Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de mondelinge behandeling van 27 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van de curator.
3.De feiten
4.Het geschil in incident tot voeging
5.Het geschil in de hoofdzaak
- de bedrijfsruimte aan [adres] uiterlijk 27 mei 2026, te ontruimen met alle personen en goederen welke zich in de bedrijfsruimte bevinden, met afgifte van de sleutels;
- binnen acht dagen na het in deze te wijzen vonnis te betalen (een bedrag gelijk aan) de vanaf 1 februari 2026 maandelijks verschuldigde huur als boedelschuld ad. € 15.522,35, te vermeerderen met de maandelijks verschuldigde contractuele boete van (tenminste) € 300,00 per maand dat de huur niet tijdig en/of volledig betaald is eveneens als boedelschuld;
- tot betaling van de (buitengerechtelijke) kosten van dit geding als boedelschuld en deze conform art. 28.1 van de algemene bepalingen (in redelijkheid) te begroten op 15% van de hoofdsom, betreffende een bedrag ad. € 9.313,41, te vermeerderen met de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten als voldoening binnen de gestelde termijn uitblijft.