Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 januari 2026 in de zaak tussen
namens de [eiseres] ,uit [plaats] , eisers,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge omdat het college niet tijdig zou hebben voldaan aan een Woo-besluit van 26 juni 2025, verzonden op 10 juli 2025. Het beroep werd ingesteld op 20 september 2025, nadat het besluit al was genomen en verzonden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep feitelijk gericht is tegen het niet tijdig opvolgen van het besluit, wat een feitelijke handeling betreft en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens de Awb valt het niet opvolgen van een besluit niet onder de bevoegdheid van de bestuursrechter omdat het geen publiekrechtelijke rechtshandeling is die gericht is op rechtsgevolg.
Daarom verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Het betaalde griffierecht wordt teruggestort en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank wijst er tevens op dat een aanvullend Woo-verzoek van 11 oktober 2025 niet binnen deze procedure kan worden behandeld en dat eisers daarvoor een aparte procedure kunnen starten.
De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier M.R. Jouvenaar op 6 januari 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig opvolgen van het Woo-besluit.