De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 maart 2026 het verzoek tot voogdijoverdracht van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (GI) naar de pleegouders van een minderjarige geboren in 2021. De minderjarige verbleef sinds december 2021 onder voogdij van de GI en woonde in een pleeggezin. De pleegouders verklaarden zich bereid de voogdij over te nemen.
Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, waren de pleegouders, de moeder, een vertegenwoordiger van de Raad en een vertegenwoordiger van de GI aanwezig. De vader was abusievelijk opgeroepen en verscheen niet. De moeder stemde in met de voogdijoverdracht en onderhoudt constructief contact met de pleegouders. Ook andere familieleden hebben de plaatsing geaccepteerd.
De rechtbank overwoog dat de minderjarige opgroeit in een liefdevolle en stabiele omgeving waarin alle belangrijke personen een rol spelen. De pleegouders bieden een veilige opvoedsituatie en de verstandshouding tussen pleegouders en moeder is goed. De rechtbank achtte het in het belang van de minderjarige om de voogdij over te dragen aan de pleegouders, zodat zij zelfstandig belangrijke beslissingen kunnen nemen.
De rechtbank ontsloeg de GI van de voogdij en benoemde de pleegouders tot voogden. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak of kennisname.