Uitspraak
1.Het verloop van de zaak
2.De feiten
- [minderjarige] verblijft de ene week (zijnde de week dat de moeder op zaterdag werkt) van zaterdagochtend 9:30 uur tot dinsdagochtend bij de vader, waarbij de vader haar op dinsdagochtend naar school brengt, en de andere week verblijft zij bij de vader van zondagochtend 9:30 tot woensdagochtend, waarbij de vader haar op woensdagochtend naar school brengt;
- [minderjarige] verblijft de helft van de schoolvakanties en de helft van de algemeen erkende (inclusief Christelijke) feestdagen bij de vader, in onderling overleg tussen partijen nader te bepalen;
- bepaalt dat partijen het halen en brengen van [minderjarige] in goed onderling overleg ieder bij helfte voor hun rekening nemen.
3.De vraag van [minderjarige]
4.De standpunten
5.De beoordeling van de kinderrechter
door de ouders tegemoet aan de belangen van [minderjarige] ?
gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld, maar zijn wel van
belang om te vermelden?
[datum] 2026 om [uur]. De moeder, de vader en de Raad worden met deze beschikking voor deze zitting opgeroepen. [minderjarige] zal apart worden uitgenodigd voor een gesprek met de kinderrechter.
voorlopigezorgregeling overeengekomen:
waarbij de vader haar op maandagochtend een half uur voor schooltijd naar de
moeder brengt;
de meivakantie bij de vader;
drie weken van de zomervakantie bij de moeder.
6.Brief aan [minderjarige]
7.De beslissing van de kinderrechter
voorlopigezorgregeling geldt:
waarbij de vader haar op maandagochtend een half uur voor schooltijd naar de
moeder brengt;
de meivakantie bij de vader;
drie weken van de zomervakantie bij de moeder;
[datum] 2026 om [uur], teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;