De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 9 maart 2026 een beschikking gegeven in een civiele zaak tussen een man en een vrouw over de zorg- en alimentatieregeling voor hun minderjarige kind.
Na eerdere voorlopige beslissingen en een door de rechtbank opgelegde verwijzing naar een hulpverleningstraject binnen het Uniform Hulpaanbod, is dit traject positief afgerond. Partijen hebben overeenstemming bereikt over een co-ouderschapsregeling waarbij zij de zorg voor de minderjarige gelijk verdelen, met verblijf om de week bij elk van hen.
De rechtbank heeft de voorlopige zorgregeling van augustus 2022 laten vervallen en de nieuwe co-ouderschapsregeling als definitief vastgesteld. Tevens is de voorlopige kinderalimentatie, die de man aan de vrouw betaalde, per 10 maart 2025 op nihil gesteld, omdat partijen zijn overeengekomen dat bij co-ouderschap geen alimentatie meer verschuldigd is. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat er geen achterstand meer bestaat in de alimentatiebetalingen.
De beschikking is schriftelijk afgehandeld op verzoek van partijen en bevat een afwijzing van overige verzoeken. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.