Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verdere verloop van de procedure
- de beschikking van de kinderrechter van 5 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- het bericht van de GI met bijlagen, van 10 maart 2026;
- het bericht van mr. Elias met bijlagen, van 10 maart 2026.
2.De feiten
voorlopigbij de vrouw (de moeder) bepaald totdat in de bodemprocedure anders wordt beslist.
3.De verzoeken
4.De standpunten
5.De nadere beoordeling
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.