Uitspraak
2.De feiten
3.De nu nog voorliggende verzoeken
- hem mede te belasten met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
- vaststelling van een omgangsregeling;
- vaststelling van een informatie- en (voorwaardelijke) consultatieregeling, in die zin dat de vrouw tenminste eenmaal per maand aan de man informatie verstrekt omtrent de ontwikkelingen van [minderjarige] , waarbij de man ook op de hoogte wordt gehouden van medische aangelegenheden, zoals afspraken met artsen en ziekenhuisbezoeken, alsook van eventuele wijzigingen in de geestelijke en lichamelijke gesteldheid van [minderjarige] en van buitenlandse vakanties.
- het vaststellen van een omgangsregeling tussen de man en [minderjarige] in de oneven weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur waarbij [minderjarige] door de man op zaterdag 10.00 uur wordt opgehaald van het station te [plaats] en op zondag om 17.00 uur weer wordt opgehaald door de vrouw van het station [plaats] ;
- te bepalen dat de verdeling ten aanzien van de vakanties en feestdagen en bijzondere dagen zal gelden conform het geldende en getekende ouderschapsplan van 24 juli 2025 en zoals opgenomen vanaf pagina 6 e.v.;
- De door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] , met ingang van 1 december 2025 wordt vastgesteld op € 155,= per maand.
4.De nadere beoordeling
5.De beslissing
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.