Op 13 december 2025 ontving de rechtbank een brief van een minderjarige die verzocht om het medicijn Risperidon te mogen blijven gebruiken omdat het hem helpt. De kinderrechter nodigde de minderjarige uit voor een gesprek op 13 januari 2026, waarin hij bevestigde dat de medicatie hem rust en concentratie gaf, maar dat zijn vader het gebruik niet goedkeurde.
De gecertificeerde instelling (GI) vroeg aanvankelijk aan de kinderrechter om gedeeltelijk gezag te krijgen over medische beslissingen, maar trok dit verzoek op 4 februari 2026 in nadat de huisarts besloot de medicatie voor te schrijven totdat een kinderpsychiater de situatie zou beoordelen.
De kinderrechter constateerde dat de huisarts naar de wens van de minderjarige had geluisterd en dat de medicatie al werd verstrekt, waardoor een rechterlijke beslissing niet langer nodig was. De kinderrechter schreef een brief aan de minderjarige om dit uit te leggen en wenste hem succes met zijn verdere ontwikkeling in het gezinshuis en op school.
De beschikking werd op 13 maart 2026 uitgesproken door kinderrechter Van Triest, met griffier mr. Busselaar aanwezig. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.