ECLI:NL:RBZWB:2026:280

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 januari 2026
Publicatiedatum
22 januari 2026
Zaaknummer
02-278279-25 - 02-255141-25 (gev.ttz) - 02-003734-25 (tul) - 02-190871-22 (tul) - 10-233617-25 (tul) - 03-221128-25 (gev.ttz)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meerdere diefstallen, vernieling, handelen in strijd met een gedragsaanwijzing en medeplegen van schuldwitwassen met oplegging van een ISD-maatregel

Op 23 januari 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten, waaronder diefstal, vernieling, en het overtreden van een gedragsaanwijzing. De verdachte, geboren in 1986 en thans gedetineerd, werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.R.J. Schönfeld. Tijdens de zitting op 9 januari 2026 zijn de zaken met verschillende parketnummers gevoegd en inhoudelijk behandeld, waarbij de verdachte niet aanwezig was, maar zijn raadsman wel. De officier van justitie, mr. A. Verhoeven, heeft de standpunten van de vervolging en de vorderingen tot tenuitvoerlegging gepresenteerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 02-255141-25 tweemaal is gewijzigd. De verdachte is beschuldigd van diefstal van een elektrische fiets, het overtreden van een gedragsaanwijzing, vernieling van een ruit, en het medeplegen van schuldwitwassen. De rechtbank heeft de bewijsvoering beoordeeld en kwam tot de conclusie dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaring van de feiten, met uitzondering van enkele subsidiaire feiten. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel, gezien zijn recidive en het patroon van normoverschrijdend gedrag. De rechtbank heeft ook schadevergoedingsmaatregelen opgelegd aan de benadeelde partijen, waaronder [benadeelde 2], [benadeelde 4], en [benadeelde 8]. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen zijn afgewezen, omdat de ISD-maatregel wordt opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-278279-25
02-255141-25 (gev.ttz)
02-003734-25 (tul)
02-190871-22 (tul)
10-233617-25 (tul)
03-221128-25 (gev.ttz)
vonnis van de meervoudige kamer van 23 januari 2026
in de strafzaken tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats]
thans gedetineerd in [verblijfplaats]
raadsman mr. M.R.J. Schönfeld, advocaat in Breda

1.Onderzoek van de zaak

Ter terechtzitting van 9 januari 2026 zijn de zaken met bovengenoemde parketnummers overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) gevoegd.
De zaken zijn vervolgens ter zitting inhoudelijk behandeld. Verdachte is niet verschenen. Wel is zijn gemachtigde raadsman verschenen. De officier van justitie mr. A. Verhoeven
en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
Eveneens zijn de vorderingen tot tenuitvoerlegging met bovengenoemde parketnummers behandeld.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging in de zaak met parketnummer 02-255141-25 is tweemaal op grond van artikel 313 Sv gewijzigd.
De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
02-278279-25
op 20 oktober 2025 een elektrische fiets van [benadeelde 1] heeft gestolen dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die elektrische fiets;
02-255141-25
op 29 september 2025 heeft gehandeld in strijd met een aan verdachte opgelegde gedragsaanwijzing;
op 26 augustus 2025 een ruit van [benadeelde 2] heeft vernield;
op 12 november 2024 samen met een ander [benadeelde 3] heeft opgelicht dan wel medeplichtig is aan witwassen van een bedrag van € 75,00 dan wel zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen van dat geldbedrag;
op 13 november 2024 samen met anderen [benadeelde 4] heeft opgelicht dan wel medeplichtig is aan het witwassen van een bedrag van € 100,00 dan wel zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen van dat geldbedrag;
op 19 november 2024 samen met anderen [benadeelde 5] heeft opgelicht dan wel medeplichtig is aan het witwassen van een bedrag van € 46,00 dan wel zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen van dat geldbedrag;
03-221128-25
in de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 een fiets van [benadeelde 6] heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking;
in de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 een e-scooter/e-step van [benadeelde 7] heeft gestolen door middel van braak en/of verbreking;
op 13 februari 2025 een personenauto van [benadeelde 8] heeft gestolen dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan heling van die personenauto.

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4.De beoordeling van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
02-278279-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primaire feit.
02-255141-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2.
De officier van justitie vordert vrijspraak van zowel de primaire als de subsidiaire feiten 3 tot en met 5. Wel acht zij wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de meer subsidiaire feiten 3 tot en met 5.
03-221128-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2 en aan het primaire feit 3.
4.2
Het standpunt van de verdediging
02-278279-25
De verdediging stelt dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van het primaire feit.
02-255141-25
De verdediging stelt dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de feiten 1 en 2.
De verdediging bepleit vrijspraak van de primaire en subsidiaire feiten 3 tot en met 5. Wel kunnen de meer subsidiaire feiten 3 tot en met 5 bewezen worden verklaard.
03-221128-25
De verdediging stelt dat tot een bewezenverklaring kan worden gekomen van de feiten 1 tot en met 3.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht
4.3.2
De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
02-278279-25, primair - diefstal elektrische fiets
[benadeelde 1] heeft aangifte gedaan van diefstal van zijn elektrische fiets op 20 oktober 2025 tussen 07:00 uur en 09:00 uur. Deze elektrische fiets stond in een afgesloten schuur achter
zijn woning aan [adres 1] , waarbij de rechtbank vaststelt dat [plaats 1] onder de [gemeente 1] valt.
Die bewuste dag zijn er bij de politie meldingen binnengekomen over een verwarde man. Omstreeks 08:35 uur ontving de politie een melding dat een man verschillende bedrijven probeerde binnen te komen en een verwarde indruk maakte. Kort hierna ontving de politie een melding dat een zeer verwarde man bij [straat 1] , twee straten van het bedrijventerrein vandaan, met een hamer aan het zwaaien was en dat de melder had gezien dat de man een elektrische fiets zou hebben gestolen aan [adres 2] . Deze melder, [getuige] , is die dag als getuige gehoord. [getuige] heeft verklaard dat hij omstreeks 08:30 uur een man een weiland zag oversteken richting [straat 1] die een verwarde indruk maakte en met een hamer aan het zwaaien was. Op dat moment had de man geen fiets bij zich. [getuige] zag dat de man via het weiland het terrein van [adres 2] op liep. Kort daarna zag [getuige] dat de man een elektrische fiets bij zich had.
Op het moment dat de politie richting [straat 1] reed zag de politie een fietser die voldeed aan het door de melders gegeven signalement. De politie herkende hem als [verdachte] . Hij vertoonde verward gedrag en op de bagagedrager van de fiets zat een hamer vastgemaakt.
Hoewel verdachte niet is gezien bij de schuur aan [adres 1] , waar de elektrische fiets is gestolen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte die elektrische fiets heeft gestolen. De locaties [adres 1] en [adres 2] liggen op een steenworp afstand van elkaar en [getuige] heeft slechts één persoon gezien, die later door de politie ter plaatste is herkend als verdachte.
Verdachte heeft weliswaar ontkend dat hij de elektrische fiets heeft gestolen en heeft verklaard dat hij [getuige] de dag ervoor nog op de fiets heeft zien rijden die de fiets waarschijnlijk zou hebben gestolen, maar de rechtbank legt deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde. De elektrische fiets is immers pas op 20 oktober 2025 gestolen, zodat verdachte [getuige] niet de dag ervoor op die fiets kan hebben zien rijden. Daarbij is verdachte met de fiets aangetroffen kort nadat deze gestolen moet zijn.
02-255141-25
Feit 1 - overtreding gedragsaanwijzing
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 29 september 2025 de aan hem opgelegde gedragsaanwijzing heeft overtreden, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.
Feit 2 - vernieling ruit
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 augustus 2025 een ruit van [benadeelde 2] heeft vernield. Verdachte heeft dit ook bekend.
Hoewel verdachte heeft ontkend dat daarbij sprake is geweest van opzet, is de rechtbank van oordeel dat op grond van de beschrijving van de camerabeelden kan worden vastgesteld dat hij de ruit opzettelijk heeft vernield. Daaruit kan immers worden afgeleid dat hij niet slechts op de ruit klopte, zoals hij heeft beweerd, maar dat hij de woning binnen wilde komen.
Feiten 3 tot en met 5, primair, subsidiair en meer subsidiair
[benadeelde 3] , [benadeelde 4] en [benadeelde 5] hebben aangifte gedaan van oplichting. [benadeelde 3] en [benadeelde 4] hebben via een advertentie op Marktplaats.nl respectievelijk een zitgrasmaaier en een jukebox gekocht. [benadeelde 5] heeft via een advertentie op Tweakers.net een videokaart gekocht. Aangevers hebben daarvoor een aanbetaling gedaan, maar de door hen gekochte goederen nooit geleverd gekregen.
Vast staat dat de accounts van de verkopende partij op naam van verdachte staan. Ook de bankrekening waarnaar aangevers de aanbetaling hebben overgemaakt staat op zijn naam. De aanbetalingen van respectievelijk € 75,00, € 100,00 en € 46,00 zijn ook daadwerkelijk op de bankrekening van verdachte ontvangen.
Verdachte heeft verklaard dat hij niets weet van de advertenties. Wel heeft hij zijn pinpas en pincode aan iemand gegeven die heeft gevraagd of iemand anders geld mocht storten op zijn bankrekening.
Primair - medeplegen oplichting
Nu niet kan worden vastgesteld of en in hoeverre verdachte oplichtingshandelingen heeft verricht en daar ook geen onderzoek naar is gedaan, is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primaire feiten.
Subsidiair - medeplichtigheid opzetwitwassen
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het door een ander gepleegde opzetwitwassen. Verdachte wordt daarom ook vrijgesproken van de subsidiaire feiten.
Meer subsidiair - medeplegen schuldwitwassen
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen.
Vast staat dat de geldbedragen door de aangevers op de bankrekening van verdachte zijn gestort en dat verdachte die geldbedragen aldus voorhanden heeft gehad. Verdachte heeft de pinpas en pincode van zijn bankrekening aan iemand anders gegeven. Hij wil niet zeggen aan wie. Die persoon vroeg aan verdachte of door een ander geld mocht worden gestort op de bankrekening. Vanwege deze ongebruikelijke gang van zaken, had verdachte rekening moeten houden met de mogelijkheid dat die geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren.
03-221128-25
Feit 1 - diefstal (Diamant) fiets
[benadeelde 6] heeft aangifte gedaan en verklaard dat haar fiets afgesloten met een cijferslot in de voortent van haar camper op het vakantiepark in [plaats 2] stond. Op 13 februari 2025 is er door camera’s op haar camper beweging geconstateerd bij haar camper en op 15 februari 2025 heeft de politie de fiets van [benadeelde 6] aangetroffen in het vakantiehuisje op [nummer] op het vakantiepark in [plaats 2] , waar verdachte verbleef. Verdachte heeft ook bekend dat hij deze fiets had meegenomen.
De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de fiets van het merk Diamant van [benadeelde 6] tussen 13 februari 2025 en 15 februari 2025. De verdediging heeft hiertegen ook geen verweer gevoerd.
Los van de vraag of kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die de fiets uit de voortent heeft meegenomen, nu verdachte heeft verklaard dat hij de fiets heeft meegenomen bij een hekwerk op het vakantiepark, is de rechtbank, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat het enkel openen van een rits van een voortent niet kan worden aangemerkt als het forceren of verbreken van een afsluiting. Daarmee is geen sprake van braak in de zin van artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), zodat verdachte van dit onderdeel (door middel van braak) partieel wordt vrijgesproken.
Hoewel de fiets volgens [benadeelde 6] was afgesloten met een slot, kan niet worden vastgesteld dat verdachte het slot heeft verbroken. Uit het dossier blijkt niet in welke staat de fiets in het vakantiehuisje van verdachte is aangetroffen. Gelet hierop wordt hij ook van dit onderdeel (door middel van verbreking) partieel vrijgesproken.
Feit 2 - diefstal (Segway) e-scooter/e-step door middel van braak
[benadeelde 7] heeft aangifte gedaan en verklaard dat hij op 26 januari 2025 voor het laatst bij zijn chalet was op het vakantiepark in [plaats 2] . [benadeelde 7] had zijn chalet en het bijbehorende tuinhuis afgesloten achtergelaten. In het tuinhuis stond onder meer de e-scooter/e-step van het merk Segway. Op 16 februari 2025 ontving [benadeelde 7] een bericht van de receptie van het vakantiepark dat er verschillende inbraken hadden plaatsgevonden. Die dag zag [benadeelde 7] dat ook de toegangsdeuren van zijn tuinhuis waren opengebroken en dat de e-scooter/e-step weg was. Deze e-scooter/e-step is door de politie aangetroffen in het vakantiehuisje op [nummer] op het vakantiepark, waar verdachte verbleef. Hij heeft ook bekend dat hij deze e-scooter/e-step had meegenomen.
Hoewel verdachte heeft verklaard dat de e-scooter/e-step ergens op het vakantiepark stond, acht de rechtbank met de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die de e-scooter/e-step heeft gestolen uit het tuinhuis door middel van braak. Uit de aangifte blijkt dat deze in het afgesloten tuinhuis stond en uit de foto’s in het dossier blijkt dat het slot van het tuinhuis is geforceerd en opengebroken. De verdediging heeft hiertegen ook geen verweer gevoerd.
Nu niet kan worden vastgesteld in hoeverre de e-scooter/e-step zelf op slot zat en in welke staat deze in het vakantiehuisje is aangetroffen, wordt verdachte partieel vrijgesproken van het onderdeel dat hij deze onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Feit 3, primair - diefstal personenautoMet de officier van justitie acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde diefstal van de personenauto van [benadeelde 8] .
Tegenover de ontkenning van verdachte staat de aangifte van [benadeelde 8] en het feit dat de autopapieren en de sleutel van deze auto door de politie zijn aangetroffen in het vakantiehuis op [nummer] op het vakantiepark. In dat huis verbleef verdachte. Verdachte heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Daar komt bij dat op een flesje in die auto DNA van verdachte is aangetroffen waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Ook hiervoor heeft hij geen verklaring gegeven. De verdediging heeft ook geen verweer gevoerd.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
02-278279-25op 20 oktober 2025 te [gemeente 1] , een elektrische fiets, die aan [benadeelde 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
02-255141-251.
op 29 september 2025 te [plaats 3] , [gemeente 2] , opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 26-8-2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich niet mag ophouden in/op de [straat 2] door zich op te houden in de [straat 2] ;
2.
op 26 augustus 2025 te [plaats 3] , [gemeente 2] , opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan [benadeelde 2] , toebehoorde heeft vernield;
3.
Meer subsidiairop 12 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 75 Euro voorhanden
heeftgehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
4.
Meer subsidiairop 13 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 100 Euro voorhanden
heeftgehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
5.
meer subsidiairop 19 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 46 Euro voorhanden
heeftgehad, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
03-221128-251.
in de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 te [plaats 2] , een (Diamant) fiets, dat aan [benadeelde 6]
toebehoorde,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
in de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 te [plaats 2] , een (Segway) e-scooter/e-step, dat aan [benadeelde 7]
toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
3.
primair
op 13 februari 2025 te [plaats 2] , een (personen)auto ( [kenteken] ), dat aan [benadeelde 8]
toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5.De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6.De strafoplegging

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte een onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) op te leggen.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vordering tot oplegging van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich in een periode van elf maanden schuldig gemaakt aan een groot aantal strafbare feiten van uiteenlopende aard. Verdachte heeft zich met name schuldig gemaakt aan vermogensdelicten, waaronder meerdere diefstallen van fietsen en een diefstal van een auto en een e-scooter/e-step, al dan niet door middel van braak. Ook heeft hij zich meerdere keren schuldig gemaakt aan het medeplegen van schuldwitwassen. Daarnaast heeft hij een aan hem opgelegde gedragsaanwijzing overtreden en zich schuldig gemaakt aan vernieling.
Deze feiten getuigen van een patroon van structureel normoverschrijding gedrag en hebben niet alleen financiële schade veroorzaakt, maar leveren ook overlast op en tasten het gevoel van veiligheid van anderen aan. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers.
Het strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte van 2 januari 2026, dat maar liefst 18 pagina’s telt. Hieruit blijkt dat verdachte reeds veelvuldig onherroepelijk is veroordeeld tot een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf voor - met name - het plegen van vermogensfeiten.
Reclasseringsrapport
Uit het reclasseringsrapport van 23 december 2025 leidt de rechtbank af dat er sprake lijkt te zijn van een delictpatroon, waarin sinds 2025 een toename wordt gezien van strafbare feiten.
Door de reclassering worden het sociale netwerk, het middelengebruik, de houding van verdachte en de relatie met zijn ouders aangemerkt als direct delict-gerelateerde factoren.
Het middelengebruik heeft vermoedelijk ook invloed op het handelen van verdachte, nu hij tijdens het plegen van enkele feiten onder invloed was. Vanuit verschillende betrokken partijen heeft de reclassering vernomen dat verdachte bekend is met problematisch poly-middelengebruik, wat door verdachte zelf wordt geminimaliseerd. Er is bij verdachte sprake van instabiliteit op alle leefgebieden. Hij beschikt al sinds langere tijd niet over huisvesting en heeft geen dagbesteding. Hij kan niet rondkomen van zijn inkomen en er is sprake van een schuldenlast. Verdachte is in zijn jeugd gediagnostiseerd met een licht verstandelijke beperking, ADHD, Gilles de la Tourette en een dwang- en paniekstoornis. Deze informatie is echter verouderd en de reclassering beschikt niet over recente diagnostiek, waardoor zij ook niet weet in hoeverre deze problematiek eventueel doorwerkt in het (delict)gedrag van verdachte.
Verdachte wordt besproken binnen het Zorg- en Veiligheidshuis [zorghuis] wegens toenemende zorgen. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren verschillende hulpverlenende instanties ingezet, waaronder [stichting] voor begeleiding en behandeling, OGGZ (bemoeizorg) en het Interventieteam van Veilig Thuis. Dit heeft tot op heden echter niet geleid tot gedragsverandering, doordat verdachte niet in staat bleek om de afspraken na te komen. Verschillende toezichttrajecten bij de reclassering zijn voortijdig negatief beëindigd doordat hij zich niet conformeerde aan bijzondere voorwaarden en afspraken. Hierdoor ziet de reclassering op dit moment ook geen mogelijkheden meer binnen een ambulant kader en
ziet daarom meerwaarde in een strakker forensisch kader, waarin kan worden gewerkt aan gedragsverandering en risicobeperking. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog en de reclassering adviseert om aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
ISD-maatregel
Ter beoordeling ligt voor of oplegging van de ISD-maatregel aan verdachte mogelijk en noodzakelijk is.
De ISD-maatregel is erop gericht om zeer actieve veelplegers voor de duur van maximaal twee jaar hun vrijheid te benemen, waardoor voortzetting van het criminele gedragspatroon feitelijk onmogelijk wordt gemaakt en de vicieuze cirkel van opsluiting - invrijheidstelling - veroordeling wordt doorbroken. Gedurende de periode van de ISD-maatregel wordt de maatschappij beschermd tegen het criminele gedrag van de recidivist. Tevens biedt de ISD-maatregel mogelijkheden om middels een hulpverleningstraject aan gedragsverandering te werken om recidive in de toekomst te voorkomen.
Allereerst moet worden vastgesteld of verdachte aan de wettelijke criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel voldoet. De rechtbank stelt vast dat aan de eisen van artikel 38m, eerste lid, Sr wordt voldaan. Verdachte heeft zich immers schuldig gemaakt aan misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, terwijl verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. De feiten zijn ook begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen.
Verdachte voldoet bovendien ook aan het criterium van zeer actieve veelplegers als bedoeld in de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers. Tegen verdachte zijn immers over een periode van vijf jaar processen-verbaal opgemaakt voor meer dan tien misdrijffeiten, waarvan in ieder geval één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en dat de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel eist, mede gelet op het feit dat de reclassering in haar advies heeft gerapporteerd over een hoog recidiverisico. Om dit hoge recidiverisico te verminderen is een strakker forensisch kader nodig waarin kan worden gewerkt aan gedragsverandering en risicobeperking en waarin zicht kan komen op zijn problematiek en de benodigde zorg- en hulpverlening.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is aan alle criteria, die de wet stelt aan de oplegging van de ISD-maatregel, voldaan.
Conclusie
De rechtbank zal derhalve aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel opleggen. Hierbij heeft de rechtbank eveneens in aanmerking genomen dat uit het reclasseringsrapport blijkt dat eerdere (voorwaardelijke) straffen en kansen vanuit de hulpverlening niet hebben geleid tot gedragsverandering en dat eerdere reclasseringstoezichten voortijdig negatief zijn beëindigd, omdat verdachte zich niet hield aan de opgelegde bijzondere voorwaarden. Een voorwaardelijke ISD-maatregel acht de rechtbank dus ook niet aan de orde.
De verdediging heeft zich voor wat betreft het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel ook gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaar opleggen en de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht, niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

7.De benadeelde partij

02-255141-25
[benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een schadevergoeding van € 4.078,50 voor feit 2, bestaande uit materiële schade. De benadeelde partij heeft hiertoe aangevoerd dat het originele glas van de ruiten in de voordeur al 45 jaar oud zijn en dat dat glas niet meer te verkrijgen is. Daarom moesten de andere ruiten in de voordeur ook vervangen worden met hetzelfde glas als de vernielde ruit.
De officier van justitie is van mening dat het gevorderde bedrag disproportioneel is en acht toewijzing van een bedrag van € 500,00 redelijk.
De verdediging sluit zich aan bij het voorstel van de officier van justitie.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2; vernieling van een ruit. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is om de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
Mede gelet op de foto’s in het dossier staat vast dat de voordeur bestaat uit in totaal negen ruiten die gezamenlijk één geheel vormen met een (sier)plaatje/profiel, waarvan verdachte één ruit heeft vernield. De rechtbank acht het aannemelijk dat de herstelkosten hoger zijn dan alleen de kosten voor het vervangen van één ruit, nu het gaat om een ruit die onderdeel uitmaakt van een groter geheel. De rechtbank acht echter onvoldoende onderbouwd dat die schade het gevorderde bedrag beslaat. Met name omdat in de offerte lijkt te zijn uitgegaan van 11 ruiten. De rechtbank acht toewijzing van een bedrag van € 1.000,00 billijk. Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 26 augustus 2025.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
[benadeelde 4]
De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een schadevergoeding van € 100,00 voor feit 4, bestaande uit materiële schade.
Er is geen verweer gevoerd tegen toewijzing van deze vordering.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 4, meer subsidiair; schuldwitwassen van € 100,00. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat verdachte verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
De door [benadeelde 4] gevorderde schade van € 100,00 is voldoende onderbouwd en er is sprake van een voldoende causaal verband tussen de schade en het bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal derhalve het gevorderde bedrag van € 100,00 toewijzen.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 13 november 2024.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
03-221128-25
[benadeelde 8]
De benadeelde partij [benadeelde 8] vordert - onder meer - een schadevergoeding van
€ 187,25 voor feit 3, bestaande uit materiële schade. Daarnaast heeft de benadeelde partij vergoeding gevorderd van nog niet gemaakte (materiële) kosten. Ook heeft hij vergoeding gevorderd van immateriële schade, maar hij heeft daartoe geen bedrag begroot.
De officier van justitie stelt dat alleen de vordering van € 187,25 kan worden toegewezen, omdat alleen dit deel van de vordering is onderbouwd.
De verdediging heeft zich hierbij aangesloten.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 3; diefstal van een auto. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is om de schade van de benadeelde partij te vergoeden, indien er voldoende causaal verband bestaat tussen de gevorderde schade en het bewezenverklaarde handelen van verdachte.
Nu de vordering slechts tot een bedrag van € 187,25 met stukken is onderbouwd en er sprake is van een voldoende causaal verband tussen de schade en het bewezenverklaarde feit, zal de rechtbank dat bedrag toewijzen.
Wettelijke rente
Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf 13 februari 2025.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal eveneens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8.De vordering tot tenuitvoerlegging

02-255141-25
De officier van justitie heeft aanvankelijk de tenuitvoerlegging gevorderd van de volgende aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straffen:
  • een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen, opgelegd bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 31 maart 2025 onder parketnummer 02-003734-25;
  • een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, opgelegd bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 17 maart 2023, onder parketnummer 02-190871-22;
  • een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de rechtbank Rotterdam van 8 september 2023, onder parket- nummer 10-233617-25.
De officier van justitie heeft ter zitting de vorderingen tot tenuitvoerlegging gewijzigd. Nu aan verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd, ziet zij geen meerwaarde in toewijzing van de vorderingen. Zij heeft daarom gevorderd deze vorderingen af te wijzen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijden schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop liggen de vorderingen in beginsel voor toewijzing gereed.
Nu aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel wordt opgelegd, acht de rechtbank toewijzing van de vorderingen niet opportuun. De vorderingen worden derhalve afgewezen.

9.De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 38m, 38n, 47 , 57, 63, 184a, 310, 311, 350 en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
02-255141-25
-
spreekt verdachte vrijvan zowel de primaire als de subsidiaire feiten 3 tot en met 5;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
02-278279-25
primair:diefstal;
02-255141-25
feit 1:opzettelijk handelen in strijd met een gedragsaanwijzing, gegeven krachtens
artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
feit 2:opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander
toebehoort vernielen;
feit 3, meer subsidiair:het medeplegen van schuldwitwassen;
feit 4, meer subsidiair:het medeplegen van schuldwitwassen;
feit 5, meer subsidiair:het medeplegen van schuldwitwassen;
03-221128-25
feit 1:diefstal;
feit 2:diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft
verschaft door middel van braak;
feit 3, primair:diefstal;
- verklaart verdachte strafbaar;
Maatregel
- gelast de
plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor twee jaar;
Benadeelde partijen
02-255141-25 en 03-221128-25
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de volgende benadeelde partijen:
* [benadeelde 2] van € 1.000,00 aan materiële schade (feit 2, 02-255141-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 4] van € 100,00 aan materiële schade (feit 4, 02-255141-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2024 tot aan de dag der voldoening;
* [benadeelde 8] van € 187,25 aan materiële schade (feit 3, 03-221128-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 2] en [benadeelde 8] in het overige gedeelte van hun vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat hun vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
Schadevergoedingsmaatregel
02-255141-25 en 03-221128-25
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen ten behoeve van de volgende slachtoffers:
* [benadeelde 2] van € 1.000,00 aan materiële schade (feit 2, 02-255141-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening, met bepaling dat bij niet betaling 10 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
* [benadeelde 4] van € 100,00 aan materiële schade (feit 4, 02-255141-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2024 tot aan de dag der voldoening, met bepaling dat bij niet betaling 1 dag gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
* [benadeelde 8] van € 187,25 aan materiële schade (feit 3, 03-221128-25), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2025 tot aan de dag der voldoening, met bepaling dat bij niet betaling 1 dag gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partijen vervalt en omgekeerd;
Vordering tenuitvoerlegging
02-255141-25
- wijst de vorderingen tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straffen, gewezen onder parketnummers 02-003734-25, 02-190871-22 en 10-233617-25, af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. S.P.W. van Dooren, rechters, in tegenwoordigheid van M.C.C. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 januari 2026.
Mr. Schnitzler-Strijbos is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlastelegging
02-278279-25hij op of omstreeks 20 oktober 2025 te [plaats 4] , [gemeente 1] , althans in Nederland, een elektrische fiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
(Artikel art 310 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 oktober 2025 te [plaats 4] , [gemeente 1] , althans in Nederland, een elektrische fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
(Artikel art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
02-255141-25
1.
hij op of omstreeks 29 september 2025 te [plaats 3] , [gemeente 2] , opzettelijk heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing d.d. 26-8-2025, gegeven door de officier van justitie te arrondissement Zeeland-West-Brabant kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte, zich niet mag ophouden in/op de [straat 2] door zich op te houden in de [straat 2] ;
(Artikel art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 26 augustus 2025 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
(Artikel art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3.
hij op of omstreeks 19 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 75 euro, door
- op marktplaats te adverteren met de verkoop van een zitmaaier en/of
- met een potentiële koper af te spreken dat hij de zitmaaier bij een door hem verzonnen adres op kon halen en/of
- de potentiële koper een aanbetaling te laten doen van 75 euro en/of
- niets meer van zich te laten horen en/of het artikel niet te leveren;
(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 19 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland, van één of meer voorwerpen, te weten (een) geldbedragen (in totaal) 75 Euro, althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt, terwijl die onbekend gebleven personen wisten dat dat/die voorwerp(en)
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen zijn bankpas en/of zijn bijbehorende pincode te geven en/of zijn bankrekening- nummer ter beschikking te stellen;
(Artikel art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
op of omstreeks 19 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten (een) geldbedrag van (in totaal) 75 Euro heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
(art 420bis / 420 quater Wetboek van Strafrecht)
4.
hij op of omstreeks 12 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 100 euro, door
- op marktplaats te adverteren met de verkoop van een jukebox en/of
- met een potentiële koper af te spreken dat hij de jukebox bij een door hem verzonnen adres op kon halen en/of
- de potentiële koper een aanbetaling te laten doen van 100 euro en/of
- niets meer van zich te laten horen en/of het artikel niet te leveren;
(Artikel art [adres 2] lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 12 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland, van één of meer voorwerpen, te weten (een) geldbedragen (in totaal) 100 Euro, althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt, terwijl die onbekend gebleven personen wisten dat dat/die voorwerp(en)
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of
opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen zijn bankpas en/of zijn bijbehorende pincode te geven en/of zijn bankrekening- nummer ter beschikking te stellen;
(Artikel art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
op of omstreeks 12 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten (een) geldbedragen van (in totaal) 100 Euro heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
(art 420bis / 420 quater Wetboek van Strafrecht)
5.
hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van 46 euro, door
- op tweakers.net te adverteren met de verkoop van een videokaart en/of
- met een potentiële koper af te spreken dat hij de videokaart naar hem zou opsturen en/of
- de potentiële koper een aanbetaling te laten doen van 46 euro en/of
- niets meer van zich te laten horen en/of het artikel niet te leveren;
(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 13 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland, van één of meer voorwerpen, te weten (een) geldbedragen (in totaal) 46 Euro, althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of
- gebruik heeft gemaakt, terwijl die onbekend gebleven personen wisten dat dat/die voorwerp(en)
- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven personen zijn bankpas en/of zijn bijbehorende pincode te geven en/of zijn bankrekening- nummer ter beschikking te stellen;
(Artikel art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
op of omstreeks 13 november 2024, te [plaats 3] , [gemeente 2] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een voorwerp, te weten (een) geldbedragen van (in totaal) 46 Euro heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf;
(art 420bis / 420 quater Wetboek van Strafrecht)
03-221128-251.
hij, in of omstreeks de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 te [plaats 2] , een (Diamant) fiets, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 6] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
2.
hij, in of omstreeks de periode van 13 februari 2025 tot en met 15 februari 2025 te [plaats 2] , een (Segway) e-scooter/e-step, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 7] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )
3.
hij, op of omstreeks 13 februari 2025 te [plaats 2] , een (personen)auto ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [benadeelde 8] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
( art 310 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, in of omstreeks de periode van 13 februari 2025 tot en met 17 februari 2025, te [plaats 2] en/of [plaats 5], althans in Nederland, een (personen)auto ( [kenteken] ), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )