Uitspraak
2.De feiten
[minderjarige](hierna: [minderjarige] ).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoekster heeft een omgangsregeling met de minderjarige gevraagd, waarbij vaste contactmomenten en vakanties werden voorgesteld. De minderjarige woont bij verweerster, die het eenhoofdig ouderlijk gezag heeft. Na een jeugdtraject en positieve ontwikkelingen in de relatie tussen verzoekster en de minderjarige, is gebleken dat het contact goed verloopt zonder vaste afspraken.
Partijen hebben gezamenlijk verzocht om het verzoek tot een vaste omgangsregeling in te trekken en in plaats daarvan een regeling vast te leggen waarbij het contact in onderling overleg en afgestemd op de behoeften van de minderjarige plaatsvindt. De rechtbank begrijpt dit als een wijziging van het oorspronkelijke verzoek en stemt hiermee in.
De rechtbank wijst de ingetrokken verzoeken af en bepaalt dat het contact tussen verzoekster en de minderjarige zal worden afgestemd op basis van de behoeften van de minderjarige. Een mondelinge behandeling is achterwege gelaten omdat partijen overeenstemming hebben bereikt.
De beschikking is gegeven door rechter Dijkman, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat het contact tussen verzoekster en de minderjarige in onderling overleg en op basis van de behoeften van de minderjarige zal plaatsvinden en wijst de ingetrokken verzoeken af.