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen de staatssecretaris moet beslissen is inmiddels voorbij. Eisers hebben de staatssecretaris op 9 mei 2025 in gebreke gesteld en sindsdien zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn moet aan de staatssecretaris worden opgelegd?
4. Omdat de staatssecretaris nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris dit alsnog moet doen. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet de staatssecretaris dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. De rechtbank ziet geen aanleiding een langere termijn op te leggen, aangezien de staatssecretaris in het verweerschrift van 23 maart 2026 heeft aangegeven ernaar te streven binnen vier weken, na de datum van het verweerschrift, een besluit op het bezwaar van eisers te nemen en deze termijn eerder verstrijkt dan twee weken na de dag van verzending de uitspraak.
Welke dwangsom wordt aan de staatssecretaris opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat de staatssecretaris een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door de staatssecretaris. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen, de staatssecretaris de onder 4. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan de staatssecretaris de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is moet de staatssecretaris het griffierecht aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding voor hun proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de staatssecretaris op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar bekend te maken;
- bepaalt dat de staatssecretaris aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de staatssecretaris de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
  • bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 200,- aan eisers moet vergoeden;
  • veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 10 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb.