ECLI:NL:RBZWB:2026:2750
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op integrale proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding na naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een ondernemer met een eenmanszaak, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2017 en 2018. De inspecteur heeft deze aanslagen en de daarbij behorende belastingrente vernietigd na gegrondverklaring van het bezwaar. Belanghebbende vordert vervolgens een integrale proceskostenvergoeding en een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur de uitspraken op bezwaar voldoende heeft gemotiveerd en dat er geen sprake is van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook is vastgesteld dat alle relevante stukken zijn overgelegd. De overschrijding van de redelijke termijn wordt erkend, maar het financieel belang bij de procedure is beperkt tot de nevenbeslissing over de proceskostenvergoeding.
Gezien het ontbreken van een substantieel financieel belang en het feit dat de naheffingsaanslagen zijn vernietigd, wijst de rechtbank de verzoeken van belanghebbende af en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en verzoeken om proceskostenvergoeding en immateriële schadevergoeding worden afgewezen.