Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2939

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
24/8319
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden tegen omgevingsvergunning

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht, waarbij het bezwaar tegen een omgevingsvergunning ongegrond werd verklaard en het besluit in stand bleef met een aanvullende onderbouwing over stikstofberekening.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen gronden van het beroep heeft vermeld in het beroepschrift. Ondanks meerdere verzoeken en herstelmogelijkheden heeft eiseres nagelaten deze gronden alsnog in te dienen.

De rechtbank heeft eiseres herhaaldelijk verzocht om binnen gestelde termijnen het verzuim te herstellen, waaronder na een verzoek om uitstel vanwege familieomstandigheden. Ook een verzoek om vertrouwelijke indiening van stukken werd beantwoord, maar daarop volgde geen reactie meer.

Omdat geen verontschuldiging voor het verzuim is gegeven en het verzuim niet is hersteld, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Het bestreden besluit blijft daarmee ongewijzigd en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/8319

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 april 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht, het college.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het college van 1 november 2024. Met dit besluit heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning waartegen zij opkwam, met aanvulling van de onderbouwing over de stikstofberekening, in stand gelaten.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres de gronden van het beroep niet heeft vermeld en dat verzuim niet heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. [1] Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Heeft eiseres de gronden tijdig vermeld?
4. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift en heeft tot op heden, ondanks meerdere verzoeken van de rechtbank daarover, deze niet ingediend.
4.1.
De rechtbank heeft eiseres met een brief van 14 maart 2025 voor de eerste maal verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.
4.2.
Bij brief van 24 juni 2025 heeft de rechtbank eiseres opnieuw verzocht binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Daarbij is vermeld dat als eiseres dit niet doet, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
4.3.
Eiseres heeft bij brief van 24 juli 2025 verzocht om – onder andere vanwege familieomstandigheden – uitstel van de termijn voor het indienen van gronden. Bij brief van 23 september 2025 heeft de rechtbank eiseres uitstel verleend en nogmaals verzocht binnen vier weken het verzuim te herstellen. Daarbij is er opnieuw op gewezen dat zij verplicht is dit te doen en dat als zij niet aan het verzoek voldoet de rechtbank hier gevolgen aan kan verbinden.
4.4.
Bij brief van 22 oktober 2025 heeft eiseres de rechtbank gevraagd of er een mogelijkheid bestaat om eventuele door haar ingediende stukken niet aan alle partijen door te sturen. Bij brief van 25 november 2025 heeft de rechtbank aan eiseres uitgelegd wat zij moet doen als zij stukken wil indienen die alleen de rechtbank mag inzien. De rechtbank heeft eiseres verzocht om binnen twee weken te reageren.
4.5.
Eiseres heeft sindsdien geen enkele reactie meer ingediend.
Is het niet tijdig vermelden van de gronden verontschuldigbaar?
5. Eiseres heeft geen reden gegeven voor het niet indienen van haar beroepsgronden. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank concludeert dat eiseres geen beroepsgronden heeft ingediend en dit verzuim ondanks meerdere herstelmogelijkheden niet heeft hersteld, Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft.
6.1.
Eiseres krijgt het griffierecht niet terug en voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 13 april 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.