De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 maart 2026 een beschikking gegeven over een voorlopige verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. De vader is terminaal ziek door een hersentumor en zal binnen enkele weken overlijden. De ouders zijn het niet eens over de toekomstige woonplaats en omgangsregeling van de kinderen, wat leidt tot een acute bedreiging voor het welzijn van de kinderen.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een spoedverzoek ingediend om de ondertoezichtstelling voorlopig te verlengen zonder voorafgaand verhoor van de ouders, vanwege het onmiddellijke gevaar voor de kinderen. De kinderrechter acht dit verzoek gegrond en wijst het toe voor een periode van twee weken, met aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
De ouders verschillen van mening over het netwerk waarin de kinderen na het overlijden van de vader zullen worden opgevangen. De vader wil dat de kinderen bij zijn broer en zus in [plaats] wonen, terwijl de moeder wil dat de kinderen bij haar komen wonen, mits eerst contactherstel plaatsvindt. Door het ontbreken van overeenstemming en wisselende toestemming voor netwerkonderzoeken is er momenteel geen perspectief voor de kinderen.
De kinderrechter bepaalt dat de Raad, de ouders en de GI worden gehoord op een nader te bepalen zitting in Middelburg. Hoger beroep tegen deze beschikking kan binnen drie maanden worden ingesteld door de verzoeker en belanghebbenden.