Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2865

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
12 april 2026
Zaaknummer
C/02/445584 / JE RK 26-353
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Toekoen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:247 lid 2 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onder toezichtstelling minderjarige wegens zorgen over alcoholgebruik en opvoedvaardigheden moeder

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden vanwege zorgen over het alcoholgebruik van de moeder en de gevolgen daarvan voor de opvoeding en veiligheid van het kind.

Uit onderzoek bleek dat ondanks hulpverlening bij Novadic-Kentron het alcoholgebruik van de moeder aanhield, wat leidde tot onveilige situaties en emotionele bedreiging voor de minderjarige. De minderjarige gaf aan zich niet veilig te voelen en soms voor zichzelf te moeten zorgen, wat door de moeder werd ontkend.

De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat het vrijwillige kader onvoldoende is. Daarom werd de ondertoezichtstelling voor zes maanden toegewezen, met als doel het verbeteren van de beschikbaarheid van de moeder en het emotioneel welzijn van het kind.

De gecertificeerde instelling kreeg een code rood status en zal snel een jeugdbeschermer inzetten om de maatregel uit te voeren. De beschikking is direct uitvoerbaar verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige onder toezicht van een gecertificeerde instelling vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door het alcoholgebruik en opvoedproblemen van de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445584 / JE RK 26-353
Datum uitspraak: 11 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2014 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
locatie Tilburg, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 27 februari 2026;
  • het rapport van de Raad van 30 juli 2025;
  • de brief van de Raad van 9 maart 2026, met bijlage;
  • het e-mailbericht van de moeder van 10 maart 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.3.
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
1.4.
[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven over het verzoek. Zij heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht van de GI te stellen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad legt aan zijn verzoek het volgende ten grondslag. In zijn onderzoek van juli 2025 is geen bedreigde ontwikkeling voor [minderjarige] gezien, omdat de moeder aangaf te willen werken aan haar alcoholprobleem. Zij was hiervoor aangemeld bij Novadic-Kentron en kreeg, totdat zij bij deze instelling terecht kon, hulpverlening van [minderjarige] . Verder waren er toen geen zorgen waargenomen omtrent de opvoedvaardigheden van de moeder wanneer zij niet drinkt. Toen ging het met [minderjarige] goed op school. Naar aanleiding van een terugmelding van Veilig Thuis op 4 december 2025 en uitspraken van [minderjarige] op school van 5 december 2025, heeft de Raad vanaf 14 januari 2026 opnieuw onderzoek gedaan. Tijdens dit onderzoek heeft de Raad geconstateerd dat de moeder inmiddels hulpverlening krijgt bij Novadic-Kentron, welke hulpverlening zich positief over de moeder uit. Er is echter nog steeds sprake van alcoholgebruik bij haar, waardoor ook voor [minderjarige] belastende situaties zijn ontstaan. Zo is de moeder na het drinken van alcohol gaan fietsen, waarbij zij ten val kwam. [minderjarige] is daarbij aanwezig geweest. Daarnaast heeft [minderjarige] op school onder meer verteld dat de moeder ‘s avonds vaak dronken is, dan soms haar kamer binnen komt, haar pijn doet en in haar ogen prikt. Hierdoor voelt [minderjarige] zich niet veilig thuis. Ook is er thuis onlangs door het alcoholgebruik van de moeder sprake geweest van een fikse ruzie tussen de moeder en haar in een pleeggezin verblijvende zoon [minderjarige] , waarbij hij de moeder heeft ‘gevloerd’ en de politie betrokken is geweest. Verder lijken er nu ook zorgen te zijn over de opvoedvaardigheden van de moeder, dit mede gezien de verklaringen van [minderjarige] . [minderjarige] zet soms uit veiligheidsoverwegingen een kast voor haar kamerdeur, zodat haar moeder niet bij haar naar binnen kan komen. [minderjarige] heeft ook aangegeven dat zij regelmatig voor zichzelf zorgt wanneer de moeder door alcoholgebruik hiertoe niet in staat is. Verder heeft [minderjarige] verteld dat zij soms wacht tot de moeder slaapt voordat zij naar beneden gaat om bijvoorbeeld iets te eten. De moeder heeft deze uitspraken van [minderjarige] evenwel ontkend. De Raad kan, behalve van het incident op de fiets, niet hardmaken dat genoemde situaties daadwerkelijk zijn gebeurd. Wat de Raad wel kan, is hetgeen [minderjarige] heeft aangegeven en de zorgen van Veilig Thuis serieus nemen. Wanneer er niets verandert is de Raad bezorgd dat [minderjarige] opgroeit met een moeder die door het gebruik van alcohol onvoldoende fysiek en emotioneel voor haar beschikbaar is. Dit kan tot onveilige situaties leiden. Ook kan dit ervoor zorgen dat [minderjarige] een verhoogd verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelt en het gevoel krijgt dat zij voor haar moeder moet zorgen. Verder bestaat het risico dat [minderjarige] hierdoor opgroeit met gevoelens van angst, moeite ervaart op school en zelf op latere leeftijd misbruik maakt van middelen. De Raad vindt het, ondanks dat er hulpverlening in de huidige situatie is, waaraan de moeder meewerkt, dan ook noodzakelijk dat er binnen een verplicht kader gaat worden gewerkt. Daarom verzoekt de Raad om een ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden, zodat er zicht komt in de huidige situatie en gewerkt kan worden aan de volgende doelen:
- [minderjarige] heeft een moeder die zowel fysiek als emotioneel volledig voor haar beschikbaar is.
- [minderjarige] leert haar gevoelens te herkennen en deze te uiten.
4.2.
In aanvulling hierop is namens de Raad tijdens de zitting nog aangevoerd dat de Raad het zorgelijk vindt dat [minderjarige] het niet makkelijk vindt om te vertellen wat er in haar thuissituatie gebeurt. [minderjarige] is namelijk bang voor een uithuisplaatsing. Het is voor haar belangrijk dat zij bij een hulpverlener haar verhaal kwijt kan en met deze hulpverlener een vertrouwensband kan opbouwen. De Raad heeft de indruk dat de moeder wel in staat kan zijn om [minderjarige] op te voeden en leuke dingen met haar te doen. Door haar alcoholgebruik zijn er echter ook periodes waarin haar dit niet lukt. Het is fijn dat [minderjarige] dan eventueel bij de pleegvader van haar broer [minderjarige] terecht kan. De Raad stelt het op prijs dat de GI snel een jeugdbeschermer beschikbaar heeft om een ondertoezichtstelling uit te voeren. De Raad verwacht dat er dan snel stappen kunnen worden gezet om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen.
4.3.
Namens de GI is tijdens de zitting aangevoerd dat de GI het eens is met het verzoek van de Raad om [minderjarige] onder toezicht te stellen. Ondanks dat de moeder gemotiveerd is voor de hulpverlening van Novadic-Kentron, is er een dwingend kader nodig om de moeder zover te krijgen dat zij niet meer in alcoholgebruik terugvalt. Gelet op de grote zorgen die er zijn heeft de GI deze zaak als een code rood zaak aangemerkt. Dit betekent dat de GI binnen een maand een jeugdbeschermer beschikbaar heeft om de ondertoezichtstelling uit te voeren. De GI verwacht ook dat dan snel positieve stappen kunnen worden gezet.
4.4.
De moeder is niet op de zitting verschenen. Zij heeft ook anderszins geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de Raad.

5.De beoordeling

5.1.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt naar het oordeel van de kinderrechter dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Zo zijn er al geruime tijd zorgen over het alcoholgebruik van de moeder. Ondanks dat de moeder hiervoor (inmiddels) onder behandeling is bij Novadic-Kentron, lijkt er bij haar nog steeds sprake te zijn van zorgelijk alcoholgebruik. Dit heeft, ook in het bijzijn van [minderjarige] , tot onveilige situaties geleid. Daarnaast heeft [minderjarige] zorgelijke uitspraken gedaan over de thuissituatie. Zo heeft [minderjarige] aangegeven dat, als de moeder onder invloed is, zij [minderjarige] weleens pijn doet en [minderjarige] regelmatig voor zichzelf moet zorgen. [minderjarige] voelt zich ook niet altijd veilig thuis; zo sluit zij zich in haar kamer op en komt pas naar beneden om te eten als zij denkt dat de moeder slaapt. Hierdoor zijn er eveneens zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder en of zij wel voldoende fysiek en emotioneel voor [minderjarige] beschikbaar is. Gelet hierop vindt de kinderrechter met de Raad een ondertoezichtstelling van [minderjarige] noodzakelijk, nu het vrijwillig kader niet voldoende blijkt te zijn.
5.3.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Hij zal [minderjarige] dan ook voor de duur van zes maanden onder toezicht stellen, zoals door de Raad is verzocht. In het kader van een ondertoezichtstelling dient aan de door de Raad geformuleerde doelen te worden gewerkt. Er zal daartoe zicht moeten komen op het alcoholgebruik van de moeder, het verloop van haar behandeling bij Novadic-Kentron en op haar thuissituatie. Zicht op de thuissituatie vindt de kinderrechter heel belangrijk. [minderjarige] vindt het namelijk moeilijk om open over haar thuissituatie te praten, omdat zij bang is voor een uithuisplaatsing. Daarbij heeft de moeder de zorgelijke uitspraken van [minderjarige] ontkend. Verder vindt de kinderrechter het voor [minderjarige] belangrijk dat zij een hulpverlener krijgt bij wie zij met haar verhaal terecht kan en bij wie zij leert om haar gevoelens te begrijpen en zichzelf te uiten.
5.4.
De kinderrechter waardeert het zeer dat de GI deze zorgelijke zaak code rood heeft gegeven en (daarom) op korte termijn een jeugdbeschermer beschikbaar heeft om de ondertoezichtstelling uit te voeren. De termijn van zes maanden is kort en er moet daarom snel begonnen worden met een actieve uitvoering van de maatregel.
5.5.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [1]
5.6.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, met ingang van 11 maart 2026 tot 11 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier, en op schrift gesteld op 25 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.