De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen uit een gezin met ernstige opvoedkundige problemen. De minderjarigen wonen bij hun ouders, die belast zijn met het ouderlijk gezag. Er zijn grote zorgen over emotionele en fysieke kindermishandeling, emotionele stress en ontwikkelingsproblemen bij de kinderen. De ouders vertonen wantrouwen en weerstand tegen hulpverlening, wat leidt tot een impasse.
De GI heeft MST-CAN ingezet, een intensieve gezinsbehandeling, maar constateert dat de ouders onvoldoende meewerken en de veiligheid van de minderjarigen niet langer kan worden gegarandeerd. De ouders ontkennen de ernst van de situatie en benadrukken hun bereidheid tot hulpverlening, maar erkennen ook incidenten en spanningen.
De kinderrechter concludeert dat de situatie onveilig is en dat de samenwerking tussen ouders, GI en hulpverlening is vastgelopen. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 8 augustus 2026, met de verwachting dat de minderjarigen op dezelfde groep worden geplaatst en zo spoedig mogelijk binnen de eigen regio. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.