Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2890

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/02/445508 / FA RK 26-1059
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Borm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning zorgmachtiging voor twaalf maanden wegens psychische stoornis en middelenmisbruik

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 13 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1992. Betrokkene was het niet eens met de duur van twaalf maanden en stelde zes maanden voldoende te vinden. De raadsvrouw ondersteunde dit standpunt, terwijl de behandelaar en sociaal psychiatrisch verpleegkundige de noodzaak van twaalf maanden benadrukten.

Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen, waaronder neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, depressieve stemmingsstoornissen, en een aan middelen gerelateerde waanstoornis. De diagnose schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen is onduidelijk, maar de symptomen veroorzaken ernstig nadeel zoals levensgevaar, psychische schade, maatschappelijke teloorgang en verstoorde ontwikkeling.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene zonder verplichte zorg waarschijnlijk stopt met medicatie, wat leidt tot decompensatie en ernstige gevolgen. De toegewezen zorg omvat medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie. De termijn van twaalf maanden is passend vanwege de precairheid van de positieve ontwikkeling en de noodzaak om betrokkene voldoende tijd te geven om stabiliteit te behouden.

De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door rechter Borm, met een geldigheidsduur tot 13 maart 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden vanwege ernstig nadeel door psychische stoornis en middelenmisbruik.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445508 / FA RK 26-1059
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. W. van der Sande uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van 27 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1], behandelaar;
  • de heer [persoon 2], sociaal psychiatrisch verpleegkundige.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene stelt dat hij dacht dat de zorgmachtiging voor zes maanden was aangevraagd. Hier zou hij het mee eens zijn, omdat hij die tijd wil gebruiken om zijn leven op de rit te krijgen. Hij vindt twaalf maanden echter erg lang. Betrokkene heeft moeilijke momenten gehad in de afgelopen periode. Hij is terug thuis komen wonen na zijn opname, maar in november is hij opnieuw opgenomen geweest. Sindsdien gaat het goed met hem. Hij krijgt depotmedicatie en ook dit gaat goed. Hier heeft hij geen last van, maar hij wil ook niet jaren aan de medicatie blijven. Uiteindelijk wil hij proberen om zonder medicatie goed te functioneren; hij denkt dat dit mogelijk is. Betrokkene zou zijn medicatie niet direct stopzetten, maar in de loop van de tijd, als zijn leven is gestabiliseerd met werk, zou hij het willen afbouwen. Sinds zijn opname in november heeft betrokkene geen middelen meer gebruikt. Momenteel neemt de zucht naar middelen wat meer toe, maar hij gaat hier niet in mee. Hij heeft ook alle telefoonnummers van de personen die hem aan drugs kunnen helpen verwijderd. Tot slot is betrokkene het niet eens met de diagnose schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De symptomen die hij heeft lijken op deze stoornis, maar zijn gerelateerd aan het middelengebruik. Betrokkene kent personen die schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen hebben en hij herkent zich niet in dit beeld.
3.2.
De raadsvrouw stelt dat het beter gaat met betrokkene. Er is sprake van een psychische stoornis, maar niet van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. In de medische verklaring staat dat betrokkene bekend is met een autismespectrumstoornis, met depressies en met een aan middelen gerelateerde waanstoornis. Betrokkene herkent dan ook het label van een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis niet bij zichzelf en wenst dat hierover iets wordt opgemerkt in de beschikking. Van ernstig nadeel is sprake op het moment dat er sprake is van middelengebruik. De vrijwilligheid van betrokkene is wisselvallig en precair. Betrokkene beseft dat het nu de goede kant op gaat met hem en hij wil niet opnieuw terugvallen. Hij ziet de zorgmachtiging als stok achter de deur. Echter wordt verzocht de machtiging toe te wijzen voor de duur van zes maanden onder afwijzing van het restant, omdat betrokkene twaalf maanden te lang vindt. De raadsvrouw voert geen verweer ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg.
3.3.
De behandelaar stelt dat er bij betrokkene sprake is van chronische klachten waarvoor hij depotmedicatie gebruikt. Op het moment dat hij zucht naar middelen ervaart, kan hij zo verward raken dat hij moet worden opgenomen. Hiernaast heeft er ook suïcidaliteit gespeeld. Momenteel is er nog sprake van alcoholgebruik en dit is drempelverlagend om andere middelen te gaan gebruiken. De behandelaar denkt dat betrokkene ook op de lange termijn medicatie nodig heeft, omdat dit bijdraagt aan de stabiliteit die betrokkene nu ervaart. Zonder de zorgmachtiging zou betrokkene de medicatie uiteindelijk stopzetten waarna hij decompenseert. Voor wat betreft de stoornis zijn de wanen niet alleen gerelateerd aan het gebruik van middelen, maar of het echt een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis is, is onduidelijk. Er is een beschrijvende diagnose en bij het classificeren kom je uiteindelijk wel uit op een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis. De behandelaar stelt dat een zorgmachtiging van twaalf maanden noodzakelijk is. Wanneer er nu een machtiging voor de duur van zes maanden wordt afgegeven, dan moet over ongeveer 3,5 maand al opnieuw een beoordeling komen voor het aanvragen van een eventuele nieuwe zorgmachtiging. Deze termijn is te kort.
3.4.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige stelt dat het een stuk beter gaat met betrokkene en hij zijn best doet. Wel is de zucht naar middelen nog aanwezig en heeft betrokkene de afgelopen week middelen op een website proberen te bestellen. Dit is echter niet aangekomen. De drang is nog actief aanwezig en betrokkene is hier dan ook mee aan het worstelen.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Hierbij merkt de rechtbank op dat tijdens de zitting is gebleken dat niet duidelijk is geworden of het om een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornis gaat, omdat het erop lijkt dat de wanen van betrokkene aan middelen gerelateerd lijken te zijn.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Op het moment dat betrokkene decompenseert, is er sprake van paranoïde wanen, geluxeerd door middelenmisbruik. Betrokkene wordt achterdochtig en kan vanuit deze achterdocht agressief reageren, waardoor soms de politie wordt ingeschakeld. Ook voelt betrokkene zich dan verward, onveilig en wanhopig en hij heeft vanuit deze gevoelens eerder een suïcidepoging ondernomen. Er is daarnaast ook sprake van stagnering op sociaal-maatschappelijk vlak en zelfverwaarlozing. Door het langdurige middelenmisbruik heeft betrokkene veel verloren: zijn vrienden, zijn werk, zijn woning en de relatie met zijn moeder is beschadigd.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De kans is groot dat betrokkene met zijn depotmedicatie stopt zodra hij geen zorgmachtiging meer heeft. Hij is ervan overtuigd dat hij even goed zonder medicatie kan functioneren. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
4.9.
De rechtbank acht een termijn van twaalf maanden passend, omdat de positieve ontwikkeling van betrokkene nog erg precair is en omdat betrokkene de kans moet krijgen om te laten zien dat hij die voort kan zetten. Met een machtiging van zes maanden, moet er te snel een eventuele nieuwe zorgmachtiging worden aangevraagd.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
13 maart 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 27 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.