ECLI:NL:RBZWB:2026:2807

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
11537004 MB VERZ 25-248
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 13a lid 2 Wahv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens ontbreken reële staandehoudingsmogelijkheid

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het laten stilstaan van een voertuig op een kruispunt in Breda op 3 september 2023. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De kern van het geschil betrof de vraag of de verbalisant de bestuurder staande had kunnen houden om diens identiteit vast te stellen, zoals vereist volgens artikel 5 van Pro de Wahv. De verbalisant had afgezien van staandehouding vanwege zijn taak in het horecaconcentratiegebied, maar de kantonrechter oordeelde dat dit geen gegronde reden was om af te zien van staandehouding.

Daarom werd de boete ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd. De rechtbank vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie, beval terugbetaling van het betaalde bedrag en kende een proceskostenvergoeding toe aan betrokkene. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11537004 \ MB VERZ 25-248
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 10 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] N.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.E.F. Heling (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens gemachtigde is verschenen [naam]. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig op een kruispunt laten stilstaan op de Nieuwe Prinsenkade te Breda op 3 september 2023 om 04.07 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de informatieplicht is geschonden. Gemachtigde beschikt namelijk niet over de op de zaak betrekking hebbende stukken, terwijl hij hier in het administratief beroepschrift en in de schriftelijke aanvulling om heeft verzocht. Ook is de hoorplicht geschonden.
Gemachtigde verzoekt om proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de verbalisant onterecht op kenteken heeft bekeurd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft in het zaakoverzicht verklaard dat hij door zijn taak in het horecaconcentratiegebied geen staandehouding heeft kunnen verrichten. Hieruit blijkt onvoldoende dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was.

OverwegingenInhoudelijkUit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat zijn taak gericht was op het horecaconcentratiegebied. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskosten
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is voor de fase bij de kantonrechter de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing (ECLI:NL:HR:2025:985). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 666,- = € 333,00
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- = € 467,00
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- =
€ 467,00
€ 934,00
vermenigvuldigingsfactor x 0,25 =
€ 233,50
€ 566,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,-, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 566,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: