Uitspraak
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
5 juni 2026 (pro forma), zulks in afwachting van het rapport van de deskundige.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een zaak over kinderalimentatie waarbij onzekerheid bestond over het vaderschap van een man ten opzichte van twee minderjarige kinderen. De man had niet meegewerkt aan een eerder gelast DNA-onderzoek, wat leidde tot een verzoek van de vrouw om een voorlopige onderhoudsbijdrage vast te stellen.
Tijdens de zitting gaf de rechtbank aan dat het belang van de kinderen bij duidelijkheid over hun vaderschap groot is, mede vanwege hun behoefte aan een vaderfiguur. De man toonde zich uiteindelijk bereid alsnog mee te werken aan een nieuw DNA-onderzoek en een voorlopige alimentatie te betalen. De rechtbank legde de kosten van het eerdere onderzoek bij de man en gelastte een nieuw DNA-onderzoek door Verilabs.
De rechtbank berekende de behoefte van de kinderen en de draagkracht van partijen op basis van het minimumloon in 2009 en de actuele inkomens, rekening houdend met andere onderhoudsverplichtingen. De voorlopige kinderalimentatie werd vastgesteld op €131 per kind per maand, met ingang van de datum van de beschikking. De definitieve beslissing wordt aangehouden tot na het DNA-onderzoek, waarbij de uitkomst bepalend zal zijn voor de definitieve onderhoudsplicht.
Uitkomst: De rechtbank stelt voorlopige kinderalimentatie vast en gelast nieuw DNA-onderzoek om het vaderschap definitief vast te stellen.