Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op zijn WIA-aanvraag van 28 november 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 26 januari 2026 in gebreke heeft gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 29 januari 2026 ontving.
Het UWV gaf aan dat het besluit nog niet is genomen vanwege een tekort aan artsencapaciteit en daardoor lange wachttijden voor medisch onderzoek. De rechtbank oordeelt dat een termijn van twee weken onredelijk kort is gezien de omstandigheden en stelt een termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.