De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 maart 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2022, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De ouders voeren een langdurige en heftige ex-partnerstrijd waarbij de kinderen getuige zijn geweest van verbaal en fysiek geweld, wat hun ontwikkeling ernstig bedreigt.
De Raad heeft een onderzoek verricht waaruit bleek dat vrijwillige hulpverlening niet heeft geleid tot rust en stabiliteit. Beide ouders uiten ernstige zorgen en beschuldigingen over elkaar, wat de opvoedsituatie bemoeilijkt. De kinderen verblijven bij de moeder, maar er is onvoldoende zicht op de verzorging en opvoeding bij beide ouders. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) pleiten voor ondertoezichtstelling om zicht te krijgen op de opvoedsituaties en om hulpverlening in te zetten.
De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling, de vader staat er achter indien noodzakelijk en pleit voor solo parallel ouderschap. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan, gezien de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen en het falen van vrijwillige hulpverlening.
De beschikking stelt de kinderen voor de duur van een jaar onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. De doelen zijn onder meer het waarborgen van onbelast contact met beide ouders, zicht op het functioneren van de kinderen en het werken aan een ouderschapsplan.