ECLI:NL:RBZWB:2026:293

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
24/5889
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27h AWRArt. 28 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en belastingrentebeschikking 2020

Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) en een belastingrentebeschikking over het jaar 2020. De inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd van €19.019 en daarnaast €316 aan belastingrente in rekening gebracht. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur ongegrond verklaard.

De rechtbank behandelde het beroep op 9 januari 2026 en de inspecteur stelde ter zitting dat de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking vernietigd moesten worden. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar, de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking werden vernietigd.

Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €371 en een proceskostenvergoeding van €3.200 aan belanghebbende, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 22 januari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en de belastingrentebeschikking en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5889

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde] )
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van 31 juli 2024.
1.1.
De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2020 een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd naar een belastbaar bedrag van € 19.019
(de navorderingsaanslag). Gelijktijdig heeft de inspecteur belanghebbende € 316 belastingrente in rekening gebracht (de belastingrentebeschikking).
1.2.
De inspecteur heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens belanghebbende: [naam] en de gemachtigde van belanghebbende. Namens de inspecteur hebben mr. [inspecteur 1] en mr. [inspecteur 2] deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De inspecteur heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking moeten worden vernietigd. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en vernietigt de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking.
3.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten die zij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken. De inspecteur moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In de bezwaarfase worden de kosten van rechtsbijstand vastgesteld op basis van 2 punten (bezwaarschrift en het verschijnen ter hoorzitting), met een waarde van € 666 per punt. Ook heeft belanghebbende recht op 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 934 per punt. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 1. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 3.200.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • vernietigt de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking;
  • veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van
€ 3.200;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, op 22 januari 2026. De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist. [1]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Voetnoten

1.Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid, van de AWR.