ECLI:NL:RBZWB:2026:2800

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
11523505 MB VERZ 25-177
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete voor rijden op voetgangersgebied in Breda

Betrokkene, een taxibedrijf dat cliënten met een verstandelijke beperking vervoert, kreeg een boete opgelegd voor het rijden op het voetgangersgebied in de binnenstad van Breda op 14 december 2023. De gedraging bestond uit het rijden op het voetpad, wat niet is toegestaan. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege de lastige verkeerssituatie en het feit dat een ambulance achter de taxi reed, waardoor de chauffeur kort de straat inreed om ruimte te maken.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde anders. Uit het dossier, waaronder een foto, bleek dat de overtreding had plaatsgevonden, maar de omstandigheden rechtvaardigden matiging van de boete. De kantonrechter matigde de boete tot nihil, mede vanwege de bijzondere situatie en de lastige parkeermogelijkheden voor taxichauffeurs in de binnenstad.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag van €169,- aan zekerheidstelling werd terugbetaald aan betrokkene. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De boete voor rijden op het voetpad is gematigd tot nihil vanwege bijzondere omstandigheden en het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Breda
zaaknummer : 11523505 \ MB VERZ 25-177
CJIB-nummer : [CJIB-nummer]
uitspraakdatum : 10 februari 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.E.F. Heling (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rijden op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken) op de [adres 2] te Breda op 14 december 2023 om 15.57 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. [betrokkene] B.V. vervoert cliënten met een verstandelijke beperking. Midden in de [adres 2] wonen cliënten met een verstandelijke beperking. Gemachtigde heeft geprobeerd een ontheffing te krijgen voor de middag omdat de cliënten angstig zijn en moeten worden begeleid naar de taxi. Het taxibedrijf heeft met de woning van de cliënten en Planologie Breda afgesproken dat de cliënten op de hoek van straat worden afgezet.
Op 14 december 2023 reed een ambulance achter de taxibus, waardoor de chauffeur vooruit de [adres 2] is ingereden. Uit de foto in het dossier blijkt volgens gemachtigde dat de taxi stil stond aan het begin van de straat en niet is doorgereden.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de taxichauffeurs hun werk niet meer normaal kunnen doen, omdat ze bijna nergens mogen parkeren of stilstaan.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Met het passeren van de bebording is de taxichauffeur in een straat gereden waar niet in gereden mocht worden. De zittingsvertegenwoordiger ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd reden om de boete te matigen met 50%.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt daarnaast de boete te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier – met name uit de foto – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De taxi-chauffeur is in het voetgangersgebied in de [adres 2] gereden. Dat wordt ook niet ontkend.
De boete is dus op zich terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het taxibedrijf in de binnenstad van Breda te maken krijgt met lastige verkeerssituaties. In dit geval reed er een ambulance achter de taxibus, waardoor de chauffeur slechts kort de [adres 2] is ingereden om van de weg af te zijn. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk
Datum verzending: