Betrokkene is bij vonnis van 4 april 2024 veroordeeld tot gevangenisstraf en tbs met voorwaarden wegens diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De tbs is aangevangen op 4 april 2024.
Het Openbaar Ministerie verzocht op 11 februari 2026 om verlenging van de tbs. De rechtbank behandelde dit op 25 maart 2026, waarbij betrokkene, haar raadsman en deskundigen van de reclassering werden gehoord. De reclassering adviseerde een verlenging van twee jaar vanwege een verstandelijke beperking, stoornis in het gebruik van cocaïne, en een hoge druk door de combinatie van tbs en jeugdzorg. De psycholoog adviseerde een verlenging van één jaar, gezien de recente stabilisatie door terugkeer van de dochter en het belang van rust en structuur.
De officier van justitie steunde de verlenging met twee jaar, terwijl de verdediging en betrokkene zelf een verlenging van één jaar bepleitten en het laten vervallen van het alcohol- en uitreisverbod. De rechtbank oordeelde dat het recidivegevaar nog aanwezig is en dat de situatie recent is gestabiliseerd door de terugkeer van de dochter, waardoor een verlenging van één jaar passend is. Het alcohol- en uitreisverbod blijven van kracht. De tbs wordt met één jaar verlengd.