Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op een aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 18 juli 2025 in gebreke heeft gesteld. Na ontvangst van de ingebrekestelling op 22 juli 2025 zijn twee weken verstreken zonder besluit.
Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en dat het onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen, maar dat de zaak met voorrang wordt behandeld. De rechtbank oordeelt dat een termijn van vier maanden redelijk is om een zorgvuldige beslissing mogelijk te maken.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 23 januari 2026.