Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) en een belastingrentebeschikking over het jaar 2020. De inspecteur had een navorderingsaanslag opgelegd van €19.019 en daarnaast €316 aan belastingrente in rekening gebracht. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur ongegrond verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 9 januari 2026 en de inspecteur stelde ter zitting dat de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking vernietigd moesten worden. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar, de navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking werden vernietigd.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €371 en een proceskostenvergoeding van €3.200 aan belanghebbende, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 22 januari 2026 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.