De moeder verzocht de rechtbank om de omgangsregeling met haar drie minderjarige kinderen te wijzigen, zodat zij hen één keer per twee weken vier uur onbegeleid kan zien in plaats van de huidige regeling van eenmaal per vier weken twee uur onder begeleiding.
De kinderen, inmiddels 12, 10 en 6 jaar oud, hebben hun mening kenbaar gemaakt via gesprekken met de kinderrechter en een brief. Zij gaven aan de huidige omgangsregeling passend te vinden, waarbij één kind een gesprek wil voorafgaand aan verdere omgang en twee kinderen de begeleiding bij de bezoeken wensen te behouden.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de omgangsregeling niet te wijzigen, omdat de kinderen tevreden zijn en het perspectief elders ligt. De rechtbank oordeelde dat de mening van de kinderen zwaarder weegt dan het verzoek van de moeder en dat de omgang begeleid moet blijven om de kinderen te beschermen tegen belasting.
De rechtbank benadrukte dat de voogdes de belangen van de kinderen moet blijven monitoren en dat de moeder zich moet richten op de kwaliteit van de huidige omgangsmomenten. Het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling werd daarom afgewezen.